Aan de Turkse kust ligt Nederlands plastic

Ankara – In 2018 exporteerde Nederland meer dan 330.000 ton plastic afval. Een nieuwe afzetmarkt hiervoor is nu Turkije. Tot 2016 ging het over vijftienhonderd ton. In 2018 stond de teller op meer dan zestienduizend ton. Allicht nog een onderschatting, want veel Nederlands plastic gaat via de haven van Antwerpen en die cijfers komen op het conto van België.

In Zuid-Turkije is de plastic-business booming. Veelal kleine familiebedrijven handelen er in Nederlands, Belgisch en Duits plastic afval. Het hoogwaardige plastic-afval wordt er gerecycled, al doen zich wel grote problemen voor.

Het Nederlandse plastic-afval wordt vaak gebruikt in Turkse producten, zoals plastic zakken. Maar Turkije worstelt met zijn binnenlands afval. Liefst negentig procent komt terecht op stortplaatsen. Een ander probleem zijn de werkomstandigheden. Bijna overal wordt het Nederlandse afval gesorteerd door Syrische vrouwen. Vluchtelingen, die dat voor een hongerloon doen.

En dan is er nog het afvalwater. Na het proces verdwijnt het vervuilde water via een goot onder de grond. Enkele Turkse bedrijven erkennen dat het ‘terug naar de natuur of naar de rivier gaat’. Anderen stellen dat het ‘sinds een jaar behandeld wordt in een overheidsinstallatie’. Maar het Turkse ministerie van Milieu constateerde onlangs dat bijna de helft van duizend onderzochte afvalwaterzuiveringsinstallaties niet naar behoren werkt.

Het gevolg is ernaar. Het zuiden en zuidoosten van Turkije heeft de meest vervuilde kustlijn ter wereld. Turkije is na Egypte de grootste verantwoordelijke voor plastic vervuiling van de Middellandse Zee. Een deel van die vervuiling komt uit West-Europa en bestaat uit plastic dat niet te recyclen valt.

Ook hierbij blijkt de haven van Antwerpen een draaischijf. ‘Vaak krijgt laagwaardig plastic een certificaat van hoogwaardig plastic’, zegt een Belgische handelaar. Volgens hem is ‘de documentatie’ erg gemakkelijk te wijzigen in Antwerpen. Het zou moeilijker gaan in Rotterdam. ‘Nederlandse bedrijven vinden dus hun weg naar België.’

In de Turkse havenstad Mersin is te zien wat er met die Europese rommel gebeurt. Een jonge bedrijfsleider neemt ons mee naar een uitgestrekte open ruimte aan de rand van een woonwijk. Op verschillende plaatsen zien we afvalhopen. ‘Dit moet stoppen’, zucht hij terwijl we schoolkinderen met petflessen zien spelen. ‘We hebben genoeg aan ons eigen afval.’