Gastcolumn

A – Zijzw

Aan Wikipedia, dat aanvankelijk op nogal wat scepsis stuitte, valt nog steeds veel te verbeteren. Zoals: wie dragen de informatie aan? Tijd voor meer meisjes, met gevoel voor taal.

Medium wiki2

Aan het begin van deze eeuw waren nog veel lezers van kwaliteitsmedia sceptisch over de methode van een encyclopedie maken zoals door Jimmy Wales en collega’s in de Verenigde Staten was bedacht. Vooral onder intellectuelen en journalisten was de twijfel groot. Dat ‘iedereen zomaar wat’ kon toevoegen aan deze encyclopedie, zonder eerst gescreend te zijn op kennis en diploma’s, was toch vragen om foutieve informatie? Aan de grote encyclopedieën uit het verleden hadden altijd specialisten meegewerkt en daar werden de aangeleverde teksten toch altijd door redacteuren beoordeeld voordat ze gepubliceerd werden? Men kon zich gewoonweg niet voorstellen dat de Wikipedia-methode de kwaliteit zou kunnen opleveren van een traditionele encyclopedie als de Winkler Prins, de Brockhaus, de Larousse of de Encyclopaedia Britannica.

Als ik probeerde vrienden, vriendinnen en collega’s aan de universiteiten over te halen om aan Wikipedia te gaan meewerken stuitte ik altijd op die heersende twijfel over de methode. Ik kan bij dat ronselen slechts bogen op één succesje. Vriend en oud-collega Albert Kok, emeritus hoogleraar fysiologische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, is op mijn aandringen artikelen over neurowetenschappelijke onderwerpen op de Nederlandstalige en de Engelstalige Wikipedia gaan plaatsen en bestaande artikelen op dat terrein gaan verbeteren. Hij kreeg er zoveel plezier in dat hij ook veel van de door hemzelf gemaakte onderwaterfoto’s van haaien, roggen en andere grote vissen aan bestaande artikelen over die dieren ging toevoegen.

Maar ik moet het allemaal niet te mooi voorstellen. Ook Albert Kok heeft een paar keer op het punt gestaan het Wikipedia-bijltje erbij neer te gooien uit ergernis en woede over het gedonder met mensen die meenden het beter te weten dan hij en in zijn teksten dingen gingen veranderen of er zinnen aan toevoegden die volgens hem aperte onzin bevatten.

Zelf heb ik zulke momenten ook gekend. Zo had ik mij eens grondig verdiept in de grote Nederlandse onderwijzer en pedagoog Jan Ligthart en over hem een artikel geplaatst. Een links denkende Groninger bracht in dat artikel veranderingen aan, omdat hij vond dat Ligthart te christelijk en niet socialistisch genoeg was geweest. In de strijd die volgde schreef hij onder meer: ‘Ik meen dat Kohnstamm alleen maar onzin verkondigd (sic!) over Ligthart.’ Daar moet je wel tegen kunnen in het Wikipedia-universum, en als je volhoudt lukt dat ook wel, maar het is voor beginners, zeker uit de universiteiten en hogescholen, een barrière.

Een radicale Jehovah’s Getuige veranderde voortdurend teksten in artikelen over bijbelse onderwerpen

Achter de schermen van dit mooie project wordt trouwens veel gevochten. Over deze zogenoemde edit wars heb ik veel geleerd in de korte tijd dat ik, twee jaar geleden, lid was van de arbitragecommissie van de Nederlandstalige Wikipedia. Ik zag zaken voorbij komen waarin partijen met elkaar streden over artikelen waarin zij diametraal tegenovergestelde politieke en ideologische standpunten innamen. Bijvoorbeeld over betwiste kwesties in de Israëlisch-Palestijnse geschiedenis. Wat de ene groep schreef werd door de andere gewijzigd en dat herhaalde zich dan. Beide kanten zochten steun bij bevriende ‘moderatoren’, een onvolprezen groep helpers en vredestichters die probeert kleinere conflicten niet te laten uitlopen op edit wars. In mijn korte periode in die arbitragecommissie kregen de vertegenwoordigers van deze beide partijen uiteindelijk een verbod om zich nog ooit met artikelen over de Israëlisch-Palestijnse kwestie in te laten. Ook herinner ik me een geval van een radicale Jehovah’s Getuige die voortdurend in artikelen over bijbelse onderwerpen teksten veranderde overeenkomstig hoe daarover in Jehovah’s-kringen gedacht werd. Ook dat leidde natuurlijk tot edit wars en ten slotte tot een Wikipedia-straatverbod voor genoemde Getuige, althans op alle terreinen van het christendom.

Hoe positief ik ook sta tegenover het fenomeen Wikipedia, toch heb ik nog wel wat wensen voor verbetering. De eerste is dat men in het spraakgebruik duidelijker onderscheid gaat maken tussen wie ‘gebruikers’ zijn en wie ‘medewerkers’. In navolging van het Amerikaanse voorbeeld, waar met users iedereen wordt aangeduid die bijdraagt aan Wikipedia, is men namelijk in Nederland en Vlaanderen van ‘gebruikers’ gaan spreken. Maar ‘gebruikers’ zijn in mijn ogen natuurlijk de honderdduizenden die dagelijks de Nederlandstalige Wikipedia raadplegen. De daarentegen nog geen duizend personen die actief bijdragen aan de Nederlandstalige Wikipedia zijn méér dan alleen gebruikers – want dat zijn ze meestal ook – ze zijn in de eerste plaats medewerkers, contributors. Het zijn deze medewerkers die de Wikipedia-gemeenschappen vormen in al die verschillende talen aan wie de Erasmusprijs 2015 is toegekend, niet de miljoenen die dagelijks of wekelijks alleen iets opzoeken op Wikipedia.

Een moeilijker te verwezenlijken wens is dat de Nederlandstalige Wikipedia ooit de kwaliteit krijgt die vergelijkbaar is met de Duits- en de Engelstalige. Nederland en Vlaanderen vormen een klein taalgebied, te klein om de kwaliteit te kunnen realiseren van die veel grotere taalgemeenschappen. Maar stap voor stap zouden we toch een heel eind moeten kunnen komen. Vooral als meer Nederlanders en Vlamingen zouden gaan meewerken en in het bijzonder meer vrouwen en gepensioneerden.

Ik hoop dat de waardering van de cultureel vooraanstaande Erasmus Stichting meer mensen over de drempel trekt om mee te gaan doen. Ook hoop ik dat groepjes studenten aan universiteiten en hogescholen studiepunten kunnen gaan verwerven met het schrijven of verbeteren van artikelen op het terrein van hun studie. Uiteraard moet daarbij door hun docenten, behalve op de waarheid en onderbouwing met bronnen en referenties, goed gelet worden op het taalgebruik. Ik raad daarom de studenten aan vooral meisjes met gevoel voor de Nederlandse taal in hun groepjes op te nemen.


Dolph Kohnstamm was hoogleraar ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden