Roma Etnische registratie in Nederland

93 Roma-jongeren, waarvan 62 leerplichtig

Etnische registratie is in Nederland verboden. Maar gemeenten - Ede en
Enschede voorop - blijken de wet te overtreden en de Roma als groep zeer precies in kaart te brengen. Het rijk kijkt de andere kant op, terwijl in de politiek stemmen opgaan om ‘illegale Roma’ het land uit te zetten.

Medium roma

OPEENS LIGT de lijst op tafel – 25 bladzijden. In de rechterbovenhoek van elke pagina dezelfde gestileerde afbeelding van een vrouw met een weegschaal: het logo van het ministerie van Justitie.
De ambtenaar van volkshuisvesting van de gemeente Ede laat er geen misverstand over bestaan: ‘Dit zijn alle zigeuners in Ede die we kennen. Dit is een oude lijst, maar zo kom ik aan het cijfer van 168 Roma in ons projectvoorstel voor de ministeries van Onderwijs en van Wonen, Wijken en Integratie van begin dit jaar.’ De lijst is gedateerd op 16 augustus 2000 en bevat naast persoonsnamen en adresgegevens gedetailleerde persoonsinformatie van politie, justitie, kinderbescherming, sociale dienst en jeugdreclassering.
Vooral de kolommen met de kopjes ‘politie’ en ‘officier van justitie’ staan vol, voor het merendeel met vergrijpen waarvoor zelfs het lokale sufferdje de neus ophaalt. Toni wordt ‘diefstal lege kratten gepleegd op 30-09-1999’ ten laste gelegd. Een aantal anderen ‘diefstal met geweldpleging’. Dat klinkt al heel wat dreigender, tot je de geboortedata ziet: het merendeel van de daders is niet ouder dan zeven jaar. Onder het kopje ‘overige’ heeft de ambtenaar een potpourri aan losse feitjes en weetjes genoteerd. Christina blijkt ‘kind uit eerder zigeunerhuwelijk [sic] van Goyco’. Bij Jelica past ‘ex-man tijdelijk op’. Zorica doet nooit de deur open en van Esmeralda vraagt de gemeenteambtenaar zich af door wie ze verwekt is: ‘vader?’ staat achter haar naam. Een aanzienlijk deel van de mensen op de lijst, kinderen en volwassenen, is bij geen van de instanties bekend. Ze staan erop om de simpele reden dat ze Roma zijn.

HET IS VOOR het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog dat in Nederland lijsten aan het licht komen waarop een complete etnische groep geregistreerd staat. Wilders’ voorstel voor ‘etnische registratie van iedereen, inclusief vermelding Antilliaan’, leidde in juni nog tot een storm van protest in de media. Humberto Tan vond het voorstel kwalijk en onnodig grievend voor mensen van allochtone afkomst. Maxime Verhagen noemde het zelfs in strijd met de rechtsstaat.
Etnische registratie is in Nederland verboden, behalve in uitzonderlijke gevallen. Die betreffen sommige statistische doeleinden, onder strikte voorwaarden, en situaties waarin de politie het onvermijdelijk acht voor opsporing van een verdachte. Ook registratie met uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene mag, of wanneer er een zwaarwegend algemeen belang mee is gediend. Dat laatste moet dan zijn vastgelegd in een wet of er moet een ontheffing van het verbod zijn verleend door het College Bescherming Persoonsgegevens. Zo’n ontheffing heeft het College niet aan Ede verleend.

DE PRAKTIJK gaat veel verder dan de strikte wettelijke regels toestaan. Etnische registratie mag in politieke debatten hevige emoties oproepen, in werkelijkheid herkennen ambtenaren vaak niet eens dat het gebeurt. Of dat ze het zelf doen.
De gemeente Ede bracht de Roma-bevolking voor het eerst in kaart in 2000, blijkt uit hun dossiers en gesprekken met ambtenaren. De gemeenteambtenaar volkshuisvesting vertelt zonder schroom: ‘De namen en adressen van Roma kreeg ik van politie en hulpverleners. Die voerde ik in de gemeentelijke basisadministratie in.’ Alle mensen die op hetzelfde adres stonden ingeschreven belandden automatisch als Roma op de lijst. Daarna won de ambtenaar specifiek over hen informatie in bij de sociale dienst, de schuldhulpverlening, de woningbouwvereniging, de kinderbescherming, de politie en het gerechtshof in Arnhem. Ook informatie die ze opving in gesprekken met hulpverleners en Roma noteerde ze.
Roma zelf weten van het bestaan van de lijst niet af.
Is dit geen verboden etnische registratie? De ambtenaar weet het niet. ‘Bovendien, je moet toch wát? Die Roma zijn crimineel, geven geluidsoverlast, sturen hun kinderen niet naar school en zijn rijk zonder dat wij weten hoe dat kan.’ Ze vertelt honderduit over de problemen met Roma die ze in haar werk tegenkomt.
In het tweede gesprek heeft de ambtenaar het opeens niet meer over ‘die mensen’, maar over ‘die soort’. ‘Dat mag je natuurlijk eigenlijk niet meer zeggen, maar zo is het wel, toch?’
Zonder voorbehoud geeft ze toegang tot de dossiers waarin de lijst zich bevindt. Tegen het maken van kopieën heeft ze geen bezwaar: ‘Kijk maar wat je voor je artikel gebruiken kunt.’ Zelf gaat ze naar huis.
In de dossiers bevinden zich nog twee lijsten. ‘NAW Roma’ staat onder aan elke bladzijde, met daarnaast de printdata: 01-09-2008 en 04-08-2009.
Ook anderen maken gebruik van de lijsten. De eerste kwam tot stand op verzoek van het gerechtshof in Arnhem. Vandaar het logo van het ministerie van Justitie dat erop prijkt. En vorig jaar vroeg de beleidsmedewerker veiligheid haar nog om exacte cijfers van de groep voor het projectvoorstel waarmee hij bij het rijk subsidie aanvroeg. Daarvoor legde ze een nieuwe lijst aan. Hij vroeg het juist aan haar omdat ze de adressen van Roma al kent.
Corien Prins, hoogleraar Nederlands privacyrecht: ‘Wat de gemeente Ede doet mag absoluut niet. Kennelijk worden alle Roma geregistreerd, jong en oud, en vormt etniciteit het enige criterium. Gemeenten behandelen mensen bij voorbaat als een gevaar voor zichzelf en voor de samenleving, alleen omdat ze tot een bepaalde etnische groep behoren. Dat is niet alleen in strijd met de Wet Bescherming Persoonsgegevens, maar ook met antidiscriminatieprincipes in Europese regelgeving en mensenrechtenverdragen. Deze lijsten laten precies zien waarom we etnische registratie hebben verboden, op die paar heel strikt geformuleerde uitzonderingen na.’
Politie en justitie mogen informatie over de kleine criminaliteit van deze groep bovendien niet met een gemeenteambtenaar van volkshuisvesting uitwisselen.
‘Door dat toch te doen overtraden ze de Wet Politiegegevens’, stelt hoogleraar straf- en procesrecht Ybo Buruma. De betrokken ambtenaren vermoedden waarschijnlijk dat ze zich op glad ijs begaven. In de conceptversie van het ‘Startdocument Roma-zigeuners in Ede’, uit 2000, staat tot twee keer toe vermeld dat de Roma-werkgroep streeft naar een ‘pragmatische omgang met privacybepalingen’.
Het Roma Platform Nederland, zelforganisatie van de Nederlandse Roma, vermoedt al langer dat gemeenten de etniciteit van Roma systematisch registreren. Michelle Mila van Burik: ‘Maar als we ambtenaren ernaar vragen, ontkennen ze het. Ik vind het schokkend dat onze vermoedens kloppen.’ Ook de Anne Frank Stichting ziet een breder patroon. Peter Rodrigues, daar werkzaam als jurist: ‘Het viel ons al langer op dat de cijfers die gemeenten over Roma geven wel heel nauwkeurig zijn.’
Zeker onder Roma en Sinti is etnische registratie een beladen onderwerp. Van Burik: ‘Voor de Tweede Wereldoorlog registreerde de Nederlandse overheid niet alleen de etniciteit van joden, maar ook van “zigeuners”. Door dat registratiesysteem was ook de deportatie van de Nederlandse Roma en Sinti voor de nazi’s een koud kunstje.’
De lijsten in Ede, met hun vreemde weetjes, spelfouten en rommelige lay-out, geven op het eerste gezicht nog de indruk van een verontrustend uit de hand gelopen hobbyproject. In het beste land gaat wel eens wat mis, kan de conclusie zijn. Maar zo eenvoudig ligt het niet. De gemeente Ede is niet de enige met dit soort lijsten. Sinds begin dit jaar zet ook Enschede een eigen Roma-database op. Dat staat in het projectvoorstel van de gemeente dat afgelopen maart werd goedgekeurd door het ministerie van Onderwijs en van Wonen, Wijken en Integratie.
De gemeente schrijft dat speciaal voor het Roma-project ‘een database’ wordt opgezet. Die moet dienen om ‘op persoonsniveau de ontwikkelingen te kunnen volgen en op beleidsniveau zinvolle analyses te kunnen maken’. Uit het voorstel blijkt dat de gemeente de persoonsinformatie zelf verzamelt en ook de eindgebruiker ervan wordt.
De gemeente zegt met de database het schoolverzuim onder Roma beter aan te kunnen pakken en krijgt daarvoor samen met de gemeente Oldenzaal 112.000 euro subsidie van de rijksoverheid. Dat geld wordt besteed aan extra capaciteit bij de afdeling leerplicht. Die moet de schoolgang van de groep extra goed in de gaten gaan houden. Ook leerplichtige Roma die geen problemen geven, worden consequent gevolgd. Met als doel: bij verzuim direct optreden. Sneller dan bij andere leerlingen.
Etnische registratie leidt hier dus tot ongelijke behandeling. Bovendien: ook niet-leerplichtige broertjes en zusjes van scholieren komen op de lijst terecht. Net als hun volwassen familieleden. Per saldo: alle Roma die bij de gemeente bekend zijn. Want Roma krijgen jong kinderen, weet de ambtenaar. Zij sluit niet uit dat de database in de toekomst ook wordt ingezet om volwassen Roma te volgen.
Misschien heeft het College Bescherming Persoonsgegevens aan de gemeente een speciale ontheffing verleend? Of hebben ambtenaren de Roma zelf om uitdrukkelijke toestemming gevraagd om hun afkomst te registreren? Dan staat de wet etnische registratie immers toe.
De gemeenteambtenaar in Enschede laat verbluft een lange stilte vallen. Herneemt zich dan: ‘Van iedereen in Nederland wordt door de overheid allerlei informatie verzameld. Waarom zouden we in dit geval toestemming moeten vragen? Bovendien is met Roma niet te praten.’ Navraag bij het College leert dat ook Enschede geen ontheffing van het wettelijke etnische registratieverbod is verleend.
In Enschede speelt de politie eveneens een centrale rol in het opstellen van de Roma-lijst. In het eerste gesprek verwoordt de gemeenteambtenaar het simpel: ‘Vrijwel alle Roma zijn crimineel. Dus de politie kan ons zo hun adressen vertellen.’
In een tweede gesprek nuanceert ze die uitspraak: ook hulpverleners en leerplichtambtenaren leveren adressen van Roma aan voor de database. Toch legt de gemeente in het projectvoorstel juist de nadruk op ‘forse problemen’ met ‘overlast en criminaliteit’. De groep wordt zelfs beschuldigd van ‘verkoop van kinderen’ – zonder feitelijke onderbouwing. De etnische registratie van Roma heeft officieel ten doel het schoolverzuim terug te dringen. Maar ordehandhaving lijkt een minstens zo belangrijk motief voor de ambtenaren om Roma in kaart te brengen.
Een derde gesprek vindt een week later plaats. De gemeenteambtenaar werd vlak daarvoor gebeld door de persvoorlichter van het ministerie. Haar verhaal klinkt opeens heel anders. Van een database is nooit sprake geweest, ook al staat die letterlijk genoemd in het projectvoorstel. Leerplichtambtenaren hebben hoogstens elk voor zich ‘in een zakboekje’ een lijstje met Roma-leerlingen. Die komen ze op het spoor door ‘typische Roma-achternamen, zoals Nicolic’ in te voeren in de onderwijsadministratie. Maar de naam Nicolic is een naam die ook onder niet-Roma van Slavische afkomst veel voorkomt.
Soms komt de gemeente Roma ook op een andere manier op het spoor. Onlangs meldde een vrouw met acht kinderen zich op het raadhuis. Ze was dakloos geworden en vroeg om hulp. ‘Dan zie je, die is Roma. Of Sinti. Het verschil tussen die twee kan ik dan weer niet goed zien. Maar die hebben we dan in elk geval ook in beeld.’

DE PRAKTIJK van deze gemeenten kan niet los worden gezien van het halfslachtige minderhedenbeleid van de rijksoverheid. Eind jaren tachtig schafte de overheid het landelijk ‘doelgroepenbeleid’ voor specifieke minderheden af wegens gebrek aan succes. Jeroen Dijsselbloem (PVDA): ‘Die term is in politiek Den Haag nog steeds taboe.’ Maar gemeenten blijken ook niet bij machte de integratieproblemen op eigen houtje op te lossen. Daarom organiseren ze zich sinds een aantal jaren in platforms. Zo is er naast een Platform Roma-gemeenten ook structureel overleg tussen Antillianen-gemeenten en Marokkanen-gemeenten. Die platforms krijgen subsidie van de rijksoverheid. Dijsselbloem: ‘Het is niet meer dan logisch dat gemeenten voor het ontwikkelen en verantwoorden van hun beleid de doelgroep in kaart willen brengen. Maar omdat de privacyregels niet goed bekend zijn leidt dat al snel tot verboden vormen van etnische registratie. De lijsten in Ede en Enschede vormen daarvan een verontrustend voorbeeld.’
‘We lijden in Nederland bovendien aan verzamelwoede’, stelt hoogleraar privacyrecht Corien Prins. ‘Alles wordt vastgelegd. We gaan daarin veel verder dan vrijwel alle andere landen. Dat maakt de stap klein om ook etniciteit vast te leggen.’
Opvallend is dat de verboden registratie niet wordt gecorrigeerd door de betrokken ministeries. De gemeentelijke projectvoorstellen werden door de ministeries van Onderwijs en van Wonen, Wijken en Integratie gecontroleerd. De wel heel precieze aantallen Roma die werden genoemd riepen geen vragen op. Dat Enschede spreekt van 93 Roma-jongeren tot achttien jaar, waarvan 62 leerplichtig? ‘Niet meer dan een ruwe schatting’, menen de ministeries bij monde van een persvoorlichter. ‘De etniciteit van Roma wordt in Nederland namelijk niet geregistreerd.’ Waarom niet? ‘Omdat het verboden is.’ Een cirkelredenering. Tegelijkertijd willen de ministeries de gemeenten kunnen afrekenen op concrete resultaten. Als gemeenten die niet kunnen aantonen, willen de ministeries de subsidie terugvorderen. En zo leidt het huidige minderhedenbeleid op basis van projectvoorstellen, uitgevoerd door gemeenten en gefinancierd door ministeries, tot een selectieve blindheid: de resultaten zijn slechts meetbaar als de doelgroep zo volledig mogelijk is geregistreerd. Als daarbij de grenzen van de wet worden overschreden, kijken ambtenaren van het rijk en de gemeenten de andere kant op.
Amnesty International Nederland roept de gemeenten op om per direct met de etnische registratie van Roma te stoppen en zich grondig te bezinnen op hun beleid. De Anne Frank Stichting neemt de etnische registratie van Roma op in haar eerstvolgende Monitor Racisme en Extremisme. PVDA en GroenLinks eisen naar aanleiding van de lijsten een Kamerdebat.


Etnische registratie
De Wet Bescherming Persoonsgegevens is de opvolger van de eerste Nederlandse privacywet van 1989 en trad in werking op 1 september 2001. Voor 1989 was etnische registratie volgens de Nederlandse wet niet expliciet verboden. Het College Bescherming Persoonsgegevens ziet toe op de naleving van de wet. In de tien jaar van zijn bestaan ondernam het college tot dusver twee keer actie tegen etnische registratie.
De ‘zakboekjes’ waar leerplichtambtenaren in Enschede gebruik van zouden
maken, vallen eveneens onder de wet.


Roma in Nederland
De schattingen over het aantal Roma in Nederland lopen uiteen van 15.000 tot
44.000. Ze kwamen in meerdere golven naar ons land.
Officieel kennen gemeenten van slechts een heel klein deel van de Roma de
etniciteit. Het gaat om de 'pardongroep’: een groep van ongeveer vijfhonderd
Roma en hun nakomelingen uit voormalig Joegoslavië die zich in 1978 op grond
van een generaal pardon in Nederland konden vestigen, na lang rondzwerven
tussen verschillende West-Europese landen. De groep werd verdeeld over tien
opvanggemeenten, de zogenaamde Roma-gemeenten. Ede en Enschede zijn daar twee van, maar ook in bijvoorbeeld Oldenzaal, Veldhoven, Lelystad, Capelle
aan den IJssel en Nieuwegein wonen Roma.
'De Roma van de pardongroep werden vanaf het begin afwijkend behandeld’,
zegt Huub van Baar, Roma-onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Met een beroep op de 'cultuur’ van de Roma grepen leerplichtambtenaren
afwisselend niet in als kinderen niet op school verschenen, of juist extra
hard. Waarschijnlijk vindt etnische registratie van deze groep dan ook al
veel langer plaats. De ongelijke behandeling die hun ten deel viel loste hun
problemen niet op. Van Baar: 'Het is aannemelijk dat die juist een
belangrijke oorzaak van de problemen vormt.’
In augustus 2009 ontstond beroering onder Roma naar aanleiding van een
Kamerbrief van minister Eberhard van der Laan (Wonen, Wijken en Integratie)
waarin hij schreef dat 'enkele gunstige uitzonderingen daargelaten,
sleutelfiguren uit de Roma-gemeenschap vaak een strafblad hebben’. Hij noemde cijfers die zouden duiden op een 'disproportioneel hoge criminaliteit’. Het Landelijk Platform Roma noemde de brief 'discriminatoir en stigmatiserend’.
Van der Laan baseerde zich uitsluitend op informatie van de Roma-gemeenten,
niet van de Roma zelf. Ook bij het huidige gemeentelijke beleid, waarvoor
naar aanleiding van het Kamerdebat over Van der Laans brief 660.000 euro aan
rijkssubsidies is uitgetrokken, zijn Roma-zelforganisaties niet betrokken.
De 'nieuwste’ groep Roma zijn de arbeidsmigranten uit Oost-Europa. Ze werken
meestal in het grijze circuit: schoonmaak, ijzerhandel, straatmuzikant.
Niemand weet om hoeveel mensen het gaat en waar ze precies wonen, maar ze
zijn in ieder geval in Amsterdam, Rotterdam, Nijmegen en Zwolle te vinden.

Foto: Joyce van Belkom / HH