500 …twijfel…

Opzij kijkend, weg van de straat waar trams rijden en etalages blinken, de lantaarns branden nog net niet, is alles verzadigd van een egale dofheid. Plaveisels, gevels en zelfs grachtwater. Geen glimlach of ander glanzende plek te zien. Bijpassende stilte, hoewel stads.

De hand van de slager beweegt zich tastend in zeven lammeren tegelijk en drukt, als een gelukkige blinde die op vrijdag de koran openslaat, zijn deskundige vingertoppen tegen het strak staande vel. Bevoelt zijn verzameling en pikt er de vier meest glanzende voor je uit. Ze zijn met kleine stukjes vet en velletjes overdekt. Alsof ze net zijn geboren.
Om het makkelijk te maken kun je ook zeggen dat goede lamsnieren op grote gezonde bonbons lijken. Kruising tussen rumbonen en caramelcapsules, waarvan de smaak even aangezet is met amarins en een enkele stofje cayennepeper. Elke nier in zes plakken. Het vette hart van vet gevoerd aan vliegende hond of carnivoride cactus. Het mes, het mes dient weerstand te voelen.
De geest, de geest ook. Het is al weer te laat om runderlap met oesters en port te eten. Maar dat gaat over thuis. Alles is thuis. Daar liggen ook twee bosjes boschuitjes al zoet klaar om in dienst van tafelheil te sterven op de operatietafel. Hier is het uit of buiten en acute oudjaarlijkse spleen. Waarin, in een bad van groene ui, en beschuimd met een paplepel ras-el- hanout, mijn 24 plakken lamsnier rondzwemmen. Maar daar komt de vlinderslag van de twijfel aandrijven.
‘Slager, beste slager. Hoe zoudt u nu vanavond die lamsnieren aan uw vader voorzetten?’ 'Gaat u zitten, meneer. Laten we eerst een kop zoete muntthee drinken en er een Marokkaanse zwarte olijf bij eten. Bent u een beetje op de hoogte met Lawrence Durrell? Alexandria Quartet en zo? Dan weet u wat Lawrence zei: “Zwarte olijven, een smaak zo oud als die van koud water.” Was er verder nog iets van uw ongelovige dienst?’
'Zeven zwarte olijven, slager.’