Aan het licht

Je hebt het gevoel dat je binnenkijkt in de geheimzinnigheid zelf bij de perspex dozen van Saskia Noor van Imhoff. Alsof je ontdekt wat verborgen was.

Eerst de kantige schop door het stugge gras duwen en dan verder doorsteken in de stevige grond. Dan lichtte je dat stuk grond waardoor de aarde werd opengemaakt. Aan één kant was de snede glad, een soort doorsnede eigenlijk. Vochtige aarde waarvan de donkere geur onbeschrijflijk is hoewel die lijkt op hoe in de herfst een nat bos ruikt. Langs die gladde kant heeft de scherpe spade alles doorgesneden. Daar komt nu alles aan het licht wat er gaande was. Bijvoorbeeld zien we gekrioel van wortels en ander groeisel. Misschien het gekronkel van wormen en kevers die onder de grond leven. Je hebt het gevoel dat je binnenkijkt in de geheimzinnigheid zelf.

Small 012.s.van imhoff a.meijer  second spade 2016 ph.gj.vanrooij
Saskia Noor van Imhoff & Arnout Meijer, Second Spade 03, 2017 © Gert Jan van Rooij
Dat er in de vitrine iets aan de hand is, lijkt duidelijk. Daarom herinner ik aan een sprookje van Grimm

In de wonderlijke enscenering van Saskia Noor van Imhoff zien we enkele platte dozen van blauw doorzichtig perspex haaks tegen de wand gemonteerd zodat we er goed doorheen kunnen kijken. Ze heten Second Spade en zijn in samenwerking met Arnout Meijer gemaakt. Ze vallen op door een helderheid die vrijwel niets onzichtbaar laat. Het was een scherpe snede in de donkere aarde die letterlijk van alles aan het licht bracht. Bij de perspex dozen dacht ik aan het openmaken en ontdekken van wat verborgen is.

De vitrine is glad en plat. Het blauwe perspex glimt en het licht erin lijkt steriel als dat van een laboratorium. Dat licht moet zo koel zijn want wat we zien, in de platte doos, is een mechanisch proces. We zien een zilverkleurig glanzend tin (in ieder geval een zacht metaal) terwijl het zogenaamd aan het smelten is en dus van vorm verandert. De vorm is ongrijpbaar als een kleurstof kronkelend in water. Er zweven ook nog andere dingen die er technisch uitzien; verder nog wat elektrische draden. Ook zien we overal de schroeven waarmee de platen perspex aan elkaar vast zitten en ook schroeven die deze proefopstelling op zijn plaats houden. Door de klaarheid van het blauwe licht, dat zo schoon is, wordt de indruk versterkt dat hier niets onzichtbaar is. In het werk van Van Imhoff (# +28.05.01) keek ik vorige week naar het kantige boeket van metalen lijnen dat zich daar ontvouwde. Ze leken, zoals in de metamorfose in kunst alles op iets lijkt, op de contouren van vlakken als in een collage. Dat wil zeggen: het is de aanduiding van vormen want nergens is de contour compleet. Intussen lijkt de blauwe vitrine zo dwingend als een vergrootglas. Wat we duidelijk denken te zien, beginnen we te zien, en geleidelijk aan. Maar begrijp ik wat ik zie? Natuurlijk niet. Wel begin ik te verzinnen wat ik denk te zien. Maar dat er in de vitrine iets aan de hand is, lijkt wel duidelijk.

Small 0019 2017 04 21 fw saskia noor van imhoff photo ernst van deursen large
Saskia Noor van Imhoff, #+28.00, 2017 © Ernst van Deursen / Courtesy Galerie Fons Welters

Daarom wil ik, maar niet om iets te verklaren, herinneren aan een merkwaardig sprookje in de canon van de broeders Grimm. Het is nummer 112 en het heet Der Dreschflegel vom Himmel. Een boer ging met twee ossen het land op om te gaan ploegen. Toen hij bezig was begonnen bij de ossen de hoorns te groeien. Zo groot werden ze dat bij thuiskomst het span niet meer door de poort het erf op kon. Gelukkig kwam er een slager voorbij die de beesten wel wilde. In ruil voor die hulp zou de boer ook nog een mud raapzaad leveren waarvoor de slager beloofde goed te betalen. Tevreden ging de boer naar de schuur om het raapzaad te gaan halen. Maar terug naar de slager viel er onderweg ongemerkt een korrel zaad uit de zak. Nadat de zaken waren afgedaan merkte de boer, op weg naar huis, dat uit de verloren korrel zaad een boom gegroeid was die tot in de hemel reikte. Omdat het nu kon, besloot de boer naar boven te klimmen om daar een kijkje te nemen. Hij was nieuwsgierig naar wat de engelen deden. Hij zag dat ze er haver aan het dorsen waren. Terwijl hij dat bekeek, begon de boom waar hij op stond behoorlijk te wiebelen. Beneden op aarde, merkte hij, maakten ze aanstalten om hem om te zagen. Wat nu? Maar de boer zag kans om van het kaf dat daar lag, van die haver een touw te vlechten. Voor hij zich liet zakken nam hij ook nog een dorsvlegel mee en een hak. Je weet maar nooit. Weer op aarde langs dat touw kwam hij terecht in een heel diep gat. Met de hak kon hij langs de wand van dat gat de treden hakken van een trap. Zo kon hij terug – waar hij die dorsvleugel kon laten zien als bewijs dat hij zijn verhaal niet uit zijn duim gezogen had.

Kijk zo maar eens, zou ik zeggen, naar kunstwerken als je die raadsels vindt.

PS Deze sprookjesachtige tentoonstelling is nu te zien in galerie Fons Welters in Amsterdam