Jonathan Franzen

8. The Corrections

Jonathan Franzen, The Corrections (2001)

Jonathan Franzen (1959) schreef met The Corrections (2001), zijn derde roman, een grandioos epos over verstikkende gezinsverhoudingen die hun schaduw werpen over de relaties die de gezinsleden later in hun leven aangaan. Een verpletterende leeservaring, die, zoals Zadie Smith in het hier elders afgedrukte essay schrijft, alle in vele leesjaren opgebouwde weerzin tegen familieromans in een genadeloze klap onderuithaalt. Ook Oprah Winfrey - eveneens een groot liefhebster van Cormac McCarthy, en waarom ook niet - was zo onder de indruk van dit boek dat ze het destijds wilde voordragen als boek van de maand, maar toen Franzen weigerde aan te treden in haar programma werd ze iets minder enthousiast. Winfrey wist het zo te brengen dat Franzen een boek had geschreven waarin de problematiek rond de ziekte van Parkinson werd aangekaart. En inderdaad, een van de hoofdpersonages, vader Alfred, heeft Parkinson, maar om nu te zeggen dat de intense gesprekken die hij met een drol voert - een zinsbegoocheling als gevolg van de medicatie die hij slikt - opwekkend leesvoer voor lotgenoten oplevert… Alfred zou desondanks willen berusten in zijn ziekte, maar zijn vrouw Enid blijft hem op sleeptouw nemen, tot een tripje met een cruiseboot aan toe. Enid is sowieso nogal dwingend in haar wensen: liefst wil ze dat haar kinderen allemaal met Kerst thuiskomen, dat wil zeggen in het ouderlijk huis te St. Jude, in de Mid-West. Maar iedereen heeft al lang te ingewikkelde levens opgebouwd. Jongste zoon Chip woont in New York, is ontslagen als universitair docent omdat hij het slachtoffer werd van een hysterische studente, en probeert daarover een toneelstuk te schrijven. Hij raakt aan lager wal en belandt in een oostblokkerige bananenrepubliek. Oudste zoon Gary woont met vrouw en drie zonen in Philadelphia; materieel gezien is hij geslaagd, zijn huwelijksleven maakt van hem echter een slaaf. Dochter Denise, de jongste, woont ook in Philadelphia en is kok in een succesvol restaurant, maar wordt ontslagen als haar baas - tevens minnaar - erachter komt dat ze een verhouding heeft met zijn vrouw.

The Corrections is op alle niveaus een adembenemende en beroerende roman; technisch, psychologisch, inhoudelijk. Franzen excelleert in de souplesse waarmee hij schakelt en varieert, niet alleen naar de verschillende perspectieven en de bijbehorende intriges, maar ook in verteltempo, in breedte en in diepte. Behalve over individuele, persoonlijke tragiek gaat zijn roman over Amerika, over economie en politiek, over wat succes en fortuin betekenen, en hoe de omgang met materie verandert door de generaties heen. Het laatste bijvoorbeeld wordt verbeeld door Alfred, die in zijn kelder uren aan het klooien is met de kerstlampjes die het niet meer doen, en door de nieuwste hobby van de oudste zoon van Gary: het onder cameratoezicht plaatsen van de keuken.

Franzen houdt van hilarische ontknopingen, is daarin misschien soms wat vet, maar geregeld schaterlachend grappig. Hij is een minder intellectuele schrijver dan bijvoorbeeld Philip Roth, en is in vergelijking met hem wat meer humanistisch of troostend. Bij Roth, maar ook bij de chroniqueur van het burgerbestaan John Updike, is altijd de stem van de schrijver hoorbaar, wat een zekere distantie teweegbrengt die soms neigt naar het ironische of sarcastische. In The Corrections zijn alleen maar mensen aan het ploeteren, gevangen in hun bestemming. Uiteindelijk blijken ze echter loyaal en keren ze hoe dan ook huiswaarts. Ze zijn hun hele leven bezig de boel te corrigeren, de ander duidelijk te maken wat er fout ging en wat écht de waarheid is. Chip, de toneelschrijver, komt erachter dat hij van de held in zijn script een soort tragikomisch figuur moet maken, dat zijn stuk een ‘farce’ moet worden, en blijft eeuwig aan het herschrijven.

Maar een farce is The Corrections zeker niet, het is een familiedrama over kinderen die voortdurend met hun ouders blijven strijden, schulden blijven inlossen of die juist de rug toedraaien. En dan nóg blijk je het als kind nooit goed te hebben gezien, want waren je ouders misschien wel wijzer of liefhebbender dan je dacht. Het meest dramatisch komt dit tot leven in de geschiedenis van Denise, die er pas bij de laatste gezamenlijke Kerst achterkomt dat haar vader meer van haar wist dan ze dacht, en dat dat ook nog eens grote persoonlijke gevolgen voor hem heeft gehad.

Vijf jaar later onthulde de schrijver het een en ander van de autobiografische achtergrond van The Corrections in 'a personal history’, The Discomfort Zone, in het Nederlands vertaald als De onbehaaglijkheidsfactor. Nogal een afknapper dit boek, zowel omdat duidelijk wordt hoezeer de schrijver heeft geput uit eigen jeugd hetgeen een demystificerend effect heeft, als omdat hij er als een tamelijk vervelend en neurotisch type uit naar voren komt. Waar je zijn romanpersonages alles vergeeft, kun je bij het gemier van hun egocentrische schepper alleen maar denken: get a life. De roman was beter, zullen we maar denken.