Aan de lezers

Dit is, waarde lezer, onze jaarlijkse state of the union waarin wij u plegen te berichten dat het goed gaat met De Groene Amsterdammer en dat het nóg beter met ons zou gaan als u ons een extra centje doneerde.

Ja, wij hebben geen klagen. Ons abonneebestand is, zoals recentelijk door de dagbladen is gemeld, dit jaar met zes procent gestegen, wat een opmerkelijk feit is in een periode van toenemende leesluiheid. Maar u kent ons standpunt: het geschreven woord staat oppervlakkig gezien onder de druk van de oprukkende elektronische informatiekanalen, behalve bij de mensen die er prijs op stellen hun hersenen niet te laten verroesten.
Jawel, wij hebben het over u.
Die tamelijk spectaculaire stijging is door ons onmiddellijk geanalyseerd, niet op grond van de gebruikelijke marketinggegevens (‘De Groenelezer heeft een brede culturele en politieke belangstelling. Bijgaand onze rekening ad. x gulden ex. btw, te voldoen voorà’) maar op basis van ons gezond verstand en onze kritische zelfkennis. Waar komt onze nieuwe aanwas vandaan? Maken wij betere, slechtere, toegankelijkere of ontoegankelijkere nummers dan vroeger? Is onze voorpagina wellicht commerciëler dan in het verleden? Daarover valt, is onze ervaring, eigenlijk weinig zinnigs te zeggen. Er is veeleer, zo valt te vermoeden, mede gezien onze dalende losse verkoop, sprake van een verschuiving van de zwevende lezer naar de vaste abonnee. Dat is een waarachtige verworvenheid, omdat dit impliceert dat menige incidentele lezer heeft besloten een vaste lezer te worden, wat er op duidt dat er inderdaad, ondanks alle onheilsprofetieën, nog steeds behoefte is aan een weekblad dat denkende mensen bedient.
Voor onze financiële positie, wankel als immer, maakt het ondertussen niets uit. Het is, wat de macro-economen noemen, het vestzak-broekzakverschijnsel, waarvan de schoorsteen niet kan roken.
Een ton winst. Een ton verlies. Dat is de gebruikelijke bandbreedte van onze begroting. Het is speldengeld in kapitalistenland. Elke echte, externe uitgever steekt er schaterlachend zijn sigaar mee aan. Voor De Groene Amsterdammer, het armste en aardigste weekblad van Nederland, markeert dit bedrag echter de grens tussen afhankelijkheid en onafhankelijkheid.
Wij weten best dat uitgevers niet per definitie schurken zijn. Maar als wij dan tóch van iemand afhankelijk moeten zijn, dan zijn wij dat liever van onze lezers.
Ooit komt de tijd dat wij, in het voetspoor van het thema van dit Kerstnummer, rijk en beroemd zullen zijn. Daar dit vooralsnog niet het geval is hebben wij uw kerstinjectie, die u ons sedert enige jaren, door de bisschopwijn gelouterd, pleegt toe te dienen, nog even nodig.
Nodig voor ons, redactie en administratie, bezorgd constaterend dat de prijs van de paperclips dit jaar waarachtig wéér de hoogte is ingeschoten. Maar vooral nodig voor de minderheid onder onze lezers die zich eigenlijk niet de luxe van een opinieblad kan veroorloven, zodat wij voor de betreffende - op uw kosten! - dat sociaal abonnement hebben ingesteld, zodat hij of zij de krant tegen bodemprijs in de bus krijgt. Abonnee helpt abonnee. Het is, geloof ons, in medialand een uitzonderlijk verschijnsel, dat van een hechte band tussen krant en lezer getuigt, want zo goedkoop is een abonnement op De Groene Amsterdammer ook weer niet.
Vandaar dat wij er altijd weer behoefte aan hebben iets hartelijks terug te doen. Zie daarvoor de bon op pagina 64. Wij sturen u het betreffende boek of de videocassette direct na ontvangst van uw bank- of giro-overschrijving en bedenkt ondertussen, lezer, tussen kerstkrans en kerstgans, dat het zaliger is te geven dan te ontvangen.
REDACTIE, DIRECTIE EN ADMINISTRATIE VAN DE GROENE AMSTERDAMMER