The Killers, rechts Brandon Flowers © Press Here

Als bij The Killers een referentie wordt genoemd, is dat meestal Bruce Springsteen, maar toch zou ook Neil Diamond een treffende zijn. Net als de band rond Brandon Flowers herbergt Diamond diep in zijn ziel een singer-songwriter, in het vorige decennium geopenbaard door producer Rick Rubin. Maar als Diamond vervolgens op tour ging, trok hij zijn glitterpak weer aan en ging de galmschuif weer omhoog.

The Killers komen uit Las Vegas, dus ook bij The Killers is de glitterbal nooit ver weg. En de band weet er raad mee, ook vanwege hun liefde voor synthipop naast rock, en het feit dat Brandon Flowers het pathos in zijn stem en performance van harte heeft omarmd. Combineer The Killers met zoekterm ‘greatest hits’ en je krijgt een lange lijst van wereldnummers die van energie en geestdrift uit hun vel springen en de afgelopen jaren geschikt bleken om op festivalweides en in stadions ook de achterste rijen en bovenste ringen te bereiken. Mr. Brightside, When You Were Young, Somebody Told Me, Human, Runaways: onweerstaanbaar opwindend, allemaal.

Er was een pandemie nodig, en daarmee een volledige ontkoppeling van live-energie, om The Killers eindelijk het album te laten maken dat altijd in de band lag besloten. Verhaal boven energie. Het verhaal van Pressure Machine is dat van Flowers’ jeugd in Nephi, Utah. De smalltown girls met hun ‘Coca-Cola grin’ en ‘honeysuckle skin’, de invloed van de Mormonen, maar ook in andere vormen de religie als sociaal bindmiddel, als moreel kader, en als drukmiddel.

The Killers hebben de schets van hun Utah en alle Utah’s van de wereld tot het uiterste doorgetrokken door van Pressure Machine een heus (retroterm-alert) conceptalbum te maken: de nummers worden verbonden door geluidsopnamen van Amerikanen die hun verhaal vertellen, het verhaal van het leven buiten de grote steden.

De eerste stem die we op Pressure Machine horen, is van een vrouw van 26. Ze zegt: ‘So I’ve lived here for 26 years/ I married my high school sweetheart, We’ve been together 11 years’. Veel van de wereld buiten haar woonplaats heeft ze niet gezien: ‘I don’t really travel much, so I’ve just been here’. En dat is ook genoeg, zegt iets later een andere, iets oudere vrouw: ‘Just a nice, small community, everybody knows everybody. Good place to live and to raise kids. We’ll be here forever.’

Dit is The Killers’ minst opwindende en tegelijk mooiste album ooit, deze ode aan de salt of the earth, aan de overkant van de kosmopoliet. Maar allerminst door een roze bril: er is huiselijk geweld, homofobie, depressie, schaamte. Flowers speelt mooi met perspectiefwisselingen, en dat allemaal in prachtig ingehouden nummers, waar een mondharmonica doorheen snijdt (gast Joe Pug in Quiet Town) of een heerlijk viezige gitaar, in het hoogtepunt Cody, over de meest gevreesde jongen van het dorp, iets te enthousiast met zijn aansteker, en afkerig van de nivellerende deken der religie: ‘Cody says He didn’t raise the dead/ Says religion’s just a trick/ To keep hard-working folks in line.’


The Killers, Pressure Machine