Aan niets denken

Als hij begint met stapelen is een kunstenaar in staat aan bijna niets te denken. Hij wacht af wat er gaat komen. Dat is de les van Krijn de Konings ensemble van blokken en kleuren.

Dit werk van Krijn de Koning heet 13 Blokken, 30 Kleuren. Maar dan. De bedoeling is dat die blokken zodanig gestapeld worden dat ze allemaal worden gebruikt en dat ze elkaar raken en dan gezamenlijk een volume vormen. Dat kan natuurlijk op allerlei manieren. Zelf heeft de kunstenaar ooit bij hem thuis in een kamer een versie gebouwd - tegen de wand van een ondiepe ruimte tussen de schoorsteen (met spiegel erboven) en een kast waarbij hij bovendien rekening hield met de diepte van de kast (die ongeveer overeenkwam met die van de schoorsteen). In deze gegeven ruimte werd het stapelen dus ook een soort inpassen. Omdat die ruimte bovendien smal was, ging de stapeling dus de hoogte in en vormde een compositie van verschillend gekleurde rechthoekige en vierkante vlakken. Toen deze variabele sculptuur (die bestaat in een editie van vijf identieke exemplaren) in de collectie van het Stedelijk Museum was gekomen, heb ik zelf ook eens een stapeling gemaakt - voor een tentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Daarbij merkte ik dat het stapelen niet zo eenvoudig was als het eerst leek - want tenslotte, dacht ik, is het ding toch alleen maar een soort blokkendoos. Maar in de klassieke blokkendoos die ik als kind had zaten doorgaans toch dezelfde soort blokken, meestal kleine kubussen in een kleur. Die waren het handzaamst voor wat kinderen er meestal mee willen: iets nabouwen, laten we zeggen een kasteel. Bij het stapelen van 13 Blokken, 30 Kleuren bleek je toch anders te moeten passen en meten. Bijvoorbeeld: er zijn vijf verschillende maten van blokken. Er is er een van 30x60x90 centimeter, en verder vier groepen van telkens drie dezelfde: 30x30x30, 30x30x60, 30x30x90 en 30x60x60. Elk blok heeft zes vlakken, en over dat hele ensemble van in totaal 78 vlakken zijn dertig kleuren van glanzende lak verdeeld. Per blok zijn de zes vlakken verschillend van kleur. Dat betekent dat kleuren dus meermaals voorkomen, zij het dan wel in een andere maat.
Als je gaat stapelen hou je dus niet alleen rekening met maten maar ook met de variatie van kleuren. Een andere afspraak is ook dat nooit dezelfde kleuren direct aan elkaar grenzen. Ook als dat geen door de kunstenaar gestelde spelregel zou zijn (dat weet ik niet meer), heb je als stapelaar toch de neiging, merkte ik, een zo groot mogelijke schakering van kleuren te proberen. Variatie ligt als verleidend principe nu eenmaal in de aard van dit werk. Vooral wat kleur betreft zijn de elementen zo verschillend dat het nog niet eens makkelijk zou zijn om dezelfde kleuren naast elkaar te krijgen.
De ruimte van het gotische schip van de Nieuwe Kerk is langwerpig en hoog. Daarom koos ik voor mijn versie van 13 Blokken, 30 Kleuren ook een langwerpige vorm. Toen ik bezig was met bouwen, begon ik op een gegeven moment toch te merken dat ik, net als een kind dat een kasteel nabouwt, vermoedelijk ook iets aan het imiteren was - hoewel ik, naar de rechthoekige aard van de elementen, probeerde een abstracte constructie te maken. Maar in werkelijkheid was ik bezig de typische geometrie van de minimal art na te doen. Verderop in de kerk, in dezelfde expositie van beelden uit de verzameling van het Stedelijk, stond er zo'n sculptuur van Donald Judd: een soort grote doos van 750 cm lang, 150 breed en 165 hoog, samengesteld uit metalen panelen in vijf kleuren die in hun opeenvolging een soort slingerbeweging om dat volume maakten. Natuurlijk zat dat ding onuitwisbaar in mijn hoofd. Ook waren de panelen van Judd allemaal even langwerpig groot, terwijl ik in het aanbod blokken van Krijn de Koning te maken had met die grote variatie in maten en kleuren. Door het heel heldere licht in de kerk werden de hoeken van de blokken des te scherper en werden ook de kleuren bruusker. De stille statigheid die ik in het werk van Judd vooral bewonderde, begon mij te ontglippen - en opeens leek mijn bouwsel op een dobberend, hoekig bootje want ik had het midden open gelaten. Ten slotte zette ik op een dwarsbalk er nog een soort torentje op zodat het ding, in die kerk, ook nog wat op een kerkje ging lijken.
Op een ontnuchterende manier laat dit werk van Krijn de Koning, dat zo simpel lijkt, ons dus zien hoe moeilijk het is om kunst te maken. Zijn eigen versie van 13 Blokken, 30 Kleuren tussen kast en schoorsteen is bijvoorbeeld veel vreemder in zijn compacte samenstelling. Terwijl ik als kijker naar kunst op alle mogelijke manieren verstrikt ben in dingen die ik ooit gezien heb, is een echte kunstenaar als hij begint met stapelen in staat aan bijna niets te denken. Hij wacht af wat er gaat komen en hoopt dat het iets wordt wat hij nog nooit zo gezien heeft. Dat is de les van dit ensemble van blokken en kleuren. Toch was het stapelen voor mij wel leerzaam. Als kind heb ik jarenlang pianoles moeten ondergaan. Een gedreven pianist ben ik nooit geworden. Wel ben ik door dat geploeter op de piano iets gaan begrijpen van hoe muziek in elkaar zit en waar je naar moet luisteren. Zo heb ik door dat blokkenspelen in de kerk weer wat geleerd over de constructie van sculptuur en het raadselachtige gedrag van kleuren.

PS Krijn de Koning heeft tot eind mei een tentoonstelling in het CBK te Groningen. Verder hangen tekeningen van hem in Boijmans Van Beuningen te Rotterdam en zijn vanaf half mei nieuwe multiples te zien in galerie Slewe in Amsterdam