Aan de kiezer het oordeel of Rutte een vierde keer op mag

Vallen is een kunst op zich. Niet alleen als voetballer op het sportveld of als stervende zwaan op het toneel, maar ook in de politiek. Wat zich vorige week voltrok op het Binnenhof als gevolg van het rapport over de kinderopvangtoeslag was een soort grand pas de deux, zoals dat in de balletwereld heet, met solo’s voor de twee dansers, het kabinet en pvda-leider Lodewijk Asscher. Alleen was deze Haagse pas de deux geen dans om elkaar het hof te maken.

Beide solisten wisten dat als de een zou vallen, de ander niet achter kon blijven. En juist dat maakt de dans wrang: dat geen van beiden uit zichzelf besloot zijn verantwoordelijkheid te nemen voor het drama dat duizenden ouders is aangedaan, door de overheid, onder hun leiding. ‘Ongekend onrecht’ is niet voor niks de titel van het onderzoeksrapport van de Kamercommissie.

Asscher was in het vorige kabinet vijf jaar lang als minister van Sociale Zaken verantwoordelijk voor de toeslagenwet. Een paar dagen voordat hij besloot op te stappen als lijsttrekker vond hij echter nog dat hij de juiste man was om zaken recht te zetten, uitgerekend vanwege zijn ervaring als minister. Kritiek van zijn eigen achterban en slechte peilingen deden hem pas anders besluiten.

Ook Mark Rutte, al tien jaar lang minister-president en als zodanig eindverantwoordelijke voor het kabinetsbeleid inclusief het toeslagendrama, voelde er weinig voor om af te treden, laat staan zijn lijsttrekkerschap op te geven. Hij beriep zich op de coronacrisis die het noodzakelijk zou maken dat er een kabinet is met de bevoegdheid om maatregelen te nemen.

Ondertussen loerden de twee naar elkaar. De een wist dat als de ander zou vallen, de eigen val onvermijdelijk was. Asscher ging als eerste, het kabinet-Rutte III kort daarna. Asscher had de val van het kabinet makkelijker gemaakt. Nu kon Rutte zeggen dat het kabinetsbesluit eensgezind was genomen, want door Asschers vertrek realiseerden alle coalitiegenoten zich dat opstappen onvermijdelijk was, ook Rutte zelf.

Gaat dit alleen over poppetjes en niet over de inhoud? Zeker niet

Gaat dit alleen over poppetjes, over een Haags spelletje en niet over de inhoud? Zeer zeker niet. Het laat wel zien hoe de mechanismen werken op het Binnenhof. Maar zowel het kabinet als Asscher kon maar één ding doen: ze moesten hun politieke verantwoordelijkheid nemen. Zich verschuilen achter ‘het systeem’, verwijzen naar de Raad van State die het toeslagenbeleid lange tijd steunde, naar de Tweede Kamer die toch had aangedrongen op een harde fraude-aanpak en alle anderen die ook fout zaten, kan niet en mag niet in deze zaak.

Het is eerder omgekeerd. Als burgers zo tot wanhoop worden gedreven door ‘het systeem’, dan moeten degenen die gekozen zijn door die burgers en die politiek de verantwoordelijkheid dragen voor het beleid en de uitvoering daarvan juist laten zien dat ze zich realiseren hoe fout dat beleid was. En dus opstappen. Dat kun je symboliek noemen. Maar symboliek doet ertoe. Zeker voor de ouders die onder het beleid hebben geleden.

Eric Wiebes, minister van Economische Zaken en in het vorige kabinet verantwoordelijk voor de Belastingdienst die de toeslagenwet uitvoerde, is per direct uit het nu demissionaire kabinet gestapt. Je kunt het zien als zoenoffer aan de pvda. Asscher weg omdat hij als minister in Rutte II verantwoordelijk was voor de inhoud van de wet, dan Wiebes ook weg omdat hij toen verantwoordelijk was voor de uitvoering. Maar die zienswijze doet de persoon Wiebes tekort. En lijkt vvd-partijgenoot Rutte het alibi te geven wél lijsttrekker te blijven, daar waar Asscher na de verkiezingen uit de politiek vertrekt.

Mark Rutte denkt echter niet aan opstappen als lijsttrekker. Hij goochelt met de woorden verantwoordelijk, eindverantwoordelijk, niet inhoudelijk verantwoordelijk. Het is nu aan de kiezer om te oordelen over de man die al tien jaar lang minister-president is, jaren waarin de overheid een groot aantal burgers ten onrechte heeft geoormerkt als fraudeur en hun levens kapot heeft gemaakt.

Vooralsnog ziet het ernaar uit dat veel kiezers Rutte voor een vierde keer in het torentje willen. Mocht dat gaan gebeuren, dan is te hopen dat hij zich als minister-president aan zijn eigen woorden van afgelopen week houdt: dat het anders moet. En dat de politieke partijen in de Tweede Kamer geen innige pas de deux gaan dansen met het nieuwe kabinet, maar dat kabinet streng gaan controleren.