7 vragen aan… Annelies Verbeke

© ILFU/ Wannes Nimmegeers

Ze werkt aan een nieuwe verhalenbundel die begin volgend jaar verschijnt, en waarvoor ze zich door de klassiekers heeft laten inspireren. Annelies Verbeke hoeft niet lang na te denken over de vraag welk boek iedereen voor zijn achttiende gelezen moet hebben.

Wat was het leukste moment tijdens het schrijven van uw nieuwe boek?
Ik nader de eindfase van Treinen & kamers, dat in januari zal verschijnen. Elk verhaal erin is geïnspireerd door een klassieker uit de literatuur, wereldwijd, van vóór 1900. De leukste momenten vond ik die waarin ik tijdens het (her)lezen van de klassieker in kwestie een verhaal ‘krijg’. Zo voelt het toch telkens, niet alleen met dit boek. En dat resoneert dan, uiteraard, met iets in mezelf. Ook de literatuurstudie en het me verbinden met literatuur die al vierduizend jaar bestaat, vond ik voor dit boek in het bijzonder ontroerend en ondersteunend.

Wie van uw tijdgenoten wordt over honderd jaar nog steeds gelezen?
Vind ik moeilijk te zeggen, maar ik hoop het in het bijzonder voor Marie NDiaye, A.L. Kennedy en Jean Echenoz.

Welk boek, geschreven door iemand anders, zou u zelf geschreven willen hebben?
Ik heb geen last van dit soort wensen. Maar toen ik Een doodgewoon leven van Karel Čapek las, voelden bepaalde passages ontzettend vertrouwd aan. Alsof ik bij het lezen precies wist wat er zou komen en hoe het zou worden geformuleerd.

Als u een schrijver zou kunnen zijn waar of wanneer dan ook, waar en wanneer zou dat zijn?
Enheduanna, de eerste onze bekende auteur, die leefde in 2300 voor Christus, verhief een godin (Inanna) boven de andere uit, schreef schitterende gedichten, vormde een soort sekte om zich heen en was op cultureel vlak de meest toonaangevende persoon in Mesopotamië. Niet dat ik dat nu per se allemaal zelf wil, maar saai klinkt het niet. Helaas kwam er op een gegeven moment wel een agressieve man langs die haar liet verbannen naar een onherbergzaam bos en haar aanraadde zelfmoord te plegen. Gelukkig herstelde ze zich.

Er staat een tafeltje langs de Seine klaar, met een roodgeblokt laken, twee wijnglazen, een kaars. Obers in jacquet staan paraat.
a) Welk personage uit de wereldliteratuur zou u voor een diner uitnodigen?

In Deserteren schreef ik over de manier waarop Charlotte Buff-Kestner, die echt bestaan heeft, door zowel Goethe (Het lijden van de Jonge Werther) als Thomas Mann (Lotte in Weimar) wordt neergezet. Ik kreeg erg veel schik in het zelf tot leven wekken van de oudere en de jonge Charlotte. Dus met haar (of met hen, jonge en oudere versie) wil ik wel eens dineren in Parijs.

b) Waar zouden jullie het over hebben?
We praten dan over de pro’s en contra’s van Goethe en Mann. Ik hoop op veel petite histoire van haar kant.

Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?
Alice in Wonderland van Lewis Carroll.

Wat is het interessantste dat u onlangs van een boek geleerd heeft?
Ik las Vladimir Nabokovs erg mooie kleine biografie over Nikolaj Gogol en kwam zo onder andere te weten dat Gogol er absoluut niet tegen kon dat zijn werk verkeerd werd geïnterpreteerd, anders dan hoe hij het bedoeld had. Hij moest dan achteraf altijd per se van alles gaan uitleggen, duiden en zich ergeren. Ik heb dat ook wel. Ook al ben ik het er wel helemaal mee eens dat de lezer nog iets moet kunnen invullen, dat die mede het werk maakt. Dat wil ik als lezer ook. Maar de lezer moet nu ook niet overdrijven, alsof het niet zou uitmaken welke interpretatie hij heeft. Hahaha, ik begrijp Gogol helemaal! En ik hield al zoveel van hem!


Op uitnodiging van het ILFU schreef Annelies Verbeke het korte verhaal Bloopers in het 50 Stories for Tomorrow magazine.
(Voorlezen als een verhaaltje voor kleuters.)
(Mevrouw ligt op haar rug in de tuin. De muizen – negen zijn het er – praten in koor. Ze zitten naast haar en op haar borst en schouders.) >>