Film: Grote, tragische vrouwen

Aangeraakt door God

Er is iets pervers aan alle nieuwe films over tragische vrouwelijke artiesten. Whitney en Maria by Callas proberen voorbij te gaan aan de hijgerige sensatie.

‘Ik wil graag Maria zijn maar ze verwachten dat ik Callas ben’ © The Searchers

De zus van Kurt Vonnegut had, volgens de schrijver zelf, een erg goede beeldhouwster kunnen worden. In 1977 schrijft hij in The Paris Review: ‘Ik heb haar een keer op haar donder gegeven omdat zij niet meer deed met haar talenten. Zij gaf toen als antwoord dat het hebben van een talent niet de verplichting met zich meebrengt er ook iets mee te doen. Dat was voor mij een verbijsterend nieuw gezichtspunt. Ik had altijd gedacht dat je je talent moest vastgrijpen en er zo ver en zo snel als je maar kon mee aan de haal moest gaan.’ Vonneguts perspectief op talent is de heersende opvatting. Als je mooie benen hebt, dan moet je ze laten zien. Als je een leuk toetje hebt, moet je glimlachend over straat. Als je kunt zingen, dan moet je dat laten horen. Aangeboren talent brengt een moeten met zich mee; een verplichting, een verantwoordelijkheid, een last.

Maria Callas en Whitney Houston, zangeressen van een andere generatie en een ander genre, kozen wel voor hun talent. Of, beter gezegd, ze kwamen niet onder hun talent uit. Dat de documentaires Maria by Callas (Tom Volf, 2017) en Whitney (Kevin Macdonald, 2018) gelijktijdig in de Nederlandse filmtheaters te zien zijn, nodigt uit tot het zoeken naar overeenkomsten tussen twee heel verschillende vrouwen. Beiden werden onder druk gezet en uitgebuit door hun ouders; beiden onderhielden giftige relaties met egocentrische mannen; beiden gingen gebukt onder hun imago; beiden stierven voordat ze oud waren, ongelukkig en eenzaam. De twee films voegen zich in een nieuwe stroom biopics en documentaires over worstelende, vaak tragisch eindigende kunstenaars: Amy Winehouse, Nico, Chavela Vargas, Nina Simone, Romy Schneider. Deze getalenteerde artiesten hebben met name één ding met elkaar gemeen: ze zijn vrouw.

Maria Callas werd in 1932 geboren in New York, als jongste kind van Griekse immigranten. Haar moeder Litsa, die een jongetje verwachtte, had direct een afkeer van het kind. Ze prefereerde haar oudste dochter, die zou uitgroeien tot een mooie, slanke vrouw. Vergeleken bij haar was Maria, mollig en ernstig bijziend, het lelijke eendje. Maar zingen kon ze wel. Maria was vijf toen ze op zangles werd gestuurd.

Whitney Houston werd in 1963 geboren in New Jersey, als de jongste in een familie van zangeressen. Whitney’s eerste talent was mooi zijn, als baby was ze al een plaatje. En dat ze zou zingen stond ook al vast. Haar carrière begon in de kerk en breidde zich uit naar het podium. Vanaf haar veertiende deed ze hetzelfde werk als haar moeder Cissy: ze stond in de studio als achtergrondzangeres.

Callas’ ouders scheidden toen ze een tiener was. Litsa nam naar dochters mee terug naar Griekenland, waar ze Maria aanmeldde voor het conservatorium. Callas zelf had een hekel aan zingen, zo zou ze later vertellen in interviews. Ze hoorde thuis op het podium, zegt een goede vriend na haar dood tegen The Guardian. Al was het maar omdat ze thuis nooit zong. Maar hoewel ze er kennelijk geen liefde voor voelde, gaf ze zich wel degelijk over aan haar vak. Iedereen getuigt van de indrukwekkende zelfdiscipline en het arbeidsethos die Callas als tiener al liet zien. Niet alleen haar moeder zette haar onder druk, ze deed dat zelf ook.

Houstons carrière nam een vlucht. Ze werkte als model en trad op in The Merv Griffin Show. Platenmaatschappijen boden tegen elkaar op om haar onder contract te krijgen. Maar thuis was ze ‘Nippy’, zoals haar familie haar liefkozend noemde. Nippy sliep graag. Nippy feestte met haar vrienden. Nippy was lui, niet vooruit te branden. Maar het balletje was al aan het rollen. Dat de zangeres met de innemende lach en de magische stem een sensatie zou worden, was onvermijdelijk.

Whitney is een traditionele documentaire, chronologisch verteld aan de hand van oude beelden en nieuwe interviews met een groot aantal betrokkenen. In hoog tempo worden we meegenomen door haar leven. Snel door elkaar heen gemonteerde beelden van Ronald Reagan of Princess Diana geven aan in welk decennium we ons bevinden.

Hoe meer Houstons verhaal wordt ingevuld, hoe zichtbaarder de lege plek die zij achterliet

Maria by Callas neemt juist de tijd. De documentaire glijdt kalm door Callas’ leven en geeft volop ruimte aan haar optredens. De documentaire kiest voor de vorm van een collage. Verschillend archiefmateriaal, waaronder Callas’ eigen super 8-films, wordt aan elkaar geregen door de voice-over van Fanny Ardant, die Callas’ persoonlijke brieven voorleest. We zien niemand anders dan de zangeres zelf. We horen alleen háár woorden, nooit een interpretatie van die woorden, of een reflectie erop. Het resultaat is een film die eerder versluiert dan onthult. In Whitney kijken de talking heads recht in de camera, een ingreep die aan kracht wint naarmate hun verhalen schrijnender worden. Hoe meer Houstons verhaal wordt ingevuld, hoe zichtbaarder de lege plek die zij achterliet.

Houston breekt door als de vrolijke en wholesome girl next door. Ze is het perfecte plaatje: mooi, vlot, ongecompliceerd. Maar, zoals dat gaat met perfecte plaatjes, daarachter schuilt iemand die worstelt met haar zelfbeeld. Iemand die, zo suggereert een van haar familieleden, zelf niet weet wie ze is. De vermeende relatie die ze met haar beste vriendin Robyn had wordt in Whitney wel besproken maar niet verder uitgediept. Als kijker kun je het zelf invullen: Houston hield de relatie geheim omdat homoseksualiteit niet paste bij het beeld dat het publiek van haar had. Koos ze voor een huwelijk met zanger Bobby Brown omdat hij de ultieme man was? Of koos ze voor hem omdat hij de ultieme zwarte man was? Voor het witte publiek was ze de gedroomde zwarte artiest: zo wit mogelijk. Voor het zwarte publiek, of een deel ervan, was ze juist niet zwart genoeg, een sellout. Tijdens de Soul Train Awards van 1989 werd er met boegeroep gereageerd op haar naam.

Callas breekt pas echt door wanneer ze drastisch afvalt. Het lelijke eendje is eindelijk een zwaan. Een ster. Maar zoals het met sterren gaat, wordt ze achtervolgd door schandalen. De media schilderen haar af als prima donna. Ze leggen haar gedrag uit als irrationeel, egocentrisch, emotioneel, veeleisend. Ze komt voor zichzelf op, houdt Callas zelf vol. Ze doet moeilijk, aldus de kranten. Als Maria by Callas iets onthult, dan is het dat Callas het vooral zichzelf moeilijk maakte. Ze verwachtte het onmogelijke van zichzelf en legde de mensen om haar heen langs diezelfde lat. Waar Whitney zijn hoofdpersoon inkleurt met dikke stiften, daar wordt Callas geschetst met fijne potloodstreken. Aan het slot van de film staat ze daar: een verkrampte, volledig naar binnen gekeerde vrouw die het niet kan opbrengen om van zichzelf te houden.

‘Ik ben twee personen’, zegt Maria Callas aan het begin van de film. ‘Ik wil graag Maria zijn maar ze verwachten dat ik Callas ben.’ Het publiek is niet geïnteresseerd in nuance. Ze willen een diva zien die larger than life is. Een symbool in plaats van een mens. Ook Whitney Houston bestaat uit twee personen: de mens en de persona. Op het podium is ze Whitney, maar thuis is ze Nippy. Nippy kan wel Whitney oproepen, zegt ze in de documentaire, maar andersom lukt het niet. Het masker van Whitney laat zich makkelijk opzetten. Veel moeilijker vindt ze het om zichzelf te zijn.

Ergens in de documentaire zegt iemand dat Houston heel bewust het traditionele leven van moeder en echtgenote opzocht. En ook Callas heeft altijd beweerd dat ze een gezin boven een carrière zou verkiezen. In The Paris Review vervolgt Vonnegut: ‘Wat mijn zus toen zei lijkt mij een uiting van een specifiek vrouwelijk soort wijsheid. Ik heb twee dochters die net zoveel talenten hebben als zij had en allebei zouden ze wel gek zijn om hun geestelijke gezondheid en gevoel voor humor op het spel te zetten.’

Callas en Houston gaven zichzelf weg. Ze gaven een deel aan hun manipulatieve ouders, een deel aan hun egocentrische geliefden, een deel aan hun veeleisende publiek. Hun wens om een traditioneel leven te leiden was de wens om een leven te leiden dat zich naar binnen keerde in plaats van naar buiten. Het was de wens om in ieder geval een klein stukje voor zichzelf te houden. Maar ze hadden alles al weggegeven, er was niets meer van ze over. Callas zou nooit kinderen krijgen. Houston wist niet hoe ze moeder moest zijn.

Houston sterft als ze 48 is. Ze verdrinkt high in haar bad na een jarenlange drugsverslaving. Het plaatje van Whitney het frisse popidool is dan al vervangen door dat van Whitney de junkie, een lachwekkend en sneu geval.

Callas sterft op 53-jarige leeftijd aan een hartaanval, twee jaar na de dood van Aristotle Onassis, de grote liefde die haar zo teleurgesteld had. Een jaar later is ze het onderwerp van een Amerikaans tv-programma. Aan haar goede vriend John Ardoin wordt gevraagd: was haar kunst het lijden waard? ‘Bepaalde mensen zijn gezegend, en vervloekt, met een gave die groter is dan henzelf’, antwoordt Ardoin, ‘en Callas was zo iemand. Het was alsof haar wensen, haar leven en haar eigen geluk in dienst stonden van het ongelooflijke cadeau dat ze had gekregen.’

‘Je bent aangeraakt door God’, zegt Cissy tegen haar Whitney, die moe na een optreden in de armen van haar moeder ligt. Whitney reageert niet op de opmerking. Misschien heeft ze het haar hele leven al gehoord, dat ze is aangeraakt door God. Net zoals ze misschien haar hele leven al heeft gehoord hoe mooi ze is. En dat ze dat als baby al was.

Er is iets pervers aan al die nieuwe films over tragische vrouwelijke artiesten. Er is iets ontegenzeggelijk ongemakkelijks aan het feit dat je kijkt naar iemand die ten onder gaat aan precies dat: het bekeken worden. Maar Whitney en Maria by Callas proberen wel degelijk voorbij te gaan aan alle hijgerige sensatie, en aan de symbolen die deze vrouwen zijn geworden: diva, afgewezen minnares, te wit of te zwart, buurmeisje of junkie. Ze geven ze niet alleen hun menselijkheid terug, maar ook hun kunstenaarschap.


Whitney en Maria by Callas draaien allebei in de bioscoop