‘a hard rain’s gonna fall’

Het was een week waarin Murphy’s wet (Alles wat fout kan gaan, gaat fout, in the worst possible way) politieke realiteit werd voor het Bolkestein-kamp. Het begon met die Vrij Nederland-onthulling over het Leidse verleden van campagneleider Hans van Baalen. Die zou er als praeses van de weerbare studenten van Pro Patria een maniakale uniformverheerlijking op na hebben gehouden en op bierdoordrenkte nachten op het Rapenburg zijn betrapt bij het lallen van het Horst Wessellied. Tevens joeg de campagneleider (en niet te vergeten de nummer 29 op de VVD-kandidatenlijst voor de Tweede Kamer) volgens VN een horde Belgische nonnen de stuipen op het lijf tijdens een Pro Patria-schietoefening in de Ardennen. Dat helpt ook niet bij de liberale opmars in het zuiden.

Het verhaal was wat het Horst Wessellied betreft apocrief, aldus Van Baalen in een haastig uitgegeven persverklaring (waarin hij trouwens ook een indringend mea culpa liet horen: ‘Ja, ik was een verschrikkelijke corpsbal’), maar het leed was al geleden. Het idee alleen al dat Bolkestein de cruciale post van campagneleider en hoofd-speechschrijver toevertrouwt aan een representant van het allerconservatiefste Leidse orangisme, zit hinderlijk in de weg van zijn pogingen om te komen tot die brede liberale volkspartij die het komende millennium het heft der Nederlanden in handen neemt.
D66 had geen beter moment kunnen uitkiezen voor een herrijzenis, die zich de zondag daarop, tijdens het Buitenhof-treffen tussen Van Mierlo en Bolkestein bij Paul Witteman, dan ook prompt voltrok. Het gespreksonderwerp was 'de politieke erfenis van de jaren zestig’. Een herboren Van Mierlo liet Bolkestein alle hoeken van de tv-studio zien.Van Mierlo was overigens netjes genoeg om de kwestie-Van Baalen erbuiten te laten (je weet uiteindelijk maar nooit wat een of andere jonge D66-hond er tijdens de vrolijke studentenjaren allemaal heeft uitgekraamd), maar hij had het ook helemaal niet nodig. Hij zette hoog in met een metafysische beschouwing over de geest van de jaren zestig en het poldermodel, een fonkelend po‰tisch betoog vol paarse hippieromantiek, uitgesproken met een bijna verrukt gelaat.
Bolkestein, overvallen, had er helemaal niets tegen in te brengen, wat hij ook probeerde. Frits en de sixties zijn nooit vrienden geweest, en altijd als Bolkestein probeert uit te leggen wat hem nu zo tegenstaat aan dat tijdsgewricht van bloeiende zomers van liefde en Beatle-muziek gaat het onherroepelijk mis. Hij lijkt al zijn kennis over dat decennium te hebben opgedaan uit een jaargang van Reader’s Digest. Zo schreef hij ooit dat het aantal gevallen van spontane hersenbeschadiging in de jaren zestig als gevolg van illegale dumping van lsd in de soep niet te overzien was.
In Het Buitenhof probeerde Bolkestein zich wijselijk op de vlakte te houden, maar het ging mis toen hij een lans brak voor de jaren vijftig, die hij, anders dan Van Mierlo, juist had ervaren als een uiterst prettig, wellevend decennium, dat wat hem betreft nooit voorbij had hoeven gaan. Van Mierlo hoorde het allemaal breeduit glimlachend aan. Het verschil tussen VVD en D66 was in ieder geval weer hemelsbreed, en dat kan Els Borst wel eens aan die magische comeback helpen.
Bolkestein voelde de bui al hangen. Gelijk na het weekend stonden er uitspraken in de krant waaruit bleek dat hij ruimschoots genoegen neemt met een plek als nummer twee voor de VVD bij de verkiezingen. Tegelijkertijd begon hij vrindelijkheden te spuien richting CDA, dat - en dat is toch heel genereus gezegd - volgens Bolkestein 'zeker niet melaats’ is.
Wat Bolkestein in ieder geval siert is dat hij Hans van Baalen niet heeft laten vallen. De campagnechef draait nog volop mee. Afgelopen maandag was hij bijvoorbeeld samen met de lijsttrekker, staatssecretaris De Grave en de ministers Zalm en Jorritsma van de partij bij een topontmoeting met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in kasteel De Wittenburg in Wassenaar. Van Baalen, hoewel officieel genodigde, zat weliswaar niet aan de vergadertafel, maar voorzag Bolkestein wel bij tijd en wijle van notities, zodat het niemand kon ontgaan dat hij nog steeds het volle vertrouwen van de leider geniet.
Bolkestein maakte een wat afwezige indruk. Hij leek in ieder geval niet bijster geboeid door de diverse sprekers en hun pleidooien voor goedkopere parkeerruimte, beter onderwijs, loonmatiging, meer subsidie en importbeperkingen. Hij dronk zwijgend voor zich uit kijkend minstens een liter jus d'orange en liet het echte werk ondertussen over aan Jorritsma, die als enige vrouw in het gezelschap het hoogste woord had en die haar politiek leider trouwens onrustbarend vaak corrigeerde als het ging om de harde cijfers. Kortom: het gaat stroef.
Zou Bolkestein dan toch te snel van start zijn gegaan? Wordt hij het slachtoffer van de wet op de remmende voorsprong: stralend de campagne ingegaan, en er straks vol builen en kleerscheuren uitstrompelend?
Correctie op de aflevering van vorige week: Bram en Neelie Peper zijn natuurlijk het schoolvoorbeeld van een rood-blauwe samenwerking, en niet van een rooms-rode, hoewel de Rotterdamse burgervader natuurlijk wel een erkend reviaan is.