Aangrijpend ongezellig

‘Wil je een kopje koffie?’ zei een van de twee dansers aan het eind van de voorstelling Over de grens, die eind maart werd gepresenteerd in de DansWerkplaats Amsterdam. ‘Ja, gezellig’, zei de andere danser. Gegrinnik uit de zaal. De dansers hadden plaatsgenomen aan weerszijden van het beeldscherm waarop een koffiezetapparaat tijdens de voorstelling geruisloos z'n werk had gedaan. De jongens maakten dan ook geen aanstalten om in te schenken. Ze spraken alleen de formules uit die gepaard gaan met het koffiedrinkritueel. De koffie zelf bleef op een afstand, een veelzeggend beeld in deze voorstelling van Sassan Saghar Yaghmai en Peer Kadar, twee niet-Nederlandse dansers die speels vertellen over cultuurverschillen.

Behalve culturele grenzen raakten de dansers met deze eindscene ook aan de grenzen van het theater. De relaxte houding waarin de jongens bij de televisiekoffie waren gekropen, suggereerde dat voor hen het werk ten einde was. Maar ze gingen niet over de grens. Het was nog altijd een scene over koffiedrinken-na-afloop, en dat wisten de toeschouwers ook. Pas toen het zaallicht aanging, stonden de eerste toeschouwers op en gingen naar buiten, richting bar.
Die vastberadenheid waarmee mensen gewoonlijk een gebeurtenis afbakenen - ‘framing’ noemde socioloog Erving Goffman dit bijna onbewuste proces - wordt in de hedendaagse kunst regelmatig onder graven. Op Peiling 5, de tentoonstelling die nu in het Stedelijk Museum te zien is, hebben drie kunstenaars samen een keuken gebouwd. Niet zo'n smetteloze, onpersoonlijke toonzaalkeuken; het Keukenproject van de kunstenaars Bik, Fillingham en Van der Pol ziet er gebruikt uit, en het ruikt er naar koffie. Het lijkt zo'n eenvoudige ingreep. De koffiestop die de bezoekers pas in het restaurant verwachten, is verplaatst. Maar daarmee is de normale indeling van het museum in functionele ruimte en expositieruimte op een verwarrende manier aangetast. Als bezoeker heb je letterlijk moeite met het 'plaatsen’ van de keuken in het kader van de expositie. Binnen in de halfopen keuken staat een ronde tafel waaraan wat mensen zitten. Ze hebben hun jassen aan, het zijn blijkbaar passerende bezoekers die zich in de kunstkeuken slechts een voorlopige, voorzichtige gezelligheid hebben aangemeten.
In haar voorstelling Slaap zacht, die afgelopen week te zien was in theater Frascati, haalde ook choreografe Tamara Huilmand de koffieruimte in de theaterzaal. 'Wil je koffie?’ vroeg een jongen op het podium van wie ik dacht dat-ie erbij hoorde, toen ik net had plaatsgenomen. De jongen zat heel dichtbij en toch schrok ik me een hoedje toen hij me aansprak. Zo gewend ben ik blijkbaar aan de onzichtbare wand tussen spelers en toeschouwers, die in de kleine zaal wel met de ogen en de stem wordt overschreden, maar bijna nooit met zo'n concrete handeling.
Huilmand zet in Slaap zacht, een van de raarste voorstellingen die ik de laatste tijd heb gezien, de randverschijnselen van het theater in de hoofdrol. De voorstelling heeft iets van een verstijfde repetitie. Er wordt koffie uitgedeeld en gedronken, de dansers staan op elkaar te wachten, ze maken eens een opmerking, en er zet iemand een muziekje op. Het is wel eens vaker vertoond, maar het bijzondere van Slaap zacht is het enorme ongemak dat de voorstelling consequent uitstraalt. Ondanks de koffie wordt het geen moment gezellig. De onderhuidse irritatie mondt soms uit in een korte, onderdrukte (bewegings)explosie.
Tegen het einde gaan de dansers ieder met hun ogen dicht staan wiegen, het enige moment dat er rust is. Dan begint een van hen te fluiten, en iedereen is weer geirriteerd. Als het licht uit is, en de voorstelling schijnbaar ten einde, steken de dansers kaarsjes aan. Ze kleden zich uit, gaan liggen en doen een naakte, ontroerende dans van slaapbewegingen. Dan deelt Huilmand, die meedanst, badjassen uit, en voor er applaus kan klinken, sleept ze de koffiekar alweer langs het publiek.
'Wil er iemand iets drinken?’