Cicero Consultants: Een scenario

Aan het gelul komt een eind

H.J.A. Hofland
Cicero Consultants: Een scenario
De Bezige Bij, 160 blz., € 14,90

‘Er wórdt wat áfgeluld’, zei H.J.A. Hofland, te gast bij Pauw en Witteman; die hartenkreet is ook de preambule voor zijn boek. Twee handige reclamejongens, Jakob Daader en Roen Trapstra, richten een consultancy op om belaagde partijen in het zakenleven van verbale munitie te voorzien. De eerste opdracht is meteen raak: de weduwe van een vastgoedmagnaat bestelt een grafrede, om bij de kist van haar man eens ronduit te zeggen wat ze van hem vond. Het succes daarvan leidt tot een volgende klus: een toespraak waarmee een concurrent van de weduwe in een ontwikkelingsproject moet worden uitgeschakeld. Bij zijn onderzoek naar de materie verhuurt de consultant Daader zich echter ook aan de vijand. In een mooie theatrale coup, twee persconferenties vlak na elkaar, komen de twee partijen, elk gewapend met een klinkende Daader-rede in de hand, frontaal met elkaar in botsing. Zakelijk gezien is dat een riskante manoeuvre, maar het ging Daader niet om zakelijk succes: het ging hem om ‘de waarheid’.

Cicero Consultants is een heerlijk boekje. In de schets van het Amsterdamse vastgoedmilieu en aanverwante kringen zijn tientallen smakelijke karikaturen van bestaande personen te herkennen; maar vooral als voltairiaanse satire (een schaars genre!) is het boek niet te versmaden. Hofland wordt gedreven door een oprechte afkeer van ‘het gelul’, en dat hij daarbij Marcus Tullius Cicero in zijn vaandel schrijft is niet voor niks. De twee (drie) redevoeringen van Daader zijn in feite Catilinarische, gericht tegen het verraad van de openbare zaak, pleitend voor het herstel van het belang van de waarheid bij het optreden in de publieke sfeer.

Cicero voerde in De oratore aan dat filosofie en retorica in zijn tijd ten onrechte van elkaar waren losgeraakt. Hijzelf zat geregeld klem tussen het belang van de waarheid en de noodzaak van succes. Er is een anekdote dat Cicero in een rechtszaak, waarin hij pleiter is, ook als getuige optreedt, waarmee hij zijn eigen pleidooi als advocaat onderuithaalt. ‘Ik moet toegeven dat ik meer waarheid dan welsprekendheid bezit’, zei Cicero daarop.

In de wereld waarin de Cicero Consultants zich begeven, zijn begrippen als waarheid en werkelijkheid volledig irrelevant geworden. Daaders waarheidslievende optreden blijft niet zonder consequenties. Er vliegen hoflandiaanse tegels door de lucht, en de lange lat wordt getrokken. Aan het gelul komt een eind, de harde waarheid van het straatgeweld neemt het initiatief over. Daarin is een echo te horen van die andere ciceroniaan, Jefferson: ‘I hold it, that a little rebellion, now and then, is a good thing, and as necessary in the political world as storms in the physical.’