5. onrust

David zuchtte. Hij stond op, ging weer zitten, trommelde nerveus op het blad van zijn zwarte bureau - het enige hi- tech kantoormeubel in zijn rommelige grachtenappartement. Zijn aanrecht was absoluut ontdaan van alle culinaire apparaten die David aantrof bij collega’s die ook vrijgezel waren. Vrijgezel… belachelijk ouderwets woord. Zoals ‘mejuffrouw’, ‘hospita’, ‘trouwpartij’. Hij pakte een A4-tje en begon doelloos te tekenen. Het leek wel of een ijzeren hand in zijn hoofd de gedachten in een kringetje rondstuurde. Steeds om hetzelfde middelpunt. Zij. Die onbekende, koele verschijning.

Wat hij had getekend, verbaasde hem. Op het papier stond een weelderige vrouw met puntige borsten in een strak uniform. Voor zijn geestesoog verscheen een vette kop in een roddelblad: ‘Linkse columnist valt voor strenge verpleegster.’ Hij greep naar de afstandsbediening van zijn tv en het toestel gloeide op. Hij viel midden in een talkshow. ’… ging er door u heen toen u ontwaakte uit die laatste narcose?’ vroeg de gastvrouw vriendelijk. Een struise oudere dame opende strijdlustig haar mond. Ze leek op zijn moeder. David zapte verder. Testbeelden verschenen en verdwenen in een flits. Hij stuitte op een quiz waarin galgje werd gespeeld op een metershoog scherm. 'Gadverdamme’, mompelde hij. 'Wat goedkoop. En boereslim ook, om zoiets te bedenken.’ Toen hij zag dat aan de griezelig echte galg een levensecht uitziende misdadiger bungelde, schakelde hij snel over.
Bij MTV bewogen slanke, koude mannequins zich zwoel over het scherm. Ze maakten hem nog onrustiger dan hij al was. David Rosenbach drukte met zo'n agressief gebaar op het rubberen uit-toetsje van de afstandsbediening dat de tv onmiddellijk weer aan floepte. 'En hoe zat het met jullie eigen seksleven?’, zei de presentatrice van de praatshow. 'Kon hij daar zijn ei wel in kwijt?’ David huiverde even. Liefst had hij een baksteen door het glazen oog gegooid. Maar hij hield zich in. 'Face the facts, Rosenbach baby’, mompelde hij, terwijl hij nog een Joseph Guy inschonk. Een warme gloed verspreidde zich door zijn keel en ook in zijn hoofd werd alles minder hoekig. Waarom zou hij zich nog langer tegen het onvermijdelijke verzetten? Hij kon maar beter toegeven dat hij behoorlijk bezeten was van Lucille Nauta. Die koele, blonde, ongenaakbare verpleegster had blijkbaar een onuitwisbare indruk op hem gemaakt. Hij vroeg zich af waarom. Diep in zijn hart wist hij heel goed dat ze een trut was. Niet zijn type. Vriendinnen had hij zat. Er was altijd wel iemand die met hem mee wilde, naar de film of naar een tentoonstelling in Parijs. Soms ging hij in een week met drie verschillende vrouwen naar bed. Dat was meestal aangenaam, maar niet bijzonder opwindend. Drama’s vermeed hij zoveel mogelijk. Sinds zijn scheiding, zeven jaar geleden, had geen enkele vrouw hem echt geraakt. Waarom viel hij dan nu als een baksteen voor die keiharde zuster? Had ze hem uberhaupt wel zien staan? Hij keek op zijn horloge. Als hij opschoot, had hij nog net tijd om oma op te zoeken in het ziekenhuis.