Sport

Aanhang

Stel je voor: je bent Stijn Vreven, en je staat op het veld van je club, ADO Den Haag, een wedstrijd te voetballen, en opeens komen er een paar honderd supporters op je af gestormd. Schuimbekkend, headbangend, stuiterend van boosheid denderen ze over het gras, kalkwolken opwerpend waar ze de zijlijn vertrappen.

Oeps, denk je dan, als je Stijn Vreven bent op dat moment. Oeps.

Het is alsof het veld trilt onder de dravende supportersvoeten. Het is een stampede, zo heet dat als een kudde bisons of iets dergelijks over de prairie roffelt. En je ziet het op je af komen, een kudde Haagse fans met een groen-geel hart.

Je hoopt dat ze alleen maar een beetje over het veld willen hollen, baldadig en speels, maar begrijpt al snel dat die hoop ijdel is. Ze hebben andere bedoelingen.

Dan ben je dus Stijn (‘het leven duurt maar even’) Vreven, en ze rennen massaal in jouw richting. En je weet waarom.

ADO Den Haag staat al sinds het begin van de voetbalcompetitie stijf onderaan. De club is de laatste jaren nooit echt hoog geëindigd, maar ditmaal is het werkelijk dramatisch. Erger dan ooit. Vijf punten uit twaalf wedstrijden. De aanhang heeft zich een tijdje ingehouden, maar roept sinds een paar weken steeds luider en duidelijker om het opstappen van de trainer, Frans Adelaar.

Niet geheel onbegrijpelijk. Er zijn een hoop trainers ontslagen voor minder slechte prestaties. Adelaar houdt het al relatief lang uit. Maar niet langer dan vandaag. Thuis tegen Vitesse. Als het 0-3 wordt – na een schlemielige 0-1 (domme handsbal) en een lullige 0-2 (slap verdedigd) – kun je iets horen vallen. Een speld. En nog iets. Het doek. Het doek voor Adelaar.

Je bent Stijn Vreven en je herinnert je memorabele momenten uit de geschiedenis van ado. 1981: vuurwerkbom ontploft. 1983: fragmentatiebommen ontploffen. 1985: vuurwerkbommen. 1987: vechtpartij met de Mobiele Eenheid.

Nu drentelt het je dun door de broek. Je zet je schrap, noppen in het gras, hakken in het zand. Haalt diep adem en zoekt alvast een tegenstander uit. Maar je laat je niet kisten. Je bent niet voor niets aanvoerder. En niet meer zo onbesuisd als vroeger.

Vreven (Vlaming) heeft in de jaren dat hij in Nederland voetbalt een stevige reputatie opgebouwd: een sloper, die het scheermes niet schuwt, die niet terugdeinst voor de noodrem, die niet kijkt op een kaart meer of minder, n’importe de kleur. Gevreesd door iedere tegenstander. Beul van frêle vleugelspitsen, fanatiek tot op het bot. Niet bang voor een druppeltje bloed hier of daar, liefst daar. Een voetballer met passie, kortom.

Daar houden ze in Den Haag van. Passie, daar zitten ook de supporters vol mee. Geen supporter zo gepassioneerd als die van ado. Niet voor niets zijn alle supporters van alle andere clubs bang voor ze. Niet voor niets vreest iedere burgemeester een bezoek van de Haagse aanhang aan haar stad. Men weet: zoals die jongens van hun club houden, zo houdt niemand van zijn club.

We herinneren ons de enthousiaste confrontaties met aanhangers van rivaliserende clubs, waarbij de fans van Ajax, Feyenoord en Utrecht traditioneel achterbleven bij die van ado, wat betreft passie, gedrevenheid en betrokkenheid.

Dus als je Stijn Vreven bent, zie je de bui al hangen. En het lijk al drijven. Je bent klaar voor een robbertje ouderwets Haags matten.

Maar er wordt niet gemat. De supporters willen helemaal niet matten. Daarvoor zijn ze niet het veld op gekomen, ben je gek. Nee, ze willen praten, alleen maar praten. Hun groen-gele hart luchten.

‘Nee Stijn, luister nou eens even. We willen graag naar jou toe duidelijk maken dat we ons best wel klote voelen de laatste tijd. We hebben erg het gevoel dat ado ons in de kou laat staan. Dat we niet worden gehoord. Kun je je daar iets bij voorstellen? Maar genoeg over ons, laten we het over jou hebben. Hoe voel je je? Eerlijk zeggen, Stijn. Wil je erover praten? Met ons?’

Na het voetbal van het manlijke type zien we nu ook het supporteren van het manlijke type terrein verliezen. Je zou er nostalgisch van worden, denkend aan de opwinding van weleer. De vechtpartijen met politie en ME, de bestormingen van tribunevakken, de van tevoren afgesproken confrontaties op neutraal terrein (ergens langs de snelweg, met echte doden en martelaren). Aan de in brand gestoken bussen, de gesloopte treinen, de verwoeste tribunes. De gemolesteerde scheidsrechters, de bekogelde grensrechters en de opgejaagde trainers. Door supporters met passie.

Maar als je Stijn Vreven bent, van ado, allerlaatste in de nationale competitie, met weinig uitzicht op succes, op deze zondagmiddag, tegen Vitesse, met 3-0 achter, en je staat oog in oog met die honderden groen-gele harten, en hoofden en armen en benen, en vuisten, dan wil je er best over praten.

‘Jongens, ik voel ook best iets van teleurstelling, hoor.’