Buitenland

A4’tjes

Donderdagnacht haalden de Europese ministers van Financiën weer eens door. Onderwerp: het Franse initiatief voor een eurozonebudget, dat sinds eind vorig jaar Frans-Duitse allure heeft. Om half vijf vonden ze het mooi geweest. Belangrijkste uitkomst: het eurozonebudget komt er, maar heet Begrotingsinstrument voor Convergentie en Concurrentievermogen (BICC). Een budget waar lidstaten op kunnen steunen als ze aan sanering van de staatsschuld doen. Verder is vooral weinig uitgewerkt. Omvang, precieze werking en bekostiging zijn onduidelijk. Maar BICC bestaat.

De Franse minister Bruno Le Maire sprak van een ‘minirevolutie’. De ministers spraken ook af dat er in december een alomvattend akkoord moet liggen, en dat de zaak daarom nu eerst wordt doorgeschoven naar de regeringsleiders. Zij zullen op hun aankomende top nadere sturing geven. BICC wordt nu een zaak van politiek. Hoe zijn we hier gekomen?

Het begon allemaal in november 2018. Toen lag er ineens een verrassend Frans-Duits plan om een eurozonebudget te regelen binnen de bestaande EU-begroting. Destijds was het plan vervat in een schijnbaar rommelig werkstukje van twee A4’tjes. Het had veel weg van wat in Brussels jargon wel een ‘non-paper’ wordt genoemd, een stuk dat geen stuk is, zeg maar – maar juist daarom geschikt als vervoermiddel om brisante inhoud de machtsarena van de ministers van Financiën in te rijden.

In het document werd betoogd dat er een eurozonebudget nodig is voor verduurzaming van de muntunie. Bij het Nederlandse ministerie van Financiën werkte dit als een rode lap op een stier. Wat volgde was ‘de nacht van Wopke Hoekstra’ in december. In de vergadering van de euroministers verzette Hoekstra zich maar liefst zestien uur lang. Wat hij zo wist af te dwingen was dat het woord stabilisatie niet gekoppeld werd aan de eurozonebegroting, die ook niet meer zo mocht heten. Vanuit Nederlands perspectief was dit essentieel, want anders dreigde een normalisering van het t-woord (de transferunie).

Merkel wil Macrons moed belonen, maar niet te opzichtig

Eind februari volgden er vier nieuwe Frans-Duitse A4’tjes. De semantiek was wat aangepast. Het ‘instrument’ richtte zich nu op ‘convergentie’, en de ‘discussie over een stabilisatiefunctie’ zou voorlopig alleen een ‘technische’ blijven (beperkt tot ambtenaren) – dit is vorige week, speciaal voor Hoekstra, nog wat verder uitgewerkt.

Tegelijkertijd bleek uit de vier nieuwe A4’tjes van februari dat de ingezette Frans-Duitse marsroute institutioneel wel was uitgewerkt. Volgens het nieuwe voorstel zou het ‘instrument’ namelijk vorm moeten krijgen via ‘intergouvernementele akkoorden’. Dit betekent dat alles gaat lopen via de eurogroep (de euroministers van Financiën) en dus via de lidstaten. Dit geeft meer flexibiliteit (dan een geharmoniseerd regime gecontroleerd vanuit de Commissie) en meer ruimte, vooral voor vrijwilligheid (in fondsvorming bijvoorbeeld), maar ook voor het negeren van dwarsliggers. Minder regels, meer politiek kortom.

Dit is geheel volgens de Franse voorkeuren. Dat is niet toevallig. Want voor Emmanuel Macron is er niets belangrijker dan de eurogroep, deze intergouvernementele EU-kopgroep waar Scandinaviërs en Britten nooit lid van werden, waarin de as Frans-Duits is en Zuid-Europa een meerderheid heeft. Alleen hier kan Macron de hoop koesteren dat er ook echt wat van al zijn pro-Europese plannen terechtkomt.

Dit werpt een ander licht op de Frans-Duitse A4’tjes van de laatste maanden. Zij zijn stille cadeautjes van Angela Merkel voor Macron, en met een reden. Macron heeft Merkel enorm geholpen door, net als zij, expliciet en consistent te pleiten voor de euro. Die politieke moed mag beloond worden. Maar niet te opzichtig, want in Duitsland denkt men eerder Nederlands dan Frans als het gaat om de euro. Ziehier de politiek achter de BICC-façade: vanuit Europa-politiek perspectief is het nu eenmaal zonneklaar dat de euro niet kan voortbestaan als hij alleen door Duitsland gered of vormgegeven kan worden.

Iedere eurominister die deze realiteit ontkent, zal zich vroeg of laat gekeerd weten door de wal van de verantwoordelijkheid voor een stabiele euro. Die verantwoordelijkheid is zowel financieel als sociaal en democratisch. In plaats van deze realiteit te ontkennen dient zij openlijk onderkend en onderzocht te worden op kansen en risico’s. Zo bezien is Hoekstra nog niet waar hij zijn moet. Hij heeft minimaal nog een nacht nodig, niet in Europa, maar in de Tweede Kamer.