Aangename kaalheid

‘Roman’ staat er ferm op het omslag van Dora Bruder. Maar als het etiket roman zoveel wil zeggen als een tekst waarin de verbeelding de vrije loop krijgt, dan is het de vraag of het nieuwste boek van Patrick Modiano als zodanig betiteld moet worden. In Dora Bruder doet Modiano namelijk zijn uiterste best om zijn verbeelding te beteugelen, om vooral geen fictie te schrijven. Hij presenteert feiten. Die feiten brengt hij niet tot leven door er een verhaal omheen te verzinnen, maar door ze aan te vullen met nog meer feiten, door de plekken te bezoeken waar de feiten hebben plaatsgevonden, door naar foto’s te kijken waarop de feiten zijn te zien, en door omstandig te beschouwen over wat hij feitelijk niet weet. Over hoe de tijd voorbijgaat en feiten uitwist en hoe er alleen sporen van feiten in registers en op straat zijn overgebleven. De feiten betreffen dan ook mensen die nauwelijks sporen achterlaten, haast anonieme gestalten. En dat gebrek aan sporen zadelt hem op met een gevoel van leegte en afwezigheid.

Het boek begint met een berichtje uit een krant van 31 december 1941, dat de verteller bijna vijftig jaar later leest. Daarin staat dat een vijftienjarig meisje door haar ouders wordt vermist. Een meisje van 1 meter 55, met een ovaal gezicht, grijsbruine ogen, grijze sportjas, donkerrode trui, marineblauwe rok en hoed, en kastanjebruine sportschoenen. Haar naam: Dora Bruder. In het berichtje staat ook het adres van de ouders, een boulevard in een grauwe voorstad van Parijs waar niemand lang bleef wonen, ‘een kruispunt vanwaar iedereen uitzwermde naar de vier windstreken’.
Het berichtje over het vermiste meisje laat de verteller niet meer los. Hij bedenkt dat hij dertig jaar eerder, toen hij nog een jongeling was, vaak door de straten zwierf waar Dora Bruder ooit woonde. Hij was toen nog onwetend - zoals de mensen zich nu onwetend langs de plekken bewegen, alsof de pijnlijke geschiedenis er nooit heeft plaatsgevonden. Maar de verteller spreekt niet alleen zijn herinnering aan, hij gaat ook op zoek naar verdere gegevens. Wie denkt dat Modiano een spannend verhaal over die zoektocht vertelt, komt bedrogen uit. Hij presenteert kale feiten, zonder dat hij precies duidelijk maakt op wat voor heroïsche en inventieve manier hij ze heeft opgedoken. Hij laat vooral ook zijn schroom zien bij het zoeken naar sporen. Hij is bang dat hij niets vindt en zolang hij niet zoekt, hoeft hij daar niet bang voor te zijn.
Juist de kaalheid maakt het boek aangrijpend. In de meeste gevallen worden de bureaucratische notities uit registers en politiearchieven zonder opsmuk geciteerd. Bij elkaar maken ze duidelijk dat achter die koele, onpersoonlijke aantekeningen een zeer persoonlijke geschiedenis schuilgaat. Want langzaam maar zeker leer je dat de ouders van Dora Bruder joodse immigranten waren op de vlucht voor Hitler; dat ze hun dochter op een katholiek internaat hadden geplaatst om haar uit handen van de Duitsers te houden; dat Dora meermalen is weggelopen; dat het hele gezin via Franse kampen op transport is gesteld naar Auschwitz.
Modiano heeft de blote feiten uit principe niet aangekleed met zijn verbeelding. Hij laat zien hoe de tijd individuele mensenlevens verzwelgt. Het zal altijd een geheim blijven hoe Dora Bruder haar dagen doorbracht, waar ze zich verborgen hield toen ze wegliep, hoe haar verhouding met haar ouders was. Hij gunt haar dat geheim.