KUNST

Aanraken

TAST-ZIN

De premisse van de tentoonstelling TAST-ZIN in het oude Arti et Amicitiae in Amsterdam is nogal geforceerd. Het zou gaan om het ‘prikkelen van de zintuigen’ van de kijker door 'de toegankelijkheid, de fysieke component, de tactiele, visuele en plastische aantrekkingskracht van de werken’. Een beetje raar is dat, alsof dat a) niet altijd het geval is en b) je in Arti opeens met je vingers aan de schilderijen zou mogen zitten (wat niet zo is). De introductie zegt ook dat de tentoongestelde werken 'herinneren aan beelden, objecten, ervaringen, emoties en verlangens’. Goh. Zou het echt? Zeg dat soort dingen toch gewoon niet, dat scheelt tijd en inkt.
Dat neemt niet weg dat de tentoonstelling heel geslaagd is. Dat komt ten eerste door de keuze uit kunstenaars, waaronder een paar zeer goede en ijverig aan de weg timmerende, zoals Berend Strik, Marc Mulders, Gé-Karel van der Sterren, Tom Claassen en Gijs Frieling, allemaal vertegenwoordigd met goede stevige stukken uit de laatste acht à tien jaar. Al die werken hebben inderdaad iets 'tactiels’: de grote doeken van Strik en Barbara Broekman zijn overdekt met borduursels; Mulders presenteert twee schilderijen met zeer dikke klodders verf en een werk dat geweven is als een hoogpolig tapijt; de schilderijen van Van der Sterren zijn onbeschoft dik beschilderd en werken van Frieling en Harmen Brethouwer gaan vergezeld van grote vazen. Brethouwer laat ook een stuk 'vakwerk’ zien, als van Limburgse boerderijen: wit pleisterwerk met een zwart houtskelet. Bij alle werken heb je de sterke neiging er met je vingers aan te zitten.
Het is onvermijdelijk dat bij zulk 'grofstoffelijk’ werk de term 'ambacht’ om de hoek komt, omdat er zichtbaar veel werk in is gaan zitten - borduursteekjes, geblazen glas, bewerkt textiel; misschien ook wel omdat de werken in hun verschijning allemaal heel toegankelijk zijn, kleurig, vriendelijk, leesbaar, met weinig afgehakte lichaamsdelen. Een korte documentaire van Laura Hermanides met aandacht voor die technische, ambachtelijke aspecten vormt het tweede sterke punt van de tentoonstelling. Een heldere, bescheiden film met korte, puntige statements van de kunstenaars over de techniek die zij gebruiken.
Dat lijkt een stoplap, de kunstenaar aan het werk, altijd leuk, maar de schilderijen die in de film worden vervaardigd hangen ook op zaal - wat het kijken makkelijker maakt, en rijker - en er worden goede dingen gezegd. Door Gijs Frieling, bijvoorbeeld, die herinnert aan de tijd dat techniek op de Rietveld Academie als onbelangrijk werd gezien, ja, bijna als symbolisch ('techniek bestaat niet’). Dat is nu anders, voor hem: techniek en idee zijn één ding, 'een goed schilderij dat slecht geschilderd is, dat is onzin.’ De anderen doen het allemaal anders, maar allemaal zijn ze zichtbaar vervuld van het genoegen dat goed gehanteerde techniek biedt, al blijft het altijd een worsteling. Marc Mulders geeft zelfs beschroomd toe dat hij wel 'een fazantje kan tekenen, of een pauw, of een kikker, maar daar blijft het dan ook bij’.

TAST-ZIN: Kunstenaars en hun materiaalgebruik. Arti et Amicitae, Amsterdam, t/m 12 juni. www.arti.nl