8. pan

Iemand tikte hem op de schouder. Het was Daphne. David keek haar niet-begrijpend aan. ‘Zullen we iets bestellen?’ vroeg ze, enigszins gepikeerd. ‘Eh ja, natuurlijk.’ Met tegenzin dreef hij de laatste resten van zijn fantasie uit. Eigenlijk wilde hij dat helemaal niet, net nu zuster Lucille Nauta op het punt had gestaan om hem met vastberaden hand een injectie te geven. Daphne zag er hulpeloos uit. Ach ja. Hij had haar uit eten gevraagd, dus hij moest het initiatief nemen. Geen speld tussen te krijgen.

Ze namen allebei spinaziesoep. Daarna at Daphne haas en hij lamsbout met olifantsgras. Het eten was goed. Onder invloed van de rode wijn ontdooide Daphne. Ze begon te giechelen om onbenullige dingen. Over het boek dat ze wilde schrijven praatten ze niet meer. Hij had geen zin in moeilijke toestanden. Liever vertelde hij anekdoten uit zijn leven als journalist. Hoe de bekende schrijver M. een redactrice van een chique maandblad tijdens een receptie uitschold voor ‘kutwijf’, en het handgemeen dat daaruit voortvloeide. Roddel ging er altijd in als koek, Daphne hing ademloos aan zijn lippen. Dat beviel hem eigenlijk maar half. Hij voelde zich een leraar aan een middelbare school die stiekem zat te flirten met een meisje uit de hoogste klas. Aan de andere kant was dat ook wel een prikkelend idee.
Toen ze even later door stille straten naar het gebouw van de universiteit liepen, legde hij voorzichtig een arm om haar slanke leest. Daphne drukte zich tegen hem aan. Ze kwamen bijna te laat voor de lezing, die gehouden werd in een stampvolle collegezaal. Helemaal boven waren nog net twee plaatsen vrij. In het publiek zaten opvallend veel jonge, knappe vrouwen. David verbaasde zich daarover. Zelf had hij zich moeizaam door Het lied van Pan heen moeten worstelen. Op de foto van de schrijver had hij niet gelet, maar blijkbaar werd de auteur door veel van zijn lezeressen als een mannelijke pin-up beschouwd. David vond dat de schrijver eruit zag als een marktkoopman. Hij keek even opzij naar Daphne. Die staarde bewonderend omlaag naar het katheder.
'Dames en heren’, sprak het literaire wonderkind. Hij had goddomme ook nog een sonore stem. 'Vanavond zullen we het over de natuur hebben.’ Een vederlicht lachen steeg op uit de zaal en bleef boven de hoofden hangen. 'Mijn boek’, vervolgde de schrijver, 'gaat over bepaalde aspecten daarvan. Pan personifieert uiteraard de wilde, onbeheerste seksualiteit. Wie zich aan hem overgeeft, raakt elke controle kwijt. Pan is de natuur. Zonder zijn superieure onstuimigheid stagneert het leven. Tegelijkertijd is hij een beest. Zoon van een god… en een geit.’ Gegniffel.
Daphne zat met rode oortjes te luisteren. David gaapte. Nu ze toch niet meer op hem lette, probeerde hij de draad van zijn dagdroom weer op te vatten. Maar dat lukte niet goed. Steeds als hij zich Nauta voor de geest haalde, was ze met een andere man bezig. Met die lange dokter in zijn witte jas. Zou ze daar echt iets mee hebben?