8. de waanwereld van ezra pound

Tussen 25 mei en 18 juni 1945 woonde Ezra Pound, door veel literatuurcritici beschouwd als de grootste en vooral meest vernieuwende dichter en polyhistor van de twintigste eeuw, in een kooi. De uit de dierentuin geleende, voor een gorilla bestemde kooi stond opgesteld in het Disciplinary Training Centre van het Amerikaanse leger bij Genua. Rond de kooien en tenten waarin de Amerikanen moordenaars en verkrachters uit de eigen gelederen hadden geinterneerd, bleven ‘s nachts om ontsnapping te voorkomen reusachtige fakkels en schijnwerpers branden. Overdag brandde de zon op de kooien. Pound moest zijn behoeften in een blikje doen. Hij droeg een grote Amerikaanse legerbroek zonder riem en schoenen zonder veters. Vanuit de kooi had Pound uitzicht op de heuvels waarop hij als twaalfjarige, tijdens zijn eerste bezoek aan Italie, al verliefd was geworden. Het was het land van Malatesta, de grote immorele, intellectuele, elitaire held uit zijn Canto’s.

De eerste dagen van zijn foltering had Pound nog praatjes genoeg. Hij prefereerde ‘Ben Mus’ - Mussolini - nog altijd boven Roosevelt, die Amerika naar de afgrond voerende jodenvriend; Hitler was in zijn ogen nog steeds een even grote martelaar en heilige als Jeanne d'Arc.
Uit protest bleef hij pal in de brandende zon zitten. Hij liep een zonnesteek op, werd hysterisch, kreeg nachtmerries. Hij stortte in toen hij hoorde van de dood van Mussolini, over wie hij in de Canto’s schreef: 'The enormous tragedy of the dream in the peasant’s bent shoulders/ Manes! Manes was tanned and stuffed,/ Thus Ben and la Clara a Milana/ by the heels at Milano.’
Hij werd overgebracht naar een tent, waar hij wat mocht oefenen met een baseballknuppeltje en wat stenen. Op een hem ter beschikking gestelde oude schrijfmachine kwam Pound weer snel in vorm. Weldra gaf hij opgewekt lessen economie aan de Amerikanen. Een van hen schreef aan zijn moeder dat hij nu pas iets begreep van de Tweede Wereldoorlog. Pound zocht de oorzaak van die oorlog nog altijd bij de joden. Toen de nederlaag van Japan bekend werd, bracht hij de fascistische groet. Hij vergeleek zich in het vooruitzicht van zijn proces met Christus.
Toen hij hoorde dat Lord Haw- Haw - de Engelse radiospreker uit Berlijn -, Quisling en Laval ter dood waren veroordeeld, begon hij hem toch te knijpen. Inmiddels was onder schrijvers in Amerika, aangevoerd door Hemingway en William Carlos Williams, een campagne op gang gekomen die er mede toe zou leiden dat er nooit een proces tegen Pound werd gevoerd, een campagne namelijk om Pound wegens waanzin ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Was Pound niet altijd behalve een genie een extreme excentriekeling geweest, zodat het wel op een krankjoreme collaboratie met de fascisten moest uitlopen?
Excentriek was Pound al in Amerika. Op de scholen en colleges die hij bezocht en waar hij meestal al na enkele maanden werd verwijderd, gold hij als door en door bedorven en bizar. Niet alleen meende hij als dichter bloemen te moeten en kunnen eten, hij waande zich ook een groot pianist. Dat terwijl hij geen ene noot van de ander kon onderscheiden.
In Londen en Parijs maakte hij naam als ontdekker en stimulator van auteurs als Eliot, Hemingway en Joyce, als motor achter diverse tijdschiften, als voorman van de poetische vernieuwing en als auteur van zeer uiteenlopende studies en monografieen, zoals over de componist Antheil en de beeldhouwer Gaudier-Brzeska. Pound was getrouwd maar hield er vele minnaressen op na. In zijn poezie proclameerde hij de seksuele revolutie, die de geest moest bevrijden.
Al in zijn vroegste werk gaf hij uiting aan zijn afkeer van de democratie. Rond 1912 schold hij op joden, negers en vreemdelingen, die Amerika zouden corrumperen. Na kennismaking met de geldtheorieen van majoor Douglas, rond 1918, stortte Pound zich op economische studies. Hij ontdekte dat de banken, goeddeels in handen van de joden, de schuld hadden aan alle oorlogen en crises. Zijn op Douglas’ theorieen gebaseerde nieuwe plan behelsde een onttrekken van de hele geldcirculatie aan de banken. Het geld moest, onder toezicht van de staat, social credit worden. De staat moest zelfs dividend geven op het uitgeven van geld! Pound zag zijn ideeen terug in de corporatistische staatsstructuur van het fascisme. In zijn boek Jefferson and/or Mussolini beleed hij zijn fascistische geloof. Overigens ging Pound in radicalisme verder dan Mussolini. Hij geloofde heilig in De protocollen van de wijzen van Zion die, naar bekend, uiteenzetten dat de wereld in de greep was van het jodencomplot. Hij propageerde de 'kleine’ pogrom en de uitroeiing van alle joden in Amerika.
Op 31 januari 1933 beleefde Pound zijn schoonste dag. Hitler nam in Duitsland de macht over en Pound ontmoette Mussolini! Deze heeft hem daarna nooit meer willen ontmoeten, omdat hij terugdeinsde voor Pounds geldtheorieen. Ook legde Pound Mussolini op onbegrijpelijke wijze uit dat hij een eventuele oorlog alleen kon verliezen als hij niet zorgde voor voldoende produktie van boter. Mussolini en Pound hadden wel gecorrespondeerd, zoals hij hele correspondenties had opgebouwd met diverse fascistische ministers en topfiguren.
In 1939 bracht Pound nog eenmaal een bezoek aan Amerika om het land tot het fascisme te bekeren. Zijn toespraken en betogen werden steeds antisemitischer. In 1941 zetten de fascisten hem in voor de Italiaanse radio. Met een korte onderbreking in 1942-1943 hield Pound zijn radiotoespraken - soms ook antisemitische satires en cabaretteksten - vol tot half april 1945. In 1943 bezocht hij Berlijn en ontmoette hij daar de Engelse fascistische radiospreker Lord Haw-Haw. Hij bleef Mussolini verbeten trouw, ook na diens val in 1943. Pound legde de zieltogende Republiek van Salo zelfs een heel plan voor een nieuw onderwijsstelsel voor, plus een nieuwe complete uitgave van de werken van Vivaldi.
Uit de gesprekken en brieven van Pound nadat hij uit Italie naar Amerika was overgebracht, bleek geen enkele verstandsverbijstering. Het lukte zijn verdediger Julien Cornell echter om Pound voor hij zou voorkomen, te laten onderwerpen aan een onderzoek door vier psychiaters. Deze vertoonden een groot gebrek aan kennis van Pounds leven en werk, maar waren snel geneigd hem waanzinnig te verklaren toen hij ook hen zijn theorieen over geld en krediet presenteerde. Toen Pound in 1958 werd ontslagen uit het St. Elisabethsgesticht waar hij sinds zijn Amerikaanse internering zat opgesloten, verdedigde men deze vervroegde vrijlating mede op grond van het feit dat Ezra Pound al de jaren dat hij het fascisme steunde - en de oorlog van dit fascisme tegen Amerika - krankzinnig moet zijn geweest.
In het St. Elisabethsgesticht hield Pound overigens op ouderwetse wijze hof. Tientallen bewonderaars lagen aan zijn voeten in wat wel de Eziversity werd genoemd. Ook neofascisten doken op, zoals de Amerikaanse Mein Kampf-uitgever en Ku-Klux- Klanlid John Kasper, wiens ideeen Pound verdedigde. Pound mocht zijn maitresses ontvangen en alle boeken lezen die hij wilde. Ook publiceerde hij, zij het niet meer zo uitbundig. Bij zijn vrijlating verkondigde hij dat hij nimmer ongelijk had gehad. Bij aankomst in Napels bracht hij glunderend de fascistische groet: 'Heel Amerika is een gekkenhuis.’
Toen de Italiaanse communist Quasimodo een jaar later de Nobelprijs kreeg, maakte Pound, die zelf op die prijs rekende, fascistische stennis. Hij voerde begin jaren zeventig neofascistische optochten in Rome aan.
Deze merkwaardigste collabo onder de schrijvers stierf in zijn slaap, op 1 november 1972. Kort tevoren deed hij de uitspraak dat alles wat hij had gezegd en geschreven diepe onzin was, dat hij nooit iemand gelukkig had gemaakt en, wijzend op zijn hart, 'dat hij daar in volstrekte eenzaamheid woonde, midden in de hel’.