Aangenaam archaisch

Kleine Eyolf van Toneelschuur Produkties speelt nog tot 1 mei overaf in het land. Inlichtingen: 023-312439. Met de serie Traumata staat Discordia deze week in zaal Monty, Antwerpen. Inlichtingen: 020-6271999
De Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen (l828-1906) gunt in een van zijn laatste toneelstukken, Kleine Eyolf (1894), de titelfiguur - een kreupel kind - precies één opkomst. Daarna verdrinkt Eyolf (buiten beeld) en verdwijnt ook voorgoed: zelfs zijn lijkje komt niet meer boven water. De overige personages blijven verbijsterd en ontredderd achter. Dat zijn Eyolfs vader Alfred Allmers (een gedesillusioneerd mens); diens echtgenote Rita Allmers (een gepassioneerde vrouw met wie Alfred een steeds koelere verhouding heeft); Asta Allmers, Alfreds zuster voor wie hij een grote genegenheid voelt (die wederzijds is); en ene Borghejm, een wegebouwkundig ingenieur die meer dan één oogje heeft op Asta Allmers.

De verdrinkingsdood van Eyolf schudt de verhoudingen tussen de nabestaanden grondig door elkaar. Het stuk eindigt in berusting, een rust die je van de personages moeilijk kunt aannemen na alles wat er is voorgevallen. Asta gaat toch met Borghejm mee, om hem terzijde te staan in het noordelijke gebergte waar hij een groot wegenproject heeft aangenomen. Alfred blijft toch bij Rita, en samen stellen ze hun huis open voor de zwerfkinderen die Eyolf lieten verdrinken.
Onlangs zag ik dit duistere stuk in twee uitvoeringen (bijzonder plezierig dat dat weer gebeurt trouwens, meerdere uitzichten op eenzelfde tekst), die allebei de vertaling van mevrouw Clant van der Mijll-Piepers uit 1916 hanteerden. Het effect van dat archaïsche taalgebruik op het podium komt in de buurt van wat we ‘vervreemding’ zijn gaan noemen. Naar een vrouw die geagiteerd vraagt: 'Dat moetje ons eens dadelijk vertellen. Alles er van!’ luister ik in ieder geval meteen anders (en beter) dan naar iemand die roept: 'VerteIop. Ik wil het allemaal weten. ,
De twee uitvoeringen van Kleine Eyolfkwamen van de Haarlemse Toneelschuur (regie: Ernst Braches) en van Discordia. De eerste uitvoering had de overduidelijke ambitie om op een beheerste manier hevig te zijn, heftig zelfs - een soort beschaafd discours onder een kaasstolp. Dat was mooi om naar te kijken, temeer daar Cas Enklaar de vader speelde en Els Ingeborg Smits zijn (stief)zuster. Die twee hebben een mooie chemische verbinding ontwikkeld. Helaas ging het de avond dat ik er was nogal mis. De concentratie van een aantal acteurs was ongehoord laag, het aantal versprekingen lag ruim boven de vijftien, en dat tikt aan in een enscenering die op een zorgvuldig georkestreerde serie ontploffingen uit is. Ik heb vooral naar de schetsen voor een voorstelling zitten kijken, de voorstelling zelf heb ik waarschijnlijk gemist.
Bij Maatschappij Discordia, waar Kleine Eyolfdeel uitmaakt van een serie die Traumata wordt genoemd, liggen de ambities denk ik elders en anders. De hevige gemoedsbewegingen van het stuk worden hier niet zozeer doorleefd gespeeld alswel sober gedemonstreerd. Alfred Allmers bijvoorbeeld wordt hier verbeeld met een verexcuserende ondertoon - neem me niet kwalijk dat ik hier ben. Matthias de Koning speelt hem met maaiende armen en onzekere tred, wat zijn zwalkende keuzen accentueert en een afwisselend komisch en aandoenlijk effect geeft. De twee vrouwen tegenover hem worden als het ware met een fijn etspennetje geschetst, nadenkend, een voorstel hoe hun personages eventueel zouden kùnnen zijn.
Dat is wat deze voorstelling van Kleine Eyolftot een bijzondere belevenis maakt - ze wil in het acteren nadrukkelijk onaf zijn, ongepolijst, maar ze is gemaakt met veel aandacht voor de constructie van het stuk, voor de dramaturgie-van- de-deceptie. Het stuk zal - aldus de mededeling van Jan Joris Lamers aan het slot van de voorstelling - misschien lang op het repertoire van Discordia blijven. En de voorstelling zal veranderen, onder invloed van die andere stukken in de serie Traumata (teksten van Strindberg, Beckett, Bernhard). Zodat we nog eens kunnen terugkomen, en dan een andere Kleine Eyolfte zien zullen krijgen.
Dat blijft één van de unieke kanten van Discordia - het enige echte repertoiregezelschap van Nederland: de voorstellingen gaan zich in de loop van hun speeltijd met elkaar bemoeien, ze gaan een gesprek aan met elkaar en met ons. Plezierig voedsel voor de ware toneelliefhebber. Rustgevend ook het idee, dat (dank, Brecht!) bij de vestiaire niet mèt de hoed ook de hersens moeten worden afgegeven. Hersenknersend toneel, dat is het.