6 de tragikomedie van het russische fascisme

De kortstondige oorlog tussen Rusland en Japan in augustus 1945 veegde de laatste illusie weg van de oprichter van de eerste Russische fascistische partij. Bijna twintig jaar had Konstantin Rodzajevski in zijn hoofdkwartier in Mantsjoerije op de beslissende veldtocht tegen het door hem ten diepste gehate communisme zitten wachten. Vlak bij de grens had hij een gigantische toren laten oprichten met daarbovenop een enorme, dag en nacht ronddraaiende en oplichtende swastika.

Toen in augustus 1945 eindelijk de oorlog uitbrak - zij het niet ontketend door de Japanners maar door de Russen - was Japan in feite al verslagen door de Amerikanen. Moedig stortten Rodzajevski en zijn Asino-brigade zich aan de zijde van de laatste rammelende Japanse formaties in de slag. Zij werden in enkele dagen door de Russen verpulverd. Rodzajevski liet zijn gezin in de steek en vluchtte met tienduizenden andere voormalige WitRussen en aanhangers van zijn fascistische partij naar China, dat nominaal veiligheid leek te bieden onder de generalissimus Tsjang kai Tsjek die had verkondigd zich niet aan het verdrag van Jalta te houden. Hij zou dus geen uitgeweken Russen uitleveren aan Stalin. Diens agenten zwierven echter al bij honderden uit in Azie en in West-Europa, op zoek naar wie zij konden verslinden. Rodzajevski zat in Tientsin op een schoen en een slof drie hoog achter te vegeteren, toen hij in contact kwam met zo'n stalinistische agent. Deze verzekerde hem dat een geheel nieuw Rusland mensen als Rodzajevski broodnodig had. Hij zou onmiddellijk hoofdredacteur kunnen worden van een krant; waar, dat mocht Rodzajevski zelf rustig bekijken en beslissen. Stalin had de democratie hersteld. Rodzajevski liet zich verleiden. Hij verlangde watertandend naar kaviaar en naar een piano om vaderlandse liedjes op te spelen. Op de Sovjet-ambassade in Tientsin wachtte zulks hem allemaal.
Eerst schreef Rodzajevski nog een brief aan Stalin, om hem uit te leggen dat in wezen door Stalin alles was verricht waar ook Rodzajevski altijd voor had gevochten: een groot, machtig Rusland onder een machtige, door God gezonden, verlichte dictator die bovendien alle slechte bolsjevieken had uitgeroeid. Drie dagen lang mocht Rodzajevski op de Sovjetambassade in een droomwereld van drank en kaviaar leven, en inderdaad stond er zelfs een piano voor hem gereed. Na drie dagen werd hij op een wel erg geheimzinnige manier op het vliegtuig gezet. Waarna de Russische agent hem geweldig hartelijk uitgeleide deed. Het vliegtuig zou naar Siberië gaan want daar wilde Rodzajevski hoofdredacteur worden. Het vloog echter regelrecht naar Moskou. Van het vliegveld daar werd Rodzajevski overgebracht naar de Loebjanka-gevangenis. Op 30 augustus 1946 werd hij ter dood veroordeeld. Hij zag er toen uit als een levend lijk. Tot het laatst toe bleef hij hopen op een antwoord op zijn brief aan Stalin.
Nog geen half jaar later werd de man die Rodzajevski in 1934 vanuit Amerika de hand reikte, vrijgelaten uit de Springfieldgevangenis, waar hij na een proces in 1943 was opgesloten. Die man was Anastasius Vonsiatsky, oprichter van een andere Russische fascistische partij, de Al-Russische Fascistische Organisatie, opgericht in 1933 in Thompson, Connecticut. In een gebied zo groot als de provincie Utrecht, dat Vonsiatsky Country werd genoemd, bouwde Vonsiatsky in de jaren dertig een klein Derde Rijk op, inclusief Adelaarsnest, slagschepen die werden gemeerd in gigantische vijvers, plus diverse forten en kazernes met schietterreinen en wapenopslagplaatsen. Vonsiatsky financierde een en ander allemaal uit het fortuin van zijn bijna twintig jaar oudere vrouw, de miljonaire Marion Ream. Hij had haar ontmoet toen hij enkele jaren na zijn vlucht uit Rusland als manusje-van-alles in een Parijse nachtclub optrad. Vonsiatsky zag er uit als een geheimzinnige, erotische Rus, zo weggelopen uit een roman van Dostojevski. Hij gedroeg zich even mysterieus als Stavrogin. Hij had een bloedig verleden: als medestrijder in een Wit-Russisch leger had hij op een dag vijfhonderd bolsjevieken aan zijn bajonet geprikt.
Eigenlijk was hij al getrouwd met een joods meisje uit een gezin dat hem, toen hij zwaargewond was, onderdak verschafte, maar Vonsiatsky ontdekte dat dit huwelijk niet gold voor een gelovige Russische orthodoxe katholiek en dus kon hij gaan teren op de nimmer eindigende geldvoorraad van Marion, die alles van Anastasius door de vingers zag, zelfs zijn maitresses. Vonsiatsky’s combinatie van fascisme en religie leidde ook tot een fascistische Bijbelschool. Aan het einde van de jaren dertig werd zijn aanhang, negentig procent Russische emigranten en tien procent Amerikaanse nazi’s, geschat op honderdduizend. De toogdagen geschiedden geheel in nazistische stijl. Vanuit vliegtuigen liet Vonsiatsky vele tienduizenden hakenkruisjes over de grensgebieden rond Vonsiatsky Country neerdwarrelen. In 1935 toen hij in Tokio als een tweede Charley Chaplin was ingehaald, verenigde hij zijn partij tijdelijk met die van Rodzajevski, die even hard met de Japanners dweepte als Vonsiatsky met de nazi’s. Vonsiatsky vond Rodzajevski, die eveneens tegen de bolsjevieken had gevochten, te tsaristisch. Vonsiatsky wilde een nationaalsocialistisch Rusland onder zijn leiding. Ook verzette Vonsiatsky zich tegen het hevige antisemitisme van Rodzajevski, een ijverige verbreider van de ideologie die was vervat in de overigens ook door Russische emigranten verzonnen Protocollen van de Wijzen van Zion, het handboek tot uitroeiing van het tegen de wereld samenzwerende jodendom. En ten slotte duldde Vonsiatsky niet een tweede haan naast zich in het unieke Russisch-fascistische kippenhok.
Toen Duitsland Rusland binnenviel, sprongen beiden, Vonsiatsky en Rodzajevski, een gat in de lucht. Maar de door Rodzajevski verhoopte overval van Japan op Rusland zou er niet van komen, terwijl de positie van Vonsiatsky in Amerika snel verslechterde omdat Amerika een bondgenoot van de Sovjetunie was geworden.
In 1943 werd hij eindelijk opgepakt en, overigens op zwakke beschuldigingen, veroordeeld. Vonsiatsky Country werd tijdelijk geïsoleerd. Toen Vonsiatsky in 1947 vrijkwam, wachtte hem nog een onbezorgde oude dag met zijn fascistische speeltjes.
Tot 1965, het jaar van zijn dood werkte hij aan zijn archief met knipsels en herinneringen, bij elkaar 28 banden. Op Vonsiatsky Country staat de geweldige crypte waarin Vonsiatsky begraven ligt, te zamen met Marion en Priscilla zijn laatste geliefde, de enige die hem een zoon schonk. Vandalen vernielden enkele jaren geleden het glas-in-lood waarop moeder Maria stond afgebeeld met het kindje Jezus.