Bindervoet & Henkes luisteren Fellini af

8 ½

Bindervoet en Henkes volgen een dialoog tussen de regisseur uit de film en de regisseur wiens film hem ontvallen was. Het idee was hem door de vingers geglipt, hij wilde opgeven. «Toen klikte het ineens: dat was de film die ik moest draaien.»

(Toneel: een filmset. Op de achtergrond een raketachtige stellage. Twee bebrilde figuranten van begin veertig proberen een stuk te schrijven voor De Groene Amsterdammer over de film 8 ½, maar het komt niet van de grond. Ondertussen praten de hoofdpersoon van de film, de regisseur Guido Anselmi, en de regisseur van de film, Federico Fellini, honderduit. Guido stelt de vragen, met op zijn gezicht de uitdrukking van een koppige boerenkinkel.)

Ben ik een autobiografisch figuur?

  • Alleen aan de oppervlakte. Je hebt mijn zwarte Stetson op.

  • Ben ik een oppervlakkig figuur?

  • Alleen voor zover je Alleman bent. Zwak, onzeker. Een gevangene van zijn eigen stagnatie. Een regisseur die niet meer weet wat voor film hij wilde maken. De beslagen raampjes van je auto zitten potdicht. Je krijgt ze met geen mogelijkheid open. Je snakt naar adem.

  • Is het zo treurig gesteld met mij?

  • Het is een komische film. Het is een blijspel, met op het toneel drie deuren. De drie ingangen tot de werkelijkheid: heden, verleden en verbeelding.

  • De waarheid gelogen, oprecht geveinsd?

  • Een eerlijke film, zonder berekening. Je staat in de file voor een tunnel en wordt aangegaapt door je medeweggebruikers. In één van de auto’s laat je mollige maîtresse zich betasten door een ander. Misschien haar man die zulke mooie brieven schrijft.

  • Een humoristische film?

  • Ja. Heel anders dan La dolce vita: de treurigste film die ik ooit zal maken. Daar was je een visachtig wezen, een monster, aangespoeld op het strand, door badgasten en vissers omringd. Een film zonder hoop. Nu word je bevrijd van je neuroses en je trauma’s.

  • Ben jij dan een autobiografisch figuur?

  • De mens is een labyrint van herinneringen, dromen, gevoelens, gedachten, ondervindingen, bewuste of onbewuste wensen, voorstellingen en willens, wetens en niet-wetens. Ik wilde een portret maken van een man op een willekeurig moment van zijn leven, op alle vlakken, gefilmd als een huis waarvan de façade is weggevallen. Maar welk beroep moest de man hebben? Terwijl er in een bos bij Rome een heel kuuroord werd opgebouwd voor de film was er geen film meer: het idee was me door de vingers geglipt. Ik wilde opgeven. Daar zat ik, een regisseur wiens film hem ontvallen was. Toen klikte het ineens: dat was de film die ik moest draaien.

  • Is de hoofdpersoon dan de zoekende en tastende nietswetende verteller geplaagd door onzekerheden, critici, producenten, acteurs, de crew, vrouwen en grote verantwoordelijkheden?

  • Het is een liefdesgeschiedenis. Guido leert liefhebben. Hij heeft jullie allemaal nodig. En zo is het goed. Het is heel eenvoudig.

  • Wanneer ben je jezelf voor het eerst vragen gaan stellen?

  • Ik heb mezelf nooit vragen gesteld en ik stel mezelf nog steeds geen vragen en ik snap ook bij God niet waarom jij me deze vragen stelt. Ik moet dan doen alsof ik iemand ben die het antwoord op die vragen weet, en dat ben ik helemaal niet.

  • De film begint als Ulysses, een dag in het leven, en eindigt als À la recherche du temps perdu: als Marcel kan gaan beginnen met schrijven is het boek al klaar. Als ik, als Guido, kan beginnen met filmen, is de film al afgelopen. Is dat bewust met opzet?

  • Die boeken heb ik nooit gelezen. Ik ga ook nooit naar de film.

  • Zelfs je eigen niet?

  • Laat staan mijn eigen.

(Ze lachen. De twee figuranten ijsberen rond hun laptop, die ze op de regisseursstoel hebben neergelegd. Ze wenden hun gezicht naar de camera. Close-up. Ze zijn geschminkt als clowns en voeren de volgende, later ingesproken dialoog op:)

  • Zeg Otto…

  • Ja Mezzo?

  • Wat vind jij eigenlijk mooier, de zon of de maan?

  • De maan, Otto.

  • Waarom, Mezzo?

  • De maan is veel nuttiger, Otto. Dat weet een kind.

  • Hoe bedoel je, Otto?

  • Nou, de maan schijnt voor ons als het donker is, zodat we wat kunnen zien als we niks kunnen zien.

  • En de zon dan, Otto? Die schijnt toch ook?

  • Ja, maar de zon schijnt als het buiten toch al licht is!

(Guido en Fellini zijn gaan zitten in de sportwagen van Marcello Mastroianni. Het landschap schiet aan ze voorbij. Hun schaduwen verlengen zich en vervloeien met de weilanden en de voorsteden met flatgebouwen die ze passeren. In een van de weilanden lopen schichtige paarden. Guido herneemt het gesprek:)

  • Is het psychoanalyse op celluloid?

  • Het is een goudmijn! Je kust je moeder. Je kust je vrouw. Je vader gaat ontspannen zijn graf in. Het zijn symbolen die iets onthullen en niet iets verbergen. Een intuïtie. Het onbenoembare onuitsprekelijke. Je schaamt je niet meer voor je grote zwakheid: dat je nergens een algemene voorstelling van hebt.

  • Waarom 8 ½?

  • Het is een werktitel. Eerst teken ik aan één stuk door tieten en konten. Met 129 balpennen, 21 potloden en achttien andere soorten schrijfgerei. Dan komt er een werktitel. Het is mijn achteneenhalfste film. Bij ons thuis moesten de kinderen om half negen naar bed. Toen ik achteneenhalf was had ik mijn eerste seksuele ervaring. En in de scène waarin jij je harem temt in een oude boerderij komen achteneen halve vrouw voor. Jij temt ze, zoals ik de acteurs tem, en zoals mijn betoveroverovergrootvader van moeders kant kikkers en muizen temde in een pauselijk cachot.

  • Wie is die halve?

  • Een maîtresse heb je nooit alleen.

  • En Claudia? Wie is Claudia?

  • Het is hoogzomer. Ze zweeft in schoonheid naar de bron. Epifaanbefonkeld. Je moet over je zonnebril heen kijken om haar goed te kunnen zien. Het speelt zich helemaal af in het kuuroord. Ze geeft je water en jij bent Quasimodo.

(In een cabriolet rijdt een dame voorbij. Ze stopt voor het stoplicht waar ook Guido en Fellini staan te wachten. Ze heeft een gouden neus en op haar schouder zit een doodshoofdaapje. Ze roept:)

  • Meneer Fellini! Waarom maakt u nooit ’s een film met normale mensen?

(Ze slaan geen acht op haar. Het licht springt op groen. Guido vraagt, gas gevend:)

  • En de slotscène?

  • Er zijn er twee. Jullie komen allemaal de trap van de stellage af of jullie zitten met z’n allen in een restauratiewagon van een voortdenderende trein, die vertrouwenwekkend door de donkere nacht ijlt. Ik weet het nog niet. Maar het is een bevrijding. Een liefdesverklaring. Alles begint opnieuw. Je hebt het eindelijk begrepen…

(Inmiddels op de set. De steeds weemoediger geworden figuranten staan op, ze doen hun clownsneuzen met bril af en doen het licht uit. Het stuk voor De Groene is ze ontglipt.)

Fellini in foto’s, foto’s gemaakt door Gideon Bachmann tijdens de opnames van 8 ½: nog tot 1 februari 2004 in het Filmmuseum in Amsterdam. Een gerestaureerde kopie van 8 ½ draait in Filmmuseum Cinerama.