Aanschuiven

Bekijk het eens van een andere kant. Door de oorlog in Afghanistan is het vorige Nederlandse kabinet gevallen. Onze militaire aanwezigheid daar zou niet meer worden verlengd. Er kwamen nieuwe verkiezingen. De partij die onvoorwaardelijk tegen een volgende missie was, behaalde een grote overwinning. Het volgende kabinet bleek op grond van een aantal oude en aangepaste overwegingen van mening te zijn dat er toch weer soldaten moesten worden gestuurd. Na een hoogst verward debat kregen de voorstanders hun zin, dankzij de steun van een oppositiepartij die overigens in alle standen vreedzame oplossingen verdedigt. In de peilingen blijkt GroenLinks zwaar gehavend uit de strijd te voorschijn te zijn gekomen. En binnenkort vertrekken 545 soldaten naar Kunduz om met gevaar voor eigen leven Afghaanse politieagenten op te leiden.
Zo blijven we betrokken bij de wederopbouw van het geteisterde land en we houden ons recht om ‘aan te schuiven’ bij belangrijke vergaderingen van de internationale gemeenschap, de G20 bijvoorbeeld en misschien ook wel conferenties over de algemene wereldvrede. Maar per slot van rekening hebben we dat dan allemaal te danken aan de Taliban, die zich nog niet hebben laten verslaan. Wat betekent dit 'mogen aanschuiven’? Daar zitten ze aan een lange tafel, Obama, Sarkozy, Medvedev, Merkel, misschien Berlusconi. Er wordt geklopt. Minister-president Rutte! Schuif eens een eindje op, zegt de voorzitter. Hij mag aanschuiven want hij heeft 545 man in Afghanistan. Dat verandert de zaak. Onze regeringsleider krijgt een stoel helemaal op het hoekje. 'Aanschuiven’ is een woord dat een besef van nederigheid verraadt. En als dit aanschuiven minzaam door de grote jongens wordt toegestaan, zal het dan helpen? Worden bijvoorbeeld de belangen van Shell of Bos Kalis ermee gediend? Voor we het weer gebruiken in een debat dat per slot van rekening over leven en dood gaat, zou het verstandig zijn eens een indicatie van het aanschuifsaldo te geven. Dat zal ook interessant zijn voor de betrokken militairen aan wie het tenslotte te danken is.
Maar nu de zaken waarom het allemaal begonnen is: het welzijn van Afghanistan en de veiligheid van het Westen. De oorlog die wij daar sinds 2006 helpen voeren, duurt binnen niet al te lange tijd tien jaar. Na de surge van generaal Petraeus zijn er nu honderdduizend Amerikaanse soldaten en veertigduizend man van de Navo. Het is op het ogenblik de bedoeling dat in 2014 met het terugtrekken zal worden begonnen. Het Afghaanse leger telt nu 134.000 man en de politie 109.100. Dit jaar zal Amerika elf miljard dollar aan de Afghaanse strijdkrachten uitgeven. Zal dat voldoende zijn? Wat zal in 2014 de bedoeling zijn? Het lijkt een onredelijke vraag, maar de ervaring van deze eeuw in aanmerking genomen mag die wel worden gesteld. De International Herald Tribune van maandag meldt in een kort bericht dat de Afghaanse regering heeft besloten geen kinderen meer in de politie op te nemen omdat die te vaak als seksslaven worden gebruikt.
Onverdachte deskundigen verklaren al jaren dat deze oorlog niet met militaire middelen kan worden gewonnen en dat alleen door onderhandelingen een resultaat kan worden bereikt dat ook voor het Westen aanvaardbaar is. Het laatst verschenen nummer van The New York Review of Books heeft een uitvoerige bijdrage van Ahmed Rashid (ook afgedrukt in NRC Handelsblad, 11 januari). Hij heeft verscheidene kritische boeken over de Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten geschreven. In dit artikel bepleit hij dat vergeefse tot contraproductieve militaire acties zullen worden vervangen door een proces van wederzijdse toenadering en onderhandelingen. Dat is ingewikkeld en zal bij beide partijen op weerstand stuiten. Zo zou het Westen de gevangen Talibanstrijders moeten vrijlaten. De Taliban zouden zich publiekelijk van al-Qaeda moeten distantiëren. Iran en Pakistan zouden intensief bij de onderhandelingen moeten worden betrokken. India en Pakistan zouden, desnoods in het geheim, overeen moeten komen hun militaire aanwezigheid in Afghanistan te beëindigen.
Vrome wensen? Misschien, maar dat zou dan moeten worden aangetoond. Wel zijn er pogingen gedaan om met de tegenstander in contact te komen. De Afghaanse regering speelt van tijd tot tijd haar eigen ondoorzichtige spel. Maar de optie van uitvoerige onderhandelingen op langere termijn is nooit serieus onderzocht. Ook in het recente Haagse debat zijn alle partijen eraan voorbij gegaan.
Wordt het langzamerhand niet eens tijd om een ander perspectief te onderzoeken? Hoeveel geduld hebben de westerse landen nog met hun eigen oorlogsinspanningen, menselijke verliezen en de vergeefse investering van miljarden? Onze publieke opinie begint oorlogsmoe te worden. Met alle verschillen, de Afghaanse oorlog begint in zijn vruchteloosheid én in het groeiend binnenlands verzet hoe langer hoe meer op die in Vietnam te lijken. Nederland noemde zichzelf in Uruzgan de lead nation. Ik geef toe, het is bijna het onmenselijke gevraagd, maar probeer het eens op een andere manier, want zo blijven we een victim nation.