Tiananmenplein 1989-2019

‘Aan de vechters voor de tanks brengen we hulde!’

Buiten China is de ‘Tank Man’-foto die herinnert aan de demonstraties op het Tiananmenplein, dertig jaar geleden, een icoon. De Chinese staat drukt het beeld echter weg uit het collectief geheugen. Toch kennen veel Chinezen de foto maar al te goed.

De Tank Man van het Tiananmenplein. Beijing, China, 5 juni 1989 © Jeff Widener / AP /HH

Zouden werkelijk meer mensen hun ogen hebben laten glijden over de beeltenis van een jonge anonieme man met boodschappentassen in zijn hand dan over die van Winston Churchill, Albert Einstein en James Joyce bij elkaar? De Britse schrijver en essayist Pico Iyer meent van wel. ‘Vrijwel zeker’ had deze man ‘in zijn moment van zelfoverstijging’ een grotere invloed op de verbeelding van de wereld dan vele grote namen die onze geschiedenisboeken vullen.

De man die Iyer bedoelt stond op 5 juni 1989 voor een colonne tanks die het Tiananmenplein verliet, het grote plein van Beijing en een van de grootste pleinen in de wereld. Deze gebeurtenis zelf was absoluut triviaal vergeleken met wat er verder op dat plein, in het westen van de Chinese hoofdstad en in Chengdu was gebeurd. Een dag eerder was het Tiananmenplein met veel geweld ontruimd. Vele duizenden burgers en soldaten raakten daarbij gewond. Het Chinese Rode Kruis schatte het dodental aanvankelijk op 2600 maar trok dat later in; het officiële aantal doden staat op 241. Geen van alle doden en gewonden heeft ook maar enige bekendheid in China of daarbuiten.

Die ene eenzame man, die door Time ooit werd uitgeroepen als een van de twintig ‘belangrijkste revolutionairen en leiders van de twintigste eeuw’, wil echter maar niet verdwijnen. Een paar weken geleden bijvoorbeeld was er de Channel 4-miniserie Chimerica, een serie die draait om de foto die we nu kennen als ‘Tank Man’, en excuseerde camerafabrikant Leica zich tegenover China voor een reclame die om dezelfde foto draaide. Elk jaar keert de foto rond de ‘verjaardag’ van de Tiananmen-protesten terug in de westerse media. Weken voor de 5de juni publiceerden The Guardian en The New York Times er alweer artikelen over.

Niet iedereen is daar blij mee. Mediawetenschappers hekelen het feit dat de Tank Man de herinnering aan de Tiananmen-protesten gegijzeld houdt. Filosofen beraden zich over het ‘ideologische erfgoed’ waarmee het westerse publiek naar de foto kijkt, en over de ‘doorschijnende helderheid’ die de foto de westerse mens verschaft over zichzelf en de orde der dingen. Al die aandacht voor die ene foto maakt deel uit van een proces waarbij één beeltenis steeds meer de herinnering aan een historische gebeurtenis koloniseert, en waarbij de afbeelding samensmelt met de gebeurtenis zelf. Wat zegt dat proces over die foto en over onze omgang met het verleden? Wat verbeeldt de foto eigenlijk?

Een logisch begin om die vraag te beantwoorden is aan mensen vragen wat ze eigenlijk in die foto lezen, maar dat is nooit op een systematische manier gedaan. Er zijn geen onderzoeken waarin een dwarsdoorsnede van de Chinese bevolking, en die van andere landen, wordt gevraagd of ze de Tank Man-foto herkennen en wat ze erin lezen. Toch ligt daarin de sleutel naar een van de centrale vragen rond deze foto: of hij westerse voorstellingen van China verbeeldt, of juist Chinese voorstellingen van het Westen. En daarmee ook: of deze foto een westerse of een Chinese obsessie betreft.

De afgelopen jaren deed ik onderzoek naar fotografie. De Tank Man-foto was niet een hoofdonderdeel of deelvraag daarvan, maar kwam er wel in voor. Als onderdeel van mijn proefschrift aan de Universiteit Utrecht vroeg ik bijna drieduizend mensen in twaalf landen welke foto’s zij herkenden en wat zij in bepaalde foto’s lazen. De Tank Man was een van die foto’s, en China was een van die landen. De resultaten van het onderzoek waren wat dit onderwerp betreft nogal verrassend.

Maar eerst de afbeelding zelf. Die werd gemaakt na een dag van buitensporig geweld waarmee een einde werd gemaakt aan de grootste bedreiging waar de Volksrepubliek China de afgelopen decennia mee werd geconfronteerd. In april 1989 overleed de voormalige, als progressief beschouwde partijleider Hu Yaobang. Zijn dood en later zijn begrafenis bracht studenten de straat op die eisten dat de in ongenade gevallen Hu werd gerehabiliteerd. Al snel mondde dat uit in demonstraties tegen corruptie en voor meer rechten en vrijheden. Wat klein begon, liep uit op verschillende marsen van honderdduizend mensen. Een verzoenende houding van de regering leek het vuur van de demonstraties te doven.

Maar een hongerstaking van studenten, aan de vooravond van een staatsbezoek van Michael Gorbatsjov, blies in mei nieuwe energie in de beweging. Driehonderdduizend mensen kwamen naar het historisch beladen Tiananmenplein en bezetten het. Dat inspireerde tot demonstraties in andere Chinese steden. Steeds meer sympathisanten kwamen op de been: bij de grootste demonstratie liepen mogelijk een miljoen mensen mee, inclusief mensen in uniform.

In de regering grepen daarop hardliners de macht. Zij riepen een staat van beleg uit, terwijl ook de studentenbeweging verdeeld raakte tussen radicalen en gematigden. Op 4 juni stroomden legereenheden naar het plein, waarbij zij tot verbijstering van de demonstranten met scherp schoten en met tanks over versperringen (en mensen) reden. Getuigen beschreven hoe studenten werden neergemaaid en daarna hun ouders en artsen die kwamen helpen.

Buitenlandse journalisten vluchtten hun hotels in. Een aantal zat in het Beijing Hotel, zo’n achthonderd meter van het plein, ze fotografeerden vanaf hun balkon. Op 5 juni vertrok een colonne tanks met veel kabaal van het plein, toen een in zwarte broek en wit shirt geklede man de brede Chang’an Laan opliep. ‘Damn it, die gast gaat de compositie verpesten’, vloekte de Amerikaanse persfotograaf Jeff Widener, die de meest gebruikte foto van het moment zou maken. De man ging in het pad van de tanks staan ‘en hief zijn rechterhand niet verder omhoog dan een New Yorker die een taxi wenkt’, zoals The New York Times een dag later schreef. De man sneed de voorste tank de weg af toen die om hem heen probeerde te rijden, klom vervolgens op de gevechtskoepel, praatte met de boordschutter en ging weer voor de tank staan. Twee mannen – bezorgde burgers of agenten, dat is nooit opgehelderd – trokken hem weg en namen hem mee. Maar liefst vijf fotografen legden de scène vast.

‘Het was een kwestie van op de verkeerde plaats zijn op het goede moment’, zei Jeff Widener later. ‘Ik had nooit kunnen denken dat de foto in zo’n cultding zou veranderen.’ Maar cult was de foto al direct nadat een Amerikaanse student Wideners fotorolletje in zijn onderbroek naar het kantoor van The Associated Press had gesmokkeld en de foto de volgende dag in de hele wereld op voorpagina’s stond. De foto vangt dan ook iets universeels, denkt Widener. ‘Iedereen maakt er verbinding mee’, zei hij in een documentaire met gevoelige pianomuziek. ‘Het beeld zegt dat alle hoop nog niet verloren is. Er is nog waardigheid.’

H et is op zich al een vreemd idee dat op een heel specifieke plaats één enkel moment uit de continue stroom van de tijd wordt vastgelegd en daarna voortdurend wordt doorgegeven en bekeken als heel belangrijk en heel speciaal. Zeker als het in feite een uiterst simpel beeld is met vier stilstaande voertuigen en een staande man. Maar dat is hoe iconische beelden werken. Ze maken een bepaalde gebeurtenis concreet en aanschouwelijk, op een simpele en toegankelijke manier. Door hun constante herhaling, verbonden aan die gebeurtenis, worden ze het visuele markeerpunt van de gebeurtenis zelf. Miljoenen, misschien miljarden mensen dragen zo’n afbeelding in hun hoofd mee en gebruiken die als ingang naar een verhaal over het verleden.

Voor het ontstaan van zo’n mondiale herinnering is een miljoenenpubliek nodig en een internationaal geïntegreerde infrastructuur van beelden en nieuws, waar niet alleen steeds nieuwe beelden worden getoond, maar ook bepaalde beelden steeds opnieuw worden herhaald. Er zijn maar weinig van zulke beelden, maar als ze ontstaan duwen ze de andere nog harder de vergetelheid in. De Tank Man geeft toegang tot de herinnering aan Tiananmen, maar zijn mythische status en de verwachting van mensen om steeds datzelfde beeld bij dezelfde gebeurtenis te zien beperkt die herinnering aan de Tiananmen-protesten ook, en versmalt die tot dat ene beeld.

Mediawetenschappers wedijveren in de mooiste en ingewikkeldste formuleringen om dat mechanisme te omschrijven: de Tank Man ‘katapulteert Tiananmen door tijd en ruimte’, hij maakt van het Tiananmenplein ‘een fantoomplek’ of ‘een monumentale ruimte’ en creëert met zijn ‘indexicaliteit’ zijn eigen ‘beeldeconomie’. Het is dan ook een ingewikkeld of misschien zelfs onbegrijpelijk proces, dat werkt via de verbeelding van massa’s mensen tegelijk. Evengoed zijn termen die dat proces omschrijven zelden positief bedoeld.

‘De Tank Man vervulde de westerse behoefte aan een individuele ethiek van heroïek’

Zeker niet in het geval van de Tank Man, een foto die vanaf zijn verschijning in de VS werd voorgesteld als een schijnend baken voor het Amerikaanse of westerse ideaal. ‘De anonimiteit (van de Tank Man) maakt deze foto alleen maar meer universeel’, verwoordde Time die visie, ‘een symbool van verzet tegen onrechtvaardige regimes overal.’ De Amerikaanse president George Bush sr. en anderen zeiden hetzelfde.

Die interpretatie ligt in de sociale wetenschappen al sinds de jaren negentig onder vuur. ‘De oriëntalistische blik en de betovering door een wereld aan de vooravond van onvermijdelijke verandering’ maakte het Westen volgens de Britse mediawetenschapper Yasmin Ibrahim blind voor elke nuance, elke verdieping en elke noodzaak om China dieper te begrijpen dan het idee van een ‘democratiserend China’, gesymboliseerd door de man met winkeltassen voor de tanks. De Tank Man ‘vervulde de westerse behoefte aan een individuele ethiek van heroïek’, schreef politicoloog Michael Dutton. Hij werd daardoor ‘het startpunt voor vrijwel elke westerse reis naar het binnenste van het hedendaagse politieke en culturele leven van China’. In Welcome to the Desert of the Real schreef de Sloveense filosoof Slavoj Zizek dat het beeld van de Tank Man ‘voor onze westerse blik wordt ondersteund door een spinnenweb van ideologische implicaties: individu versus staat, mens tegen machine, geweldloos verzet versus staatsgeweld. Deze implicaties zijn niet aanwezig voor de Chinese beschouwer, omdat zulke series tegenstellingen inherent zijn aan het Europese ideologische erfgoed.’

Demonstranten op het Tiananmenplein. April 1989 © David Turnley / Getty Images

Opvallend afwezig in deze observaties zijn Chinese visies op de Tank Man. Nu zijn die ook niet zomaar op te tekenen, want de Tank Man-foto valt in China onder een afgeschermd deel van de geschiedenis. Dat was niet altijd zo. Direct na de demonstraties liet het communistische regime de foto uitgebreid circuleren in China, als bewijs van de uiterste terughoudendheid van het Volksleger bij het herstellen van de orde en het arresteren van de ‘handvol wetteloze schurken’ die hun onwetende publiek in gevaar hadden gebracht. Maar toen bleek dat de foto in westerse media circuleerde als testament van onderdrukking in China, werd de verspreiding gestaakt.

Sindsdien is de controle op meningsuiting in China sterker geworden. Onderdeel daarvan is een zuiveringsactie die bepaalde delen van de geschiedenis gesloten verklaart en andere hersleutelt en inpast in een nationaal narratief dat in een rechte lijn naar het huidige regime onder leiding van president Xi Jinping loopt. Dat gaat nogal ver (terug). Staatsarcheologen claimen sinds kort dat voorouders van de mens veel eerder vanuit Afrika naar China trokken dan de wetenschappelijke consensus stelt.

China heeft ook stevig geïnvesteerd in bewijzen dat de mythische Xia-dynastie heeft bestaan. Die zou ouder moeten zijn dan het Babylonische Rijk en zou aantonen dat China vijfduizend jaar onafgebroken beschaving telt. Onderzoek naar de laatste keizerlijke Qing-dynastie is juist sterk teruggeschroefd, omdat die Xinjiang, Mongolië, Tibet en Taiwan veroverde – wat de claim ondergraaft dat dit onafscheidelijke landsdelen zijn die altijd bij China hebben gehoord. Een ‘Geschiedenis van de Chinese Communistische Partij, 1949-1978’ onderging zestien jaar lang revisies door 64 overheids- en partijorganen.

Met zo’n schizofrene blik op het verleden is 2019 een zorgwekkend jaar. Niet alleen is er nu een jubileum van de Tiananmen-protesten, maar ook van de 4 Mei-beweging van 1919. In het officiële verhaal traceert de communistische partij haar oorsprong in die nationalistische beweging, die anti-imperialistisch was en van China weer een machtig land wilde maken na de vernederende negentiende eeuw. Probleem is alleen dat de 4 Mei-beweging begon met duizenden demonstrerende studenten van de Universiteit van Peking. Zij weten China’s zwakte aan zijn ‘traditionele waarden’ (die nou juist het stokpaardje zijn van Xi Jinping) en zij eisten dat ‘Mr. Confucius’ werd vervangen door ‘Mr. Wetenschap’ en ‘Mr. Democratie’. De gelijkenis met 1989 ligt er nogal dik op.

Van 1919 is in het officiële verhaal een brave padvindersbeweging gemaakt, terwijl 1989 volledig is verdwenen. De gebeurtenissen uit dat jaar bestaan in China simpelweg niet: er is geen term voor, het noemen van de demonstraties kan worden bestraft, samenkomst en herdenking op 4 en 5 juni worden verhinderd, zelfs in privésfeer. Ook het internet ontkomt niet aan dat afgedwongen geheugenverlies. In 2009 trok China de Great Chinese Firewall op en sindsdien zijn westerse sociale media en diensten als Google, Facebook en YouTube in China geblokkeerd. Ook patrouilleert het regime sinds 2009 (en met dubbele intensiteit sinds de Arabische lente) op Weibo, het Chinese Twitter, en andere sociale media.

Maar er zijn zorgen. Zo was 2013 een slecht jaar voor China’s censors. Zij blokkeerden in de aanloop naar 4 juni termen als ‘Tiananmen’, ‘89’ en ‘64’ en het gebruik van de Tank Man-foto. Maar China’s webbewoners omzeilden die muren op allerlei manieren. 4 juni werd VIIV, 35 mei of 535, en de censors bleven achter de feiten aanlopen tot zelfs termen als ‘vandaag’, ‘zwart’ en ‘jaar’ werden geblokkeerd.

De censuur werd ook omzeild met afbeeldingen. Plaatjes van kaarsen, een hand over de mond of donkere wolken werden gedeeld als nauwelijks traceerbare metafoor. Maar vooral aangepaste versies van de Tank Man baarde Chinese censors zorgen. De meme van dat jaar was een bewerking van de Tank Man met gele eenden (een kopie van de eend die kunstenaar Florentijn Hofman in de haven van Hongkong liet drijven) in plaats van tanks. Toen die foto ook werd geweerd, dook de Tank Man op van Lego of met Angry Birds.

Zowel de herinnering aan de Tiananmen-protesten als het symbool van de Tank Man leeft in China, maar tegelijk is de staat succesvol in het wegpoetsen ervan, zo concludeerde voormalig correspondent Louisa Lim in haar boek The People’s Republic of Amnesia. Ze sprak daarvoor met overlevenden van de demonstraties, Chinezen die er niets van weten, en nabestaanden, zoals de moeder die een foto van haar zeventienjarige, in een politiekantoor doodgeslagen, zoon kreeg afgeleverd. In een informeel onderzoek zeiden vijftien op de honderd studenten de Tank Man-foto te herkennen; sommigen probeerden er haar heimelijk signalen over te sturen.

Wat de merites verder ook zijn van het debat over de Tank Man-foto, zeker is dat die over de rug van Chinezen wordt gevoerd. Uiteindelijk waren de doden en gewonden van 4 en 5 juni 1989 allemaal Chinezen, werd een Chinese volksbeweging gewelddadig beëindigd en worden Chinese visies daarover gecontroleerd. Chinese stemmen, en interpretaties van de Tank Man-foto, zouden in ieder geval meer gewicht kunnen krijgen.

Wie ernaar vraagt ziet direct dat de interpretatie van een eenling tegen staatsonderdrukking niet een product is van Europees ideologisch erfgoed. Dat blijkt uit Chinese antwoorden op de vraag in mijn onderzoek wat de ‘centrale boodschap’ van de Tank Man-foto is. Van de drieduizend respondenten in dat onderzoek waren er 234 Chinees. Sommige vragenlijsten waren niet helemaal ingevuld, andere vielen via controlevragen af als onbetrouwbaar: 199 bleven over. Van die 199 gaven er 36 een correct antwoord op de vraag tijdens welke historische gebeurtenis de Tank Man-foto genomen was – achttien procent, vrij dicht bij Louisa Lims schatting.

De meeste respondenten omschreven de historische gebeurtenis neutraal als ‘Tiananmen-incident’ of ‘Beijings 4 Juni Beweging’. Anderen gebruikten cijfers, zoals ‘64 gebeurtenissen’, ‘64’ of ‘zes vier’. Enkelen gebruikten weinig verhullende kwalificaties, zoals ‘de slachting op het Tiananmenplein’. Gevraagd naar de ‘centrale boodschap’ van deze foto vermeden sommige respondenten een antwoord. ‘Ik weet het niet’, kwam een paar keer voor. ‘Niet geschikt om te zeggen’, schreef iemand. ‘Moeilijk te omschrijven’, vond een ander.

Sommigen van deze 36 anonieme respondenten gaven een positieve lezing aan de Tank Man-foto. ‘Het land heeft een stabiele ontwikkeling nodig’, schreef iemand. ‘De kameraden van het Volksbevrijdingsleger hielden zichzelf zeer goed in!’ schreef een ander. ‘De zogenaamde democratische vechters probeerden China te ondermijnen en zijn separatisten!’ Een andere respondent gaf een lange, compassievolle afweging die het regime gelijk gaf. ‘De massa’s kunnen het verlangen begrijpen om voor vrijheid te vechten, maar de algemene situatie, en de resulterende instabiliteit voor het volk, maken dat de maatregelen van de leiders toch correct waren’, schreef deze respondent onder meer. ‘Geluk hoeft niet vernietigd te worden en weer opgebouwd, maar kan worden onderhouden.’

Evengoed las een ruime meerderheid van de Chinese respondenten die de Tank Man-foto correct situeerden op het Tiananmenplein in 1989 er een boodschap in die positief was over de demonstranten en negatief over de staatsreactie. Sommigen deden dat liever zo kort en cryptisch mogelijk, met woorden als ‘wreedheid’, ‘verzet’ of ‘moed’, of alleen ‘triest’, of ‘ugh’. Anderen waren iets uitgebreider maar nog steeds voorzichtig, met omschrijvingen als: ‘Burgers zijn moedig’, ‘China’s moderne poging tot democratie’ en ‘de ontberingen van democratie’.

Andere antwoorden lieten weinig ruimte over voor interpretatie. ‘Strijders voor democratie vechten tegen de macht’, schreef een respondent. ‘Democratie en autocratie’, schreef een ander. ‘Burgerlijk verzet tegen militaire onderdrukking’, schreef een derde. En een paar antwoorden waren lang en vol vuur. ‘Voor machtsbelangen gebruikten de machtigen hun kracht tegen het volk’, schreef een respondent. ‘Ze gebruikten niet alleen mentale controle, maar ook fysieke, en fysieke vernietiging.’ Een andere respondent schreef: ‘De mensen die streven naar vrijheid en democratie buigen niet voor de machtige hand van de Communistische Partij! Aan de vechters voor de tanks brengen we hulde!’

Die vurige bijdragen waren niet wat Slavoj Zizek misschien zou hebben verwacht bij de ‘Chinese blik’. ‘Een totalitair regime gebruikt de staatsmachine om burgers te onderdrukken, en de mensen hebben de moed om verzet te bieden!’ luidde er een. ‘Democratie zendt zijn stem moedig uit’, schreef een ander. ‘Het ontwaken van het publieke verlangen naar vrijheid’, las weer een andere Chinese respondent in de Tank Man-foto.

Twee derde (24) van de Chinese respondenten die de Tank Man-foto correct dateerden las er een boodschap in die kritisch was over de Chinese staat en positief over de demonstranten, drie legden de foto positief uit voor de Chinese staat. Op die resultaten valt van alles af te dingen. Het betreft een onderzoek onder een beperkte groep, in een land van ruim een miljard mensen. Evengoed is die uitkomst verrassend en verrassend eenduidig.

En het vraagt om meer: niet om meer hip jargon dat de herinnering aan de Tiananmen-protesten en de Tank Man-foto kan bijzetten in een etalage om onze zelfkritiek en zelfbewustheid te etaleren. Het vraagt om meer werkelijke interesse in Chinese visies op hun eigen geschiedenis. En het vraagt om meer onderzoek en meer feiten over hoe fotografie onze collectieve herinnering vormgeeft, en die van mensen in de hele wereld.