Kerstrede 2001

Aan de lezers en lezeressen van De Groene Amsterdammer

Amsterdam, 19 december 2001

Dit Kerstnummer van De Groene Amsterdammer is vervaardigd onder de werktitel «Het is de schuld van God». Daar konden wij goed mee uit de voeten, want in feite is alles de schuld van God, ook als hij toevallig Allah, Boeddha of Jehova heet. Maar De Groene hecht nu eenmaal aan een universeel thema in de Donkere Dagen, waarover men met vrucht kan mijmeren.

Bijvoorbeeld over de vraag of het de schuld van God is dat De Groene Amsterdammer nog steeds een qua oplage bescheiden weekblad is, dat zich al jarenlang met dertienduizend tot vijftienduizend lezers probeert overeind te houden. In dat geval heeft God trouwens het grootste gelijk van de wereld, want zo vriendelijk plegen wij in onze kolommen niet over Hem te berichten.

Ja, ooit is De Groene de tribune van linkse dominees geweest, die de wereld met de bijbel in de hand wensten te hervormen. Blader de jaargang 1952 door, een periode waarin in ons weekblad nog duchtig werd getheologiseerd. De krant vierde toen zijn 75-jarig jubileum, en leek in weinig op het periodiek dat thans aan de vooravond staat van zijn 125-jarig jubileum. Er is ongetwijfeld sprake van een zekere intellectuele continuïteit (veel buitenland, veel eigentijdse cultuur), maar niettemin lijkt de krant van toen weinig meer op de krant van nu. De Groene opereerde, anders dan tegenwoordig, in een verzuilde samenleving en stond daarin op de uiterste linkervleugel, met méér waardering voor het «Russische experiment» dan ons vandaag de dag lief is.

Tegelijkertijd was De Groene, anders dan tegenwoordig, een krant die door en voor het establishment werd geschreven. In het jubileumnummer figureerde een 78-koppig Erecomité, bestaande uit deftige dames en heren, het een en ander aangevoerd door niemand minder dan mr. Arn. J. d’Ailly, burgemeester van Amsterdam. Tegenwoordig zegt men op de burelen van De Groene Amsterdammer, van hoofdredacteur tot kopijloper, gewoon Job tegen de eerste burger van ’s lands hoofdstad. Op de jubileum receptie van toen hoorde je als het ware de Koninklijke Onderscheidingen rinkelen. Dat gaat er straks, in ons jubileumjaar 2002, heel wat meer ontspannen aan toe.

Hierbij zij een aantal van onze avontuurlijke plannen onthuld. Natuurlijk wordt er een deftig symposium gehouden rond een hersenkrakend thema. Daarnaast organiseren wij een demonstratieve avond tégen de liefde, laten wij de historische voetbalwedstrijd uit 1974 tussen Duitsland en Nederland overspelen, opdat ons land eindelijk van dat verschrikkelijke trauma wordt verlost en organiseren wij als eerste en enige ter wereld de Meedans- Mattheüs. En bovenal zal De Groene in de jubileumweek, ergens in mei, vlak voor de Tweede-Kamerverkiezingen, zes dagen lang als dagblad verschijnen.

Als wij althans op tijd de centjes voor een dergelijk project bijeen kunnen schrapen. Nee, nu volgt niet hetgeen u verwacht: een appèl op de lezer om de kosten voor zijn rekening te nemen, omdat ons in onze nette armoede nu eenmaal weinig frivole zijsprongen zijn vergund. Dat geld voor onze jubileumactiviteiten komt er wel, zonder dat wij u daarvoor behoeven lastig te vallen.

Dit betekent niet dat wij ons, voor het eerst sinds jaren, kunnen permitteren het bedelen te laten. U weet, op onze begroting staat de post donaties. Dat is de optelsom van de speciale bijdrage die wij u rond de jaarwisseling plegen te vragen. Dat is een mooie traditie geworden, vinden wij. Allicht, want dit donatiebedrag schommelt gemeenlijk rond de honderdduizend gulden, een bedrag waar men elders in het publicitaire spectrum om lacht, maar dat voor ons, redactie en administratie van De Groene Amsterdammer, een klein kapitaal betekent.

Waar gaat dat geld, althans een belangrijk deel daarvan, eigenlijk naartoe?

Dit bedrag gaat — niet schrikken, lezer — naar u.

Althans naar de wat minder geprivilegieerden onder u. U weet dat het abonneebestand van De Groene wat merkwaardig is samengesteld. Een grote groep lezers bevindt zich in de hogere welstandsklassen. Een kleine groep is minder bevoorrecht en kan zich eigenlijk niet de luxe van een Groene-abonnement veroorloven. Daar hebben wij indertijd het zogenaamde «sociale tarief» voor bedacht, De Groene tegen kostprijs, een vorm van lezersvriendelijkheid die eigenlijk onze draagkracht te boven gaat.

Vandaar dat wij u met de Kerst een cadeautje blijven vragen. Iedereen krijgt cadeautjes met de Kerst. Waarom zou u dan De Groene — de dichter en denker onder de weekbladen, arm als alle dichters, apostolisch als alle denkers — in de kou laten staan?

Een deel van het donatiebedrag gebruiken wij om onze begroting bij te spijkeren. Die is dit jaar niet ongunstig. De tijden van de draconische verliezen liggen achter ons, en met enig geluk vertoont die begroting het mooie, ronde cijfer nul. Maar nul is niets. Een zuchtje snijdende winterwind — en wij zijn weg. Dat mag natuurlijk niet gebeuren. Het verdwijnen van een krant is verdrietig en verschralend. Het verdwijnen van een onafhankelijke krant — als de onze — is een kleine ramp. Dat is geen grootspraak. U bent recentelijk getuige geweest van de pogingen die men bij uitgeverij PCM doet om de aangesloten dagbladen, allemaal grote, serieuze kranten, te herprofileren en te portefoliseren — wat dit laatste ook moge betekenen. Het is het gevolg van het feit dat PCM in economische problemen verkeert, problemen die serieus dienen te worden genomen. Wij hebben te vaak met de kille cijfers geworsteld om geen begrip te hebben voor de situatie van onze Grote Broer aan de Wibautstraat.

Niettemin hebben wij met gemengde gevoelens de sussende commentaren in de betreffende PCM-kranten gelezen, waarin werd beweerd dat er niets aan de hand is. In zo’n geval is het van groot belang dat er in Nederland nog een krant als De Groene Amsterdammer bestaat, waarin ongeïntimideerd wordt vastgesteld dat hier sprake is van een dreigende «ondergang van een cultuurgoed», zonder dat er een versluierend standpunt door de directeur of de Raad van Commissarissen wordt gedicteerd. «Ni Dieu, ni maître» — het blijve het devies van De Groene Amsterdammer, waarmee maar weer eens wordt bewezen dat het centje dat u ons doneert (euro’s mogen ook) niet in het water is gesmeten.

In ruil voor ons traditionele Kerstcadeautje krijgen lezers die ons met vijfendertig tot vijfenzestig gulden verblijden het boek Rook doet leven van Martin van Amerongen thuisgestuurd, waarover de Volkskrant beweerde dat het een «geestig, maar diepgemeend pleidooi (…) een pamflet tegen de betuttelaars» is. Plus het fraaie, nog door Opland getekende, Groene-certificaat om een kennis of familielid drie maanden lang De Groene cadeau te doen.

Lezers die ons vijfenzestig gulden of meer doneren, kunnen ook kiezen voor het boek Botsende beschavingen van Samuel Huntington, de knappe, controversiële studie over de wereldorde in de 21ste eeuw, en een van de grote, intellectuele klassiekers van deze tijd. Vergeet dan niet het boek van uw keuze op de voorkant van de accept te vermelden.

U kunt er ook voor kiezen ons door middel van bijgevoegde antwoordkaart toe te staan in 2002 elke vier weken ƒ12,50 van uw rekening af te schrijven. Wij sturen dan een jaar lang De Groene Amsterdammer naar degene die u met ons blad wilt laten kennismaken. Als tegenprestatie ontvangt u het boek Rook doet leven.

Beste lezer of lezeres, betreedt in goede gezondheid het jaar 2002. God, Allah, Jehova of Boeddha moge u bewaren — en bedenkt, geheel in de sfeer van dit statige themanummer, dat het zaliger is te geven dan te ontvangen.

Met vriendelijke groet,

DE GROENE AMSTERDAMMER

Martin van Amerongen / Huib Schreurs