Aanbidding van de intellectueel

Moskou - De Russische wiskundige Grigori Perelman kreeg afgelopen week een prestigieuze en vooral lucratieve prijs voor de wiskunde: één miljoen dollar van het Amerikaanse Clay-instituut voor het oplossen van het ‘vermoeden van Poincaré’, een groot raadsel uit de moderne wiskunde. Kun je van een driedimensionale vorm met een gat erin (denk aan een donut) een bal maken zonder het oppervlak te breken? Nee, zei Poincaré, maar hij kon het niet bewijzen. Perelman wel en hij deed dat al in 2003. Hij werd daarvoor in 2006 beloond met de eveneens prestigieuze Fields Medal, maar weigerde die prijs. Want de 44-jarige Perelman houdt niet van publiciteit. Hij heeft tot nog toe geweigerd enige vorm van hulde te ontvangen. Perelman leeft bij zijn moeder in Sint-Petersburg op een flat en wil met rust gelaten worden. Dáár word je natuurlijk pas écht beroemd van, zeker toen The Sunday Telegraph zijn eenvoudige leven uitgebreid neerzette in een fotoreportage.
Maar ondertussen duikt naar aanleiding van Perelmans prijs weer de curieuze aanbidding voor de echte Russische intellectueel op. Dat is iemand die geen zier om geld geeft en die alleen voor ideeën leeft. Laat het geld, de roem, het publieke leven maar zitten. Ondanks onderdrukking door tsaar, communisten of bureaucratie maakt die intellectueel alleen maar muziek, poëzie, schilderijen, romans, berekeningen. Wat maakt het uit dat we met z'n tienen op een flat wonen, alleen augurken eten, in synthetische truien lopen en dat het water uit de kraan bruin is? Als we maar kunnen scheppen, als we maar om de keukentafel treurige liederen kunnen zingen.
Los van de charmante nostalgie is de onbehaaglijke suggestie telkens dat het eigenlijk dankzij de onderdrukking en de armoede is dat creativiteit vrijkomt. Iemand op het internet die de loftrompet over Perelman steekt haalt de schrijver Alexandr Solzjenitsyn aan, die iets gezegd zou hebben als: 'Ik voelde me nooit zo vrij als in de Goelag.’ Pas als je niks meer te verliezen hebt, weet je wat er echt toe doet. Pas als je gevangen zit, leer je van ideeën te houden. Die gedachtegang is wel begrijpelijk. Om wat zelfrespect vast te houden in een land dat permanent geregeerd wordt door onderdrukkers moet je wel vinden dat vrijheid vooral iets vergeestelijkts is, niets met spullen en lekker eten, maar alles met mooie gedachten te maken heeft.
Ook nu Rusland in de greep is van leeghoofdige patsers zonder idealen moet iets als voorbeeld dienen dat er ooit betere tijden waren. Perelman is daar een mooi model voor, als-ie niet zo'n joodse naam had was hij vast echt populair. Maar met dat verlangen naar puurheid reist ook altijd een moeilijk in een paar zinnen te vangen afkeer mee van de consumptiemaatschappij, van het Westen, en daarmee ook van de democratie. Niet alleen de machthebbers vinden in Rusland dat schoonheid geen inspraak verdraagt. In een korte reactie zei Perelman geen interesse te hebben in zijn miljoen.