500 …punt…

Naar waarheid: er is iets blijven liggen van 14-5-95. Een wat ruw losgescheurde dag. Geef ik graag toe. Maar het blijft toepasselijk en lag als volgt.

Een kegel hebben, een transparante puntmuts van alcohol voor je uitblazen. Dat heeft iets. Ook bij een ander. De charme van de kleine ontsporing. Een man, en waarom geen vrouw, zich losjes vasthoudend aan stang in tram. Met oogjes als van kameleon fragment van wang binnen of kuit buiten bestrijkend en tegelijkertijd die gasvormige spiraal je neus in borend.
Schaduw van geest van levenswater. Bol staand van enigszins tipsy is anders. Alweer die bol die geen bal is maar een kegel die een beetje bol staat. Een bol die een tikje kegelt. Een kubus met een ronde bodem maar met punthoofd. Een wortel is een cylinder.
Bol houdt de dingen bij elkaar. Het stond er bol van de mensen. Mijn hart staat bol van liefde voor zowel rozen als afrikaantjes.
Van bol naar bosje. Mag ik een bosje van A. Coorten?
Terug naar bol.
Mijn voet stsaat bol van tenen. Gehaktbol.
Mag ik twee bollen biet, een bal appel en een kegel peer?
Een opvallend korte cylinder, dat moet een koffiekopje van Arabia zijn.
Een rechthoek brood, waarom dan niet een cirkel knoflook?
Suikerbrood is kegelvormig.
De appelbol vooral is een gewaagd persoontje. Daar leeft de veronderstelling dat iets pas bol is wanneer het een vulling heeft. Waarom is de gemberbolus niet bol? De peerbol zou, in geval van verkrijgbaarheid, onomkeerbaar kegelvormig zijn. Ieders bolus is met een beetje geluk een spiraal.
Tot de maaltijd op tafel komt nog net de gelegenheid de biografie van Maus Gatsonides uit te lezen. Het bramenbosje van mijn ogen verstrikt in de kubus van uw billen. Maar dat is het punt niet.