Jude Bellingham en Harry Kane tijdens de kwartfinale tussen Engeland en Frankrijk. © Maurice van Steen / ANP

Tragiek hing in de woestijnlucht toen Harry Kane vijf minuten voor het einde van Engeland - Frankrijk vanaf de elfmeterstip oog in oog kwam te staan met Hugo Lloris. De Engelse aanvoerder tegen de Franse aanvoerder. Twee ‘frenemies’ die al jarenlang voor Tottenham Hotspur spelen. Een half uur eerder had Kane met een strafschop de 1-1 binnen geschoten. Nu was het zijn kans om de kwartfinalewedstrijd opnieuw gelijk te trekken. Maar er gebeurde iets onvermijdelijks: hij schoot de bal hoog over. Opnieuw waren Engelse voetballers erin geslaagd om een eindronde op een tragische wijze voortijdig te verlaten.

Geen voetbalnatie kan zo mooi en memorabel verliezen als Engeland. In 1986 maakte Maradona, met zijn Hand of God, een einde aan de droom om het wereldkampioenschap te winnen. In 1998 en 2006 kregen David Beckham en Wayne Rooney rode kaarten in de cruciale wedstrijden tegen respectievelijk Argentinië en Portugal. In 2010 verloor Engeland van de Duitsers nadat een glaszuiver doelpunt van Frank Lampard was afgekeurd. Het WK van 1994 in Amerika werd niet eens gehaald nadat de Engelsen groot onrecht werd aangedaan in de beslissingswedstrijd tegen Oranje in De Kuip, iets waar ze nu nog over mopperen.

Maar het zijn vooral strafschopdrama’s, de koningsdrama’s van deze tijd, die voor zoveel tranen en trauma’s hebben gezorgd. Elke Engelse voetballiefhebber van boven de veertig herinnert zich nog goed de missers van Chris Waddle en Stuart Pearce in de halve finale tegen de Duitsers op het WK van 1990, alsmede de tranen van Paul Gascoigne die door een gele kaart de finale zou missen. Zes jaar later was Gareth Southgate de schlemiel in de halve finale op het EK tegen datzelfde Duitsland, het kampioenschap dat het voetbal na dertig trofeeloze jaren thuis had moeten brengen. ‘Football’s coming home’, klinkt het 26 jaar na dato nog steeds.

Een zenuwslopende verlenging bleef de getraumatiseerde voetbalnatie deze keer bespaard

Niet alleen de ‘Krauts’ hebben de The Three Lions op dit gebied gegeseld. Portugal deed dat in 2004 en Italië zowel in 2012 als in 2021. Dat laatste tijdens de finale op het eigen Wembley nota bene, toen drie jonge Engelse spelers de bal niet in het net wisten te krijgen. In het tussenliggende Europees Kampioenschap werd Engeland uitgeschakeld door IJsland, wat eerder komisch dan tragisch was. Groot was de ontlading toen de eilandbewoners in 2018 eindelijk een strafschoppenserie wisten te winnen, van Colombia. Om vervolgens in de halve finale tijdens de verlenging te worden uitgeschakeld door de kleine voetbalnatie Kroatië.

Wat nog ontbrak in deze ‘56 jaren van pijn’ was pijniging door de Fransen. Vijf keer hadden de Engelsen tijdens een eindronde Frankrijk ontmoet: twee zeges, twee gelijke spelen en een nederlaag. Nog nooit was de entente cordiale in een knock-out-wedstrijd op de proef gesteld. Van een grote voetbalrivaliteit is dan ook geen sprake. In de aanloop naar de wedstrijd tegen de wereldkampioen waren er plagerijen − The Sun die een juichende Kane afbeeldt in een geroosterde boterham met de kop ‘Now let’s make French toast, lads’ - maar dat is niets vergeleken met de oorlogszuchtige stemming die ontstaat wanneer de Duitsers of Argentijnen wachten.

Here oui go, zo luidde het optimistische devies. En in het Al Bayt-stadion speelden de Engelsen een uitstekende wedstrijd. Sterker, zeker in de tweede helft waren ze beter dan de regerend wereldkampioen. Niet Kylian Mbappé maar Buyako Saka bleek ongrijpbaar te zijn voor de verdedigers. De Duitsers, Spanjaarden, Portugezen en Spanjaarden waren al naar huis gestuurd. Italië, zo’n andere plaaggeest, deed niet eens mee. In de halve finale zou Marokko wachten. Op het veld stond het beste Engelse team sinds het gloriejaar 1966, met die vriendelijke en emotioneel intelligente gentleman Southgate langs de zijlijn.

Bij de Engelsen begon de geest van Azincourt te leven, de legendarische zege op een Franse overmacht in 1415 onder leiding van koning Henry V. Les Bleus waren minder sterk dan gevreesd en een gelijkmaker vijf minuten voor het einde zou een genadeklap zijn, net zoals Brazilië zich enkele dagen eerder niet had weten te herpakken na een laat doelpunt van de Kroaten. De afstand naar glorie was elf meter, of zoals de Brexiteers het liever hebben: twaalf yards. Maar koning Harry faalde op heroïsche wijze. Wederom hebben de Engelsen met strafschoppen verloren, maar een zenuwslopende verlenging bleef de getraumatiseerde voetbalnatie deze keer bespaard.

In dit blog doet De Groene komende weken verslag van het WK in Qatar – verslag van mensenrechten, misstanden, het mediacircus en misschien soms voetbal.