Selecties uit het archief van de Groene Amsterdammer

60 jaar Israël

6 December 1952
Anti-Zionisme en Antisemitisme
Een fatale vergissing

“Anstaendige Juden haben selbstverständlich bei uns nichts zu fürchten”, zo schreef een vriendelijke oude dame uit Berlijn nog in 1938 aan een Nederlands familielid, dat haar van zijn ongerustheid over het lot van de joden in het Duitsland van Hitler had doen blijken. Aan deze geruststelling werd ik herinnerd, toen ik in de Groene van 29 november las, hoe aan het einde van een kort artikel over Praags politieke proces werd verzekerd, dat daarbij wel ‘anti-Zionisme’ doch geen ‘anti-semitisme’ in het spel geweest zou zijn.

[…]

Maar één ding is in deze eeuw beslist onmogelijk: als niet-Jood tegen het zionisme te zijn en toch vrij te blijven van anti-semitisme. Wie niet wil dat Joden zich in het hun eens beloofde land zichzelf proberen te zijn, trachten in vrijheid met elkander te leven en hun eigen staat opbouwen, die is reeds alleen daardoor tot anti-semitisme vervallen.

[…]

Dat men anti-Zionist zou kunnen zijn zonder zich in feite tevens als anti-semiet te gedragen is een fatale vergissing waaraan men zich in de Groene schuldig heeft gemaakt.

Frits Kuiper

Naschrift van redactiewege:

[…]

Anti-Zionisme en anti-semitisme zijn verschijnselen die elkaar evenmin om- of insluiten als ze elkaar uitsluiten. Zij vinden hun oorsprong in geheel verschillende lagen van de menselijke psyche. Anti-semitisme is een irrationeel en zelfs voor de rede nauwelijks aantastbaar uitvloeisel van het onderbewuste driftleven. Anti-Zionisme is het resultaat van, dan niet juiste, rationele, voor velen misschien zelf té rationele, overweging van een politiek en historisch probleem.

Daaruit volgt onmiddellijk dat het hier gemaakte onderscheid van bijzonder groot practisch belang kan zijn, en in feite is, wanneer het anti-Zionisme in een concrete situatie niet slechts een rationalisatie van anti-semitisme is. Zulks in de eerste plaats voor de Joden zelf. Het maakt voor hen, en minder direct maar daarom ook niet minder wezenlijk ook voor de niet-Joden, een enorm verschil of zij zich slechts belemmerd zien in de mogelijkheden tot ontplooiing van hun Zionistische activiteit, dan wel of zij blootgesteld worden aan driftmatige vervolging, ook al neemt die niet direct de paroxistische vormen aan van de Duitse.

27 Mei 1967
Voor de Israëliërs is er geen weg terug

Het is niet moeilijk begrip op te brengen voor de motieven die een aantal, voornamelijk Europese joden, destijds bewogen tot hun zionistische streven. Ons slechte geweten doet het ons vervolgens weinig hoofdbrekens kosten om sympathie te koesteren voor het mede uit dit streven voorgevloeide resultaat: de staat Israël. Begrip en sympathie doen echter niets af aan de omstandigheden dat de staat Israël, tegen de achtergrond van de twintigste-eeuwse ontwikkelingen, in feite een onding is. Alleen al door zijn bestaan temidden van een naar afschaffing van koloniale verhoudingen emanciperende wereld provoceert Israël tot veel van de moeilijkheden die zich in het Midden-Oosten voordoen.

Het streven naar massale terugkeer naar een land waaruit men reeds eeuwen verdreven is en waarmee geen enkele reële band bestaat komt, zeker als dit land inmiddels bevolkt is door anderen, neer op kolonialistisch handelen.

[…]

Israël is dus een onding., een voortdurende bron van onrust. Maar de oorspronkelijke immigranten zijn inmiddels geïntegreerd in hun nieuwe omgeving en zij hebben een generatie voortgebracht voor wie Israël een echt vaderland is. Deze generatie heeft geen banden meer met het verleden overzee. […] Er zal dus, in de een of andere vorm, gestreefd moeten worden naar een modus vivendi tussen Israël en de omringende Arabische staten.

[…]

Hoewel er een kans bestaat dat het tot een oorlog komt, lijkt zulks me toch niet al te waarchijnlijk. De belangrijkste machten achter de schermen, de Sowjet-Unie en de Verenigde Staten, zijn daarmee niet of nauwelijks gediend.[…]

Het kenmerkende van de huidige fase in de geschiedenis van de mensheid is dat er een einde komt aan de vrijwel absolute controle die de Sowjet-Unie en de Verenigde Staten op het wereldpolitieke gebeuren uitoefenden. De nauwelijks gedefinieerde status quo wordt door kleine mogendheden aangetast, revolutionaire bewegingen blijven niet langer aan de leiband lopen, jarenlang gekoesterde verlangens geeft men alom vorm en dat leidt tot strijd: in het Verre Oosten, waar de Vietnamezen geen voetbreed wijken, in Latijns-Amerika waar de guerrillabeweging opvlamt, misschien nu ook in het Midden-Oosten.

Wouter Gortzak

17 Juni 1967

Help Israël uit de droom

Het ergste wat er in het Midden-Oosten kan gebeuren is dat Israël de gebiedsuitbreiding die het in zijn korte oorlog van de vorige week heeft gekregen, handhaaft en als onderhandelingsobject gaat gebruiken. De tegenstellingen zullen daardoor zeker zo worden gescherpt dat, een vreedzaam samenleven onmogelijk wordt. De Arabische landen zullen een harde lijn niet anders kunnen zien dan als een poging hen door vernedering mores te leren. Dat moet funeste gevolgen hebben, temeer, omdat de religieuze sentimenten bij de gebiedskwestie zo meespelen. Jeruzalem is voor Mohammedanen minstens zo’n heilige plek als voor de Joden. De Israëlische politiek van het ogenblik is echter gericht op onbetwiste heerschappij over de oude stad. De basis waarop deze aanspraak rust is duidelijk uiterst religieus getint. Het gebaar van Ben Goerion, die een Arabische inscriptie uit de klaagmuur liet verwijderen, spreekt in dat opzicht boekdelen. Wanneer men het geschil op dit niveau toespitst, ontstaat een levensgevaarlijke situatie. Dan komen als het ware twee goden tegenover elkaar te staan, en men kan uit de geschiedenis leren wat er gebeurt als de ene theocratie de andere te lijf gaat.

[…]

Redactioneel commentaar

8 Juni 1988

Wat moet er worden van het land waar mijn kampgenoten een toevluchtsoord vonden?

Sind enige dagen ligt het boek over de grens van de Israëlische schrijver en journalist David Grossman in de winkels. […] Het boek als geheel heeft mij de verzengende haat, die zichtbaar in de harten van de Palestijnen gloeit, pas echt laten voelen.

[…]

Niet alleen de woorden van Palestijnen dompelen mij in diep pessimisme. Ik begrijp hun woede, hun vertwijfeling en ben verbaasd over het vermogen van sommigen hun toestand te relativeren. De doofheid en blindheid voor de gevoelens Arabische medemensen, het fanatisme van _Goesj Emoeniem-_aanhangers en hun medestanders en het gebrek aan fantasie van Israëlische kolonisten over een realistische en menswaardige toekomstvisie drijven mij tot wanhoop. Deze mensen die met Grossman open en zelfs schijnbaar vriendelijk diskusieerden, hebben een ondoordringbaar pantser van onbegrip om zich heen opgetrokken.

Het boek bezorgt mij slapeloze nachten. Wat moet er worden van het land worden waar mij vrienden uit de kamptijd een toevluchtsoord en een toekomst dachten te vinden? De meesten van hen zijn mild in denken en doen, sympathisant of zelfs lid van Vrede Nu. Zij willen leven zonder geweld en met respekt voor de medemens. En zij willen niet misbruikt worden als legitimatie voor wapengekletter en propaganda-retoriek.

[…]

Indien nu, zoals in Israël, oproer met onder meer knuppels bestreden wordt en van hogerhand, van officieren en zelfs van de minister van defensie, het bevel komt de botten van stenengooiers te breken dan is het gevaar niet denkbeeldig dat het individuele schuldbesef van soldaten wordt ondermijnd. Deze soldaten, loyaal aan hun land, in het geloof dat hen een dodelijke haat omgeeft, overtuigd van de eigen superioriteit met het recht aan hun zijde, hebben al te lang, vaak al in de voor hen onbegrijpelijke Libanon-oorlog, het uniform gedragen. De verruwing en de verharding welde die ervaring in hun ziel heeft teweeggebracht, mondt uit in de vernederende taferelen die de goedkeuring dragen van de huidige regering.