Cocaboeren in Bolivia

Aan bananen heb je veel meer werk

Sinds Evo Morales president is van Bolivia gaat het goed met de cocaboeren. Een minister riep al dat cocaproducten de schoolmelk moeten vervangen. Een reportage uit de Chapare, cocastreek bij uitstek.

CHAPARE – Er hangt een landerige stemming op de cocamarkt van Shinaota, een dorp langs de hoofdweg door de Chapare, een van Bolivia’s traditionele cocaregio’s. Het is middag en het is heet, de meeste mensen doen het rustig aan. Dit zijn de tropen. De cocamarkt bestaat uit een eenvoudige, met golfplaat overdekte hal, waar balen gedroogde cocabladeren wachten op kopers. De diepgroene blaadjes zijn verpakt in grote roze en lichtblauwe zakken. Achter in de hal staat een podium, met daarboven de leus Coca poder y territorio, dignidad y soberania gekalkt: coca, macht en territorium, waardigheid en soevereiniteit. Voor in de hal liggen een paar kinderen op balen coca te suffen. Alleen Dimitri Vargas (40), de directeur van de cocamarkt, oogt tamelijk alert. ‘We hebben negentien van zulke markten in de regio’, vertelt hij, terwijl hij nog een paar groene cocablaadjes in zijn bolstaande wang stopt. ‘Al die markten zijn legaal. De coca die we hier verkopen is voor eigen consumptie.’ Volgens Vargas is er veel veranderd sinds Evo Morales president is: ‘Vroeger hadden we hier constant wegblokkades, problemen met de Amerikanen, gevechten, doden. Maar sinds we met de regering overeengekomen zijn hoeveel coca we legaal mogen verbouwen, is het rustig.’ Deze rust is niet vanzelfsprekend voor de Chapare. Nog maar een paar jaar geleden was dit gebied het toneel van gevechten tussen aan de ene kant Boliviaanse en Amerikaanse antidrugseenheden en aan de andere kant cocaboeren en cocaïnesmokkelaars. Honderden Bolivianen lieten hun leven bij de gevechten. Cocaïne wordt in Bolivia nog steeds geproduceerd, maar nu dieper in de jungle.

Coca, is dat niet dat gevaarlijke verdovende middel? Volgens de nieuwe Boliviaanse president niet. Hij kondigde eind vorig jaar al aan dat hij zich, eenmaal president, hard zou maken om het middel te schrappen van de internationale lijst van verdovende middelen. Dat zal geen eenvoudige opgave worden. Bolivia staat nu eenmaal niet bekend als lobbygrootmacht. Bovendien vindt het armste land van Latijns-Amerika de VS op zijn pad.

Het is niet zo vreemd dat juist Morales zich voor de legalisering van coca inzet. Hij is als cocaboer groot geworden in de Boliviaanse politiek. Morales, een Ayamara-indiaan van eenvoudige afkomst, trok in de jaren tachtig, als zoveel armen, vanuit de straatarme hoogvlakten in de Boliviaanse Andes naar de cocaregio Chapare. Met zijn broers begon hij daar met de verbouw van coca, dat er al sinds mensenheugenis voor traditionele en medicinale doeleinden wordt gebruikt, hoewel het gewas in die dagen officieel was verboden.

Morales klom snel op in de hiërarchie van de Federaciones del Trópico, de zes vakbonden van cocaproducenten die de macht in de regio bezitten. Morales begon als secretaris sportzaken van de vakbondsfederatie, maar is inmiddels president van zowel het land als de federatie, omdat de bevolking dat volgens hem zo wil.

Zijn oude huis is te bezoeken. Daarvoor moet je bij Castillo, een gehucht in de buurt van Shinaota, de jungle intrekken. Er volgt eerst een politiepost. ‘Voordat Morales aan de macht kwam, haatten we de politie’, vertelt Wilfredo Velasquez, die zich als gids voor de dag heeft aangeboden. ‘De politie controleerde en intimideerde. Ze zochten niet alleen naar coca, maar ook naar chemicaliën die je nodig hebt om cocaïne te produceren. De politiemannen komen hier niet vandaan, maar uit La Paz of Cochabamba. Alles veranderde met Morales. Sindsdien behandelen ze ons met respect.’ Tot voor kort was Velasquez zelf ook cocaboer. ‘Mijn vader verbouwt het nog steeds, maar niet meer dan de toegestane cato. We hebben een hectare cocaplantage opgegeven toen de Amerikanen ons in ruil daarvoor 2500 dollar betaalden.’

Medium chimor
Medium drying

boven:Verkiezingsleus, hoofdweg Chimoré
onder: Cocabladeren liggen te drogen bij het huis van Laura Lopez

Ondanks de campagnes van de Amerikanen, de compensatiebedragen voor het opgeven van cocavelden en de ontwikkeling van alternatieve gewassen is de productie van coca niet noemenswaardig afgenomen. Het uitroeien van cocavelden ligt momenteel bijna geheel stil. Inmiddels staat de regering de inwoners van de traditionele cocaregio’s weer toe om coca te verbouwen. Die legale coca wordt vooral op de markt in La Paz voor privé-consumptie verkocht. In de Chapare is de verbouw van coca sinds twee jaar toegestaan. Hier kwam de regering-Carlos Mesa, de voorganger van Morales, met de cocaboeren overeen dat ze per gezin een cato coca mochten verbouwen. Een cato, een traditionele Boliviaanse maat, bestaat uit veertig bij veertig meter. Alles wat daarboven komt, is niet toegestaan. Dat betekent in totaal ongeveer 3200 hectare legale productie in de Chapare.

Een cato per cocaboer klinkt goed, maar hoe valt te controleren dat de cocaboeren niet toch meer verbouwen? Volgens Eusebio Rubios, de politiek secretaris van de Federación del Trópico in Chimoré, is dat heel eenvoudig. ‘De controle is een organisch proces. We controleren elkaar. Iedereen van ons heeft er belang bij dat er niet meer coca wordt geproduceerd, omdat er anders opnieuw onrust uitbreekt. Daarom is elke vakbondsleider verantwoordelijk voor zijn leden. En de leden controleren elkaar onderling.’

Vanuit Castillo gaat het verder in de richting van Kilometro 11, een gehucht in de jungle. De route voert door gedeeltelijk ontgonnen oerwoud, met her en der kleine landbouwbedrijfjes. Aan de daken van de huisjes wappert steevast de blauw-wit-zwarte partijvlag van de mas (Movimiento Al Socialismo – Beweging naar het Socialisme), de partij van president Morales. Regelmatig verschijnen mandarijnenplantages langs de weg, af en toe ook bananenplantages. ‘Het allerbelangrijkste in de strijd tegen de cocaïne is de zoektocht naar alternatieve inkomstenbronnen’, zegt Rubios. Ook de cocabonden hebben hieraan meegedaan. Verder hebben buitenlandse ngo’s en regeringen miljoenen in de ontwikkeling van alternatieven gestoken. Inmiddels worden in de Chapare naast bananen en mandarijnen ook koffie, yucca, ananas en palmhart geproduceerd. ‘Allemaal prima, maar het belangrijkste is de afzetmarkt. Als we niet weten waar we die producten kunnen verkopen, hebben we er weinig aan’, zegt Rubios. Het komt regelmatig voor dat rijp fruit ligt weg te rotten. De Chapare is een geïsoleerd gebied; de verbindingen met de grote steden zijn slecht.

Een eindje verderop langs de weg zit Laura Lopez op de veranda voor haar huisje. Naast haar liggen op grote stukken plastic duizenden cocabladeren in de zon te drogen. ‘De bladeren hebben enkele uren zon nodig, langer niet, anders zijn ze te droog’, vertelt ze. ‘Daarna breng ik ze naar de markt in Kilometro 11.’ Volgens Lopez is de verbouw van coca simpel. ‘Je hoeft maar één keer per drie maanden de bosjes te oogsten. Aan bananen heb je veel meer werk: de bomen moet je elke paar dagen bijhouden. Bovendien zijn bananentrossen heel zwaar en nemen ze bij transport veel plaats in.’

Liever coca dus. We rijden verder, richting het gehucht Villa 14 de Septiembre. Even later zijn we bij de oude woning van de president: een eenvoudig houten huis, eigenlijk meer een schuilplaats. Het heeft geen wanden en is op palen gebouwd, tegen de periodieke hoogwaterstanden in de jungle. ‘Evo is een sympathieke vent’, zegt Wilfredo Velasquez. ‘Hij is één van ons gebleven, hij wil nooit dat we hem president noemen. Hij komt nog regelmatig naar deze streek, hij is ons niet vergeten. En hij houdt nog steeds van sport. Eergisteren heeft hij nog twee doelpunten gemaakt in Chimoré, toen hij daar de zogenaamde Olympische Spelen voor studenten in de Chapare kwam openen.’

Even voorbij Chimoré ligt nauwelijks zichtbaar langs de weg de basis van Umopar, de Boliviaanse speciale troepen die belast zijn met de bestrijding van de drugscriminaliteit. Coca is geen cocaïne, maar cocaïne wordt wel degelijk geproduceerd in Bolivia. Dat gebeurt in de zogenoemde cocinas de coca, de cocaïnekeukens, die verderop, dieper in de jungle liggen. Umopar werkt samen met het Amerikaanse leger en antidrugseenheden van de dea, die hier eveneens gestationeerd zijn. Vooral in de jaren tachtig was de situatie dramatisch, toen het gebied rondom Chimoré het centrum van de wereldwijde cocaïne-industrie was.

Medium cocamarket

Cocamarkt in Kilometro 11

Militairen bewaken het terrein van Umopar. De landingsstrip is niet toegankelijk en de dienstdoende commandant is niet voor een gesprek beschikbaar. Alleen het museumpje dat gewijd is aan de drugsbestrijding, achter op het terrein, is geopend voor bezoek. ‘Ik heb hier eens vastgezeten’, vertelt Velasquez laconiek terwijl we naar het museum lopen. ‘Ik had coca getransporteerd op de openbare weg, wat niet mocht. Ze hebben me niets misdaan, ik mocht na een paar uur weer weg. Morales heeft hier ook gevangen gezeten. Hij is wel slecht behandeld.’

Verderop op het terrein, achter de legerbarakken, staan enkele helikopters. ‘Ja, dat zijn Amerikaanse’, aldus de soldaat die ons begeleidt. Hij wil niets kwijt over het aantal Amerikanen dat hier nog steeds gelegerd is. De inwoners van de Chapare haten ze. Velasquez: ‘Ze hebben hier slachtingen veroorzaakt, dat zullen we niet vergeten.’

Dat coca een product is dat in vele gevallen positieve uitwerkingen op de mens kan hebben, ondervond de vader van Melby Paz, een legercommandant die in de jaren tachtig in de Chapare was gelegerd. ‘In het begin was hij heel erg tegen het kauwen van coca’, vertelt zijn dochter Melby Paz, eenmaal terug in Cochabamba. ‘Hij verbood het gebruik van coca. Maar wat gebeurde er vervolgens? Al zijn soldaten werden slap en ziek. Daarop besloot hij samen met de legerarts een test uit te voeren: de ene helft van zijn soldaten mocht wel coca kauwen, de andere helft niet. Al snel bleek dat de cocakauwers veel krachtiger waren en tegen vermoeidheid konden. Daarna mochten van hem alle soldaten aan de coca.’

Melby Paz, een vriendelijke vrouw van achter in de veertig, is de eigenares van Conicoca, een bedrijf dat verscheidene cocaproducten produceert. Bevlogen vertelt ze hoe coca werkt tegen hoest en spierpijn. In haar winkeltje in het centrum van Cochabamba verkoopt ze onder meer shampoo, zeep, hoestsiroop, thee en zelfs cocawijn. Hoewel Paz een voorstander is van de legalisering van coca, laat ze doorschemeren dat ze niet erg tevreden is over de cocapolitiek van haar land. ‘Het lijkt misschien wel zo dat Evo reclame maakt voor cocaproducten, maar in de praktijk heeft hij het bijna alleen over cocameel, dat bijvoorbeeld wordt gebruikt in brood. Over die andere cocaproducten praat hij nooit.’ Paz wacht al vier maanden op een reactie van de regering. Dat zit haar niet lekker. ‘We hebben de vice-minister voor cocazaken vier maanden geleden een studie voorgelegd met daarin de resultaten van een onderzoek naar het vermengen van coca met andere voedingsstoffen in een voedingsreep. Wanneer alle schoolkinderen in het departement Cochabamba een keer per week zo’n reep als ontbijt zouden krijgen, zouden we alle coca die in de regio wordt geproduceerd kunnen verwerken.’

Wat ook niet hielp is dat enkele maanden geleden de vice-minister van Buitenlandse Zaken in de media riep dat Bolivia erover nadacht om de melk, die vast onderdeel is van de Boliviaanse schoolontbijten, door cocaproducten te vervangen. Paz: ‘Dat is geen goed idee, en de minister had dat best kunnen weten. Wat wél een goed idee is, is het vermengen van coca met andere voedingsstoffen. Nu ontstond er een verkeerd beeld.’

Ook de discussie over de verwerking van coca verloopt onduidelijk. De Venezolaanse president Hugo Chávez beloofde onlangs financiële ondersteuning voor de bouw van twee fabrieken voor de verwerking van coca, maar nog onbekend is waar en wanneer die fabrieken worden gebouwd. Paz: ‘Volgens mij staat er zelfs al zo’n fabriek aan de rand van La Paz, maar gebeurt daar niets.’

Waarom is de Boliviaanse regering, die zich toch zo voor de legalisatie van coca inzet, niet in het werk van cocaverwerkingsbedrijf Conicoca geïnteresseerd? Paz weet het niet: ‘Het lijkt erop dat de regering toch niet zo openstaat voor dialogen als ze wil laten geloven. Misschien komt het ook gewoon doordat we geen politici zijn. Maar we gaan door met onze promotie van coca. Omdat het een geweldig product is. En uit liefde voor ons land. We zijn de Don Quichots van de coca.’ .

De cocaboeren zijn er nog niet

Tijdens zijn kabinetsvergaderingen kauwen ministers ceremonieel op cocabladeren. Zijn minister van Justitie verdiende tot voor kort haar geld als dienstmeid en de parlementsleider is een plattelandsleraar. De in potentie gigantische olie- en gasindustrie is genationaliseerd, het grootgrondbezit wordt aan banden gelegd en Amerika is als belangrijkste bondgenoot ingeruild voor Cuba en Venezuela. De verkiezingsoverwinning van de indiaan en cocaboer Evo Morales heeft alles in Bolivia op de kop gezet. Maar er rest een vraag: wat gebeurt er met de cocateelt? Cocabladeren, tot thee getrokken of opgekauwd, onderdrukken honger, geven een verfrissend gevoel en verlichten pijn; verdiensten die de bladeren de status van heilig hebben gegeven onder de volkeren van de Andes. Het spul is ook niet ongezond, indien met mate ingenomen.

Als er cocaïne van wordt gemaakt is dat een ander verhaal. En het is juist deze specifieke verwerking die cocabladeren zo kostbaar maakt als goud. Het gemiddelde jaarinkomen van een boerenfamilie in de hooglanden van Bolivia was doorgaans een paar honderd dollar, niet meer. In de Chapare kon dat door de cocabladeren twaalfduizend euro worden. Vandaar dat de cocaboeren zich niet zomaar gewonnen gaven in hun oorlog met Amerikaanse drugbestrijders. Hoewel het er aan het begin van de jaren negentig somber uitzag. In de jaren tachtig bedroeg de cocaproduktie nog zo’n tien procent van het nationale inkomen. In 1993 was dat nog maar een magere drie procent, wat in de laatste jaren weer iets is aangetrokken.

Maar wat nu de vertegenwoordiger van de cocalobby zelf aan de macht is gekomen?

De uitdagingen voor Morales zijn gegroeid met zijn ambt. Afgelopen week riepen de autoriteiten in de Morales-vijandige oostelijke laaglanden al op tot een algehele staking. De steun onder de bevolking voor Morales bleek in dezelfde week van 81 procent te zijn gezakt naar 61 procent, aldus Apoya, een gerespecteerde opiniepeiler. De vriendschap met Venezuela zal waarschijnlijk niet volstaan voor het voortbestaan van Morales’ regering. Als hij nu ook nog de cocaproducenten de vrije hand geeft, zal ook Europa gevoelig worden voor Amerika’s klaagzang over het Boliviaanse experiment. De cocaboeren van de Chapare hebben nog lang niet gewonnen. (PvO)