Kunst

Aan het Mondrianen

Kunst: Jacoba van Heemskerck

De tentoonstelling die het Gemeentemuseum Den Haag wijdt aan het werk van Jacoba van Heemskerck is in alle opzichten geslaagd te noemen: goed gedocumenteerd, helder van opzet en met een riante hoeveelheid hout sneden, schilderijen, tekeningen, glas- in-loodramen en werken van tijdgenoten het meest complete overzicht van Van Heemskercks kunstenaarschap tot nu toe. Terecht luidt de ondertitel: Een herontdekking. Hoewel het Gemeentemuseum in 1982 al een overzicht van haar werk toonde, zij het van bescheidener omvang, en er de afgelopen jaren serieus onderzoek werd gedaan (deels terug te vinden in de uitstekende catalogus) is de aandacht voor Van Heemskercks oeuvre in Nederland altijd wat aan de magere kant gebleven, zeker vergeleken met die voor tijdgenoten als Mondriaan, Sluijters en Toorop.

Het is de pech van een kunstenares die haar meest productieve jaren be leefde tijdens de eerste decennia van de vorige eeuw , een periode van ongekende bloei in de Europese beeldende kunst. Haar tragiek was niet dat ze schilderde in de stijl van haar voorbeelden – dat deden er velen, en met succes – maar dat ze er niet in slaagde die voorbeelden te evenaren, laat staan te overtreffen.

Van Heemskerck, wier manier van schilderen zich via de brede, pastelkleurige kwaststreken van het luminisme en de sombere aardetinten van het kubisme ontwikkelde tot een abstract expres sionisme vol antroposofische symboliek, werd tijdens haar leven vaak epigonisme verweten. «Heems kerck is tegenwoordig aan het Mondrianen en Picas soen. Wat zal ze ’t volgend jaar imiteren?» schreef Jan Toorop in 1913 aan een collega. Niet ten on rechte, zo blijkt. Een pseudo- kubistisch schilderij als Landschap No. 2 wekt de indruk dat Van Heemskerck vooral geïnteresseerd was in de makkelijkst imiteerbare stijlkenmerken van de stro ming die op dat mo ment in zwang was. Van de voor het kubisme zo kenmerkende beeld deconstructie moest ze weinig hebben. Haar kubisme is decoratief: een aan Braque en Picasso ontleende toets wordt gebruikt om een traditionele voorstelling te schilderen.

De nadruk ligt op de expressionistische schilderijen. Huizen, bo men en mensen zijn vervangen door abstracte vormen. De waar neembare realiteit maakt plaats voor een, om een term uit de catalogus te gebruiken, «spirituele be le ving». Helaas, zou ik willen toevoegen. Veel van deze schilderijen lij den aan het Kandinsky-syndroom: veel kleur, veel vorm, weinig structuur. Het ontbreekt aan een innerlijke logica die de boel bij eenhoudt en ervoor zorgt dat het schilderij meer is dan een verzameling verfvlakken op een doek dat men naar willekeur kan verplaatsen zonder dat de voorstelling er op achteruit gaat.

Beter is het werk waarin Van Heemskerck zichzelf strenge be perkingen oplegde, zoals de glas-in-loodramen die zij ontwierp voor een villa in Wassenaar. Hier vangen we een glimp op van de hogere orde die haar in haar schilderijen voor ogen moet hebben gestaan. Lange tijd werden de ra men beschouwd als een curiosum. Nu kunnen we ze zien als de apotheose van een kwalitatief nogal wisselvallig oeuvre.

Jacoba van Heemskerck: Een herontdekking

Gemeentemuseum Den Haag, tot 21 november