Kunst: Scheltens en Abbenes

Aan de kassa

Scheltens & Abbenes, Cos Collection Soapbars, 2012, ZEEN, Foam © Scheltens & Abbenes

Het fotografenduo Maurice Scheltens (1972) en Liesbeth Abbenes (1970) presenteert zijn overzichtstentoonstelling in het Amsterdamse Foam als een discussie over ‘het kantelpunt tussen opdracht- en autonome fotografie’. Je zou zeggen dat dat sinds Andy Warhol niet meer hoeft; de meeste mensen snappen wel dat in de fotografie het commerciële aspect het artistieke geweldig kan versterken, en andersom: commerciële partijen hebben tegenwoordig belangstelling voor het ‘puur artistieke’ in het bepalen van hun imago en hun marktpositie. Grote budgetten geven de kunstenaar de gelegenheid om zich nog een echt diepgaand met de techniek of een bepaald proces bezig te houden – meer, wellicht, dan een subsidie van het Mondriaan Fonds of Stimuleringsfonds.

Scheltens & Abbenes werken voor dure marktpartijen als Cos, Margiela, Paco Rabanne, voor hybride tijdschriften als Fantastic Man en MacGuffin, maar hun werk hangt ook in musea en tentoonstellingszalen. Hun praktijk is gevarieerd, maar in de tentoonstelling wordt wel een duidelijk spoor getekend. De twee houden ervan hun onderwerpen zodanig dicht te naderen dat het zicht op het fysieke object verdwijnt en er een vorm van abstractie ontstaat. Dat kan door een intense zoom, waardoor je niet meer door hebt dat je met je neus op een roestvrijstalen aanrecht zit, of dat twee grijze, puntige vlakken bestaan uit de kop van een doodnormale schoffel en zijn schaduw. Het kan ook door een manipulatie van het beeld, een beetje zoals de kubisten dat deden met hun collages (vier strepen + een rond gat + een S-curve = een gitaar), met elementen die losgezongen zijn van een groter geheel en in zichzelf onbegrijpelijk zijn geworden. Om het simpel te zeggen: ze spelen met 3D en 2D, en knap ook.

Als dat ‘kantelpunt’ nog altijd discutabel is, wat is er dan problematisch aan? Niet het technisch kunnen, denk ik, want dat is van hoog niveau; de vormgeving van een nieuw imago van het ouwelijke Paco Rabanne, bijvoorbeeld, bestaat uit intelligente en uitgebalanceerde stillevens, waarin verschillende materialen – textiel, spiegels – sterk op elkaar inwerken. De ‘vrije hand’ van de kunstenaar heeft dan een grote invloed op de experimentele vormgeving van zo’n merk. Je ziet ook hoe zo’n benadering nuttig kan zijn voor een bleek kledingmerk als Cos, een dochter van H&M, dat zich ook toelegt op samenwerking met ‘the world of art and design’ om ‘unique brand projects’ te creëren. De vorm van abstractie die Scheltens en Abbenes tot stand brengen geeft het assortiment iets heel zuivers, iets bescheidens, een ingetogenheid – alsof het dat concern écht gaat om de zen van fijne stikseltjes langs een borstzakje, de immateriële kanten van het product, en niet de verkoop van broeken en overhemden. In die zin zijn de fotografen zowel autonoom, als dienstbaar: in de context van de tentoonstellingszaal is de artisticiteit overtuigend; of het aan de kassa van Cos ook zo wordt gewaardeerd, is vers twee.


Scheltens en Abbenes, ZEEN, Foam, Amsterdam, tot en met 5 juni, foam.org