Ger Groot

Aanstoot

Het idee moet ooit ontstaan zijn in Seattle: in een bepaalde week leest iedere ingezetene van de stad hetzelfde boek. Zo zouden er discussies ontstaan, leeservaringen zouden worden uitgewisseld en activiteiten ontplooid in scholen en bibliotheken. One City, One Book. Het werd een succes en na Seattle volgden Milwaukee, Chicago en zelfs de hele staat Californië. Ver overzee begon ook Hong Kong enthousiast te raken.

Maar, zo schreef The Guardian onlangs, in New York ging het mis. One book is mooi, maar which book? Zoiets valt in een multi culturele stad, waar «respect» het laatste modewoord is, niet mee. Native Speaker werd voorgesteld: een detective-roman van Chang-rae Lee over een Koreaans-Amerikaanse private eye die gedoemd is een eeuwige buitenstaander te blijven. Dat is een passend en relevant thema, maar de New York Women’s Agenda protesteerde. Koreanen zouden aanstoot kunnen nemen aan een paar voor hen minder vleiende passages. De Agenda had zelf liever een boek van een vrouwelijke auteur gezien.

Ook The Colour of Water van James McBride mocht niet, omdat de chassidische joden daarover zouden kunnen vallen. Zo was er altijd wat. Ten einde raad stelde iemand voor één boek per wijk te nemen: One Book, One Borough. Daarmee werd het collectieve gevoel van verbondenheid dat het plan moest bevorderen wel een stuk bekrompener. Je zou ook nog verder kunnen gaan, en voor elke voordeur één boek kunnen afspreken. Een beetje communicatieve en leesgrage familie doet zoiets nu al vanzelf.

Misschien was het, achteraf gezien, toch niet zo’n goed idee. Bij de successen waarvan Seattle en Chicago zo enthousiast melding maakten, kun je je in elk geval moeilijk iets voorstellen. Niet veel méér, althans, dan de plotselinge massaverkoop van To Kill a Mockingbird van Harper Lee, dat die laatste stad als The one book had uitgekozen. Dat is leuk voor de rechthebbenden, maar een literaire overweging kun je dat niet noemen.

Zouden de inwoners van Californië werkelijk hun walkmans uit de oren hebben gehaald om tussen joggen en skaten door op straathoeken en in parken over een roman te discussiëren? Zouden in het openbaar vervoer (als ze dat hebben in Californië) de letteren werkelijk hebben geknetterd en zouden de fastfood-restaurants hebben gegonsd van de literaire controverses?

Godfried Bomans heeft ooit geschreven hoe hij in een droom een plattelandsplaatsje bezocht, dat collectief in vuur en vlam was geraakt voor Joost van den Vondel. De hele bevolking sprak in jambes en alexandrijnen. Te pas en te onpas klonk het «Waar werd oprechter trouw…» en op bezonkener momenten mompelde deze of gene de Altaargeheimenissen voor zich uit.

Zelfs voor Bomans was dat al een kolderfantasie, met de goedmoedige oubolligheid van het katholieke kleinestadsleven van vóór 1968. Aan Vondel kon je je nog geen buil vallen. Kellendonks Geschilderd eten, met zijn onmodieuze variaties op diezelfde Altaar geheimenissen, inmiddels door niemand meer begrepen, was nog ver weg. Literatuur was Chestertons Father Brown (een van Bomans’ favorieten) en Dickens, als het maatschappijkritisch moest zijn — maar diens samen leving was inmiddels historie. Alleen de joden hadden bij Dickens nog reden tot aanstoot.

In New York bleken ze geen boek meer te kunnen vinden waaraan niemand aanstoot nam. Misschien is dat wel de werkelijke literaire sensatie. «Wie zoekt naar de grootste gemene deler, komt zijn hele leven niet verder dan The Sound of Music», zo citeerde The Guardian een boekhandelaar uit de Bronx. De zeggingskracht van literatuur gaat gelijk op met haar vermogen te beroeren — en die beroering hoeft niet altijd aangenaam te zijn. Zelfs het zien van The Sound of Music kan voor nazi’s nog een pijnlijke ervaring zijn.

Goede bedoelingen, slechte ideeën: dat is het tragische lot van elke leesbevorderingscampagne. Waarom zou ik de mening willen weten van mijn stadgenoten over een boek dat we allemaal gelezen moeten hebben? Laat iemand vertellen over zijn keuze en me met zijn enthousiasme lastigvallen. Van wat ik al gelezen heb, weet ik wel wat ik vind. Over nieuwe boeken wil ik horen, om te weten wat ik nog lezen moet. Al was het maar om er aanstoot aan te nemen.