Aanstellerij

Wat is de ideale archiefdoos? De kartonnen Amsterdammer? De Eastlight Classic? Wat zou Gerrit Krol in huis hebben?

MISSCHIEN VERKLAART dat mijn obsessie met archiveren: dat ik op een kwetsbaar moment in mijn leven in het gas- en olieputtenarchief van de Nederlandse Aardolie Maatschappij werkte. Ik was negentien, op een herfstige ochtend weggelopen van school en deed niet veel meer dan uit het raam staren en net zolang woorden omdraaien tot ik een gedicht had. Nauwelijks het cv waarmee je archivaris werd, maar desondanks kreeg ik, na een wat stuurloze periode van een half jaar, dat baantje.

Het puttenarchief bestond uit een aantal enorme carrouselkasten, grijs gemoffelde stalen monolieten die voorzien waren van een gemotoriseerd systeem dat met een druk op de knop de juiste rij hangmappen voordraaide. Buiten, achter getint glas, stond een fjordenpaard met gebogen hoofd naar het gele zomergras te staren. Als de koffiewagen langs was geweest en ik met zo'n kop van dik hotelporselein voor dat raam stond, staarde ik naar dat paard.

Archiveren is een afweging tussen systematiek, relevantie en beschikbare ruimte: hoe wil je iets bewaren, wat en waar. Een olie- en gaskolos als de NAM beschikt over schier onbeperkte middelen en ruimte. Ik moet het doen met zes meter kastplank voor een archief dat met elke nieuwe roman een halve meter groeit. Goddank doe ik minstens vijf jaar over een boek, dus het is niet echt een vloedgolf aan archiefmateriaal die mij overspoelt. Maar toch.

Als een boek klaar is, zoals nu, ruim ik op. Tafel leeg, schoolbord schoon, kaartjes met notities, post-its, nauwelijks volgeschreven Moleskines en prints verzameld en, hup, in een doos. Maar welke?

Vanaf mijn eenzame periode in het puttenarchief van de NAM zoek ik de ideale archiefdoos. Lang was dat de ‘Amsterdammer’, de doos 'by choice’ van menig serieus archief. Het is een bruinig, degelijk kartonnen geval en daar is alles mee gezegd. Aansteller als ik ben, wil ik meer.

In een Engelse televisieserie (Midsummer Murders?) trok een notaris een juweel van een archiefdoos uit een kast. Gemarmerd, vier opstaande randen en een plat deksel. Binnenin een kloeke stalen klem met veer. Na heel lang zoeken vond ik ’m op, natuurlijk, een Engelse website. De Eastlight Classic Box File with Lock Spring, zijkanten van met gemarmerd papier bekleed hout en een binnenzijde van verrukkelijke 'cream lining’. Ze zien me over twintig jaar aankomen bij het Letterkundig Museum met mijn hele archief in archiefporno verpakt. En hoe prachtig zal de zijkamer die ik 'archief’ noem eruitzien: aan de ene kant rekken met Eastlight Classic Boxen, aan de andere zijde een boekenkast met vertalingen en edities. Het kan misschien niet in de schaduw staan van de kloosterbibliotheek in Eco’s In de naam van de roos of de verzameling van Peter Kien uit Canetti’s Martyrium, maar als het gaat om het bewaren van alles is het een begin.

Jammer genoeg verzendt de leverancier van de porno-archiefdoos niet naar Nederland. Je kunt de meest obscure dingen bestellen via het net - van Japanse dvd’s met vrouwen die door hoog nat gras lopen tot buizen voor opa’s radio -, maar die archiefdoos komt op de een of andere manier Engeland niet uit. En niemand in Nederland die ze verkoopt.

Misschien moet ik het anders aanpakken. Zoals Nicholas Feltron, een infograficus (als dat woord bestaat) die elk jaar een rapport uitbrengt waarin hij de feiten van zijn leven samenvat. De editie van 2010 gaat over zijn vader, die dat jaar overleed. Het is een ontroerende samenvatting van een bestaan, liefdevol vormgegeven als een jaarverslag met infographics die zijn vaders reizen op een wereldkaart plotten, en statistieken en lijsten die de boeken die hij heeft gelezen en de films die hij zag samenvatten. Het is even hartverscheurend als verontrustend om Günther Fajgenbaum, zoals zijn vader heette voor hij nazi-Duitsland ontvluchtte, in data gevangen te zien.

Maar ik ontbeer het talent om mijn archief grafisch te condenseren. De benadering van 'All the world’s a page’ van het Duitse ontwerpbureau Blotto is realistischer. Blotto maakt posters van zeventig bij honderd waarop een compleet boek is afgedrukt. Er zijn er vier uitgebracht: Goethe’s Faust, Homerus’ Ilias, Das Kapital van Karl 'hij is weer terug’ Marx en Shakespeare’s Macbeth. Ik heb het deze week even geprobeerd met de tekst van mijn nieuwe roman - pakweg vijfhonderd pagina’s in druk - en, verdomd, die krijg ik op een vel van postergrootte. Op de een of andere manier heb ik desondanks niet het gevoel dat dit is wat mij voor ogen staat.

Af en toe, destijds bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij, passeerde ik Gerrit Krol in de gangen. Toen ik ademloos van opwinding meldde dat ik hem had gezien, ontmoette ik opgetrokken wenkbrauwen. Ja ja, hij scheen inderdaad boeken te schrijven - uitgesproken op de toon waarmee men een grappige hobby bespreekt -, bij de NAM was hij om heel andere redenen legendarisch. Hij scheen de bedenker te zijn van een fantastische wiskundige methode waarmee kon worden gemeten wanneer, hoe lang en op welke manier putten exploitabel waren. Dat is tenminste wat ik ervan heb begrepen. Later, toen ik nog een paar maanden op de computerafdeling werkte, zag ik hem wel eens binnenkomen met een stapel ponskaarten - zo lang geleden was dat - en dan hoopte ik vruchteloos dat hij zich zou afvragen wat die jongen bij de plotter zat te doen achter die stapel Middel-Nederlandse boeken.

Hoe zou Krols archief eruitzien? Ik weet uit een documentaire dat hij schrijft in een klein kamertje, terwijl zijn vrouw op een bankje, achter hem, zit te handwerken. Ik denk niet dat daar Eastlight Classic Box Files bij passen.


www.all-the-worlds-a-page.com: € 20,- per poster; www.feltron.com: $ 20.- per rapport