Aan de wand

Wie is de schoonste in het land? vraagt Sneeuwwitjes stiefmoeder aan haar spiegeltje spiegeltje aan de wand. Zijzelf, natuurlijk, daar zijn spiegels voor: om de ijdelheid te strelen en het zelfbeeld te bevestigen. (Net zoals het mooiste meisje van de wereld zich af en toe schielijk losmaakte uit broeiend feestgedruis en zich schuifelend naar het openbaar toilet begaf om ‘even te kijken of ik er nog ben’.)

De spiegel, beste vriend en grootste vijand. Constructeur van grootse dromen en genadeloos sloper van illusies. We hebben de spiegel lief, we vechten ermee. Vechten met de spiegel is strijden met (tegen) het eigen evenbeeld. Maar wie wint er dan? Kan er iemand winnen? In Spiegelgevecht van Lony Scharenborg is een verwoede strijd gaande tussen een meisje ik en een ander die zij zelf is. Met haar eigen verleden vecht ze, namelijk. Aanleiding om dat gevecht aan te gaan is de mededeling van de huisarts: ‘Ga genieten.’ Want het meisje ik is ziek. 'Mijn bloed vertoont een vreemd eiwit. Het zal vanzelf verdwijnen, alles houdt vanzelf op, dat heb ik inmiddels wel begrepen. Had ik dat moeten zeggen? Ik hoorde alleen dat woord “genieten”. Die verraderlijke klank, de lach om mijn moeders mond terwijl de dood door haar aderen trok. Ik had om een recept moeten vragen, zeshonderd genietpillen, voor het geval dat. Misschien heb ik wel nooit geweten wat genieten is, hoe dat moet. Ik zal gewoon doorgaan, achter de computer gaan zitten en gewoon doorgaan.’ Gewoon doorgaan, dat is precies wat ze niet doet. Meisje ik blijft voortdurend haken achter losse randjes van de tijd. Telkens weer stamelt ze na een witregel dingen als: 'Het kind is elf en de onderwijzer is ook hoofd van de school. Hij doet alsof hij de god van het dorp is en ruikt naar pepermunt.’ Telkens weer keert 'het kind’ terug, waarin het verleden zich heeft geconcentreerd. De vertelster denkt op die manier een gevecht te voeren met haar verleden. Waarom? Om met zichzelf in het reine te komen, natuurlijk. Dat loopt uit op een nogal vaag verhaal vol schimmige voorvallen en ondoorzichtige gebeurtenissen, die tussen onduidelijk en troebel blijven hangen. Ook stilistisch is Lony Scharenborg onzeker: wat in het begin raak lijkt, wordt na verloop van tijd meer en meer onscherp en weifelend. Vechten met een spiegel die beslagen is, en waarin dat andere ik onduidelijk blijft. Niemand wint, derhalve. Ook de lezer niet.