Aantjes en de cda-machinaties ‘in het cda is het nu een aanbeveling als je geen lid bent geweest van de kvp, de arp of de chu’

‘TWEE JAAR vóór de val kon je al zien dat de sluipmoord op Heerma was begonnen. Ik ken de machinaties binnen het CDA te goed. Natuurlijk moet er wel eens een fractievoorzitter worden afgezet, maar wat ik aan de zaak-Heerma zo erg heb gevonden is de uitgekiende manier waarop naar zijn val is toegewerkt. Je kon het zien gebeuren. Geleidelijk aan zaagden Schmelzer, Van den Broek en Van Agt de poten onder zijn stoel weg. En maar roepen dat Heerma het als CDA-leider niet goed deed. Dat kan niet, als je voortdurend die messteken in je rug voelt. Je moet wel van een bijzonder kaliber zijn om daar niet onzeker van te worden.’

Van alles wat er de laatste drie jaar met het CDA is gebeurd - de partij kwam in de oppositie, in de peilingen zakte ze steeds verder, verschillende fractievoorzitters volgden elkaar op, de Kamerleden worden met karrevrachten tegelijk geloosd en op de lijst voor de Tweede Kamer staan vele nieuwelingen - heeft de val van Enneüs Heerma afgelopen voorjaar Willem Aantjes het meest getroffen. De vergelijking met zijn eigen lot dringt zich op. In 1978 werd Aantjes tot aftreden gedwongen als fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer, nadat Loe de Jong een vernietigend rapport over zijn oorlogsverleden had uitgebracht. Ook toen waren er geruchten over politieke machinaties. Aantjes was steeds linkser geworden, zijn Anti Revolutionaire Partij had deelgenomen aan het linkse kabinet-Den Uyl en zijn CDA-fractie uitte grote bezwaren tegen de neutronenbom.
De val van Aantjes was diep, zijn wrok groot. Hij moest genoegen nemen met een onpolitiek baantje als voorzitter van de Kampeerraad, wat hij ook zelf als een affront voelde. Enige jaren geleden werd hij benoemd tot bestuurslid van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA. Uit dien hoofde is hij ook lid van de Partijraad, die hij trouw bezoekt, ook al wordt hij vanaf het podium niet uitgebreid welkom geheten, zoals wel gebeurt met de ex-premiers Biesheuvel, De Jong, Van Agt en Lubbers.
AANTJES IS NU bijna 75 jaar. Hij ziet er ouder uit. Wat er nog over is van zijn ooit zwarte haar is grijs. Hij heeft last van zijn heup bij het lopen. Maar hij is even scherp en geestig als altijd. Hij woont sinds zijn scheiding - na een huwelijk van 42 jaar - niet meer in Utrecht, maar in een appartement, hoog in een flatgebouw in Bilthoven, met een weids uitzicht over de Utrechtse bossen. Hij lijkt milder als hij over zijn eigen levensloop praat. Hij betreurt de politieke fout die hij gemaakt heeft door niet zelf in het openbaar over zijn lidmaatschap van de Germaansche SS te praten en zich daardoor kwetsbaar te maken.
Voor het huidige CDA is hij niet mild. Hij heeft zelf de fusie van de Katholieke Volks Partij, de Anti Revolutionaire Partij en de Christelijk Historische Unie mee voorbereid, hij zette de toon voor het nieuwe Appèl met zijn Bergrede in 1975 en hij was de eerste fractievoorzitter van wat eerst nog het samenwerkingsverband CDA was, dat pas in 1980 een echte politieke partij werd, toen Aantjes zelf al van het politieke toneel was verdwenen. Hij mist nog altijd een eigen boodschap van die partij en ziet nog steeds te veel machinaties die hem aan de oude KVP-cultuur herinneren.
Maar hoe verontwaardigd Aantjes nu ook zegt te zijn over de val van Heerma, die als sociaal voelende gereformeerde natuurlijk zijn geestverwant is binnen het CDA, zelf heeft hij indertijd toch ook scherpe kritiek uitgeoefend op diens gebrekkige presentatie?
Aantjes: ‘Op de eerste Partijraad van Heerma was zijn presentatie inderdaad niet sterk. Dat wisten we van tevoren en bovendien vind ik dat je als politicus jezelf moet zijn. Bolkestein was ook een wanhoop toen hij voor het eerst als fractievoorzitter optrad. Hij is gewoon zichzelf gebleven en op een bepaald moment gaat dat zelfs in zijn voordeel werken. Heerma heeft die kans niet gehad.
Op die eerste Partijraad kreeg Heerma van een meisje van de CDA-Jongeren van die grote flaporen. Dat ging allemaal heel ludiek. Ik zag hoe stijfjes hij haar bedankte en toen ontviel me: “Zoenen kan hij ook al niet.” Die uitspraak heeft mij vreselijk achtervolgd. Ze gebruiken zo'n opmerking voortdurend om hun eigen machinaties te rechtvaardigen. Mijn invloed in het CDA is natuurlijk nihil, maar op zo'n moment, als ze met dingen bezig zijn die niet deugen, zoals het onderuithalen van Heerma, dan gebruiken ze me wel. Om aan de mensen in de achterban die zich nog wel in mij herkennen te laten zien dat Aantjes het ook vindt. Dat vind ik het ergste: het is allemaal zo louche! Heerma heeft tien keer meer gevoel voor humor dan die mensen.’
U ZEI DAT hij wel de beste van de fractie was, maar de fractie was niet goed.
'Nou ja. Hij is de beste die ze hebben, heb ik gezegd, maar ja, dat zegt niet alles, want die fractie is ook niet zo best. Ja, dat was ook zo. Dat kan je toch niet uitleggen alsof ik ook Heerma niets vind? Hij was relatief gezien de beste. Alleen hij had een grote handicap, maar die werd door het CDA juist niet als bezwaar gezien. Hij had geen parlementaire ervaring. Maar dat viel hem niet te verwijten. In de cultuur van het CDA worden mensen met ministeriële ervaring per definitie van een betere kwaliteit geacht dan mensen die alleen maar in het parlement hebben gezeten.
Wie haalt het nou in z'n hoofd om Bukman voorzitter van de Tweede Kamer te maken? Het was toch voorspelbaar dat dat niets kon worden. Dat is een soort Ollie B. Bommel-figuur. Ik heb hem jarenlang kunnen volgen en ik heb hem nog nooit ergens zien weggaan zonder dat iedereen opgelucht was. Ik heb hem toen hij staatssecretaris werd eens horen zeggen: “Je denkt toch niet dat ik in die Kamerbankjes was gaan zitten?” En zo iemand wordt dan Kamervoorzitter, een man die geen hart heeft voor het parlement.
Bukman is ook de eerste voorzitter van het CDA geweest. Hij heeft in het begin alle discussies gesmoord. Het zou er met het CDA naar mijn overtuiging nu een stuk beter voor staan als er in die eerste periode open discussies waren geweest over de koers van het CDA. Maar dat mocht niet. De stelregel van Bukman was: “Geen discussie. Applaus!”’
Heeft zich volgens u een soort KVP-mentaliteit van het CDA meester gemaakt?
'Ik denk dat je dat kunt zeggen. Ik heb het dan nadrukkelijk over een KVP-cultuur, niet over een katholieke cultuur. Ik heb met veel voldoening samengewerkt met katholieken. Ik zou ook nooit meer terug willen naar een protestantse partij.’
ZAG U, TOEN het CDA drie jaar geleden oppositiepartij werd, de mogelijkheid van een 'zuivering’?
'Ja. Alle discussies over wat nu eigenlijk het gezicht van het CDA moet zijn, waar een christelijke partij voor moet staan, die werden steeds naar de achtergrond gedrukt doordat we moesten regeren, doordat we bestuurders moesten leveren. Daar is een cultuur door ontstaan waarin bestuurders hoger gewaardeerd werden dan Kamerleden. Als je na twee periodes in de Kamer nog niet minister of staatssecretaris was geworden, werd het tijd om te vertrekken. Dan was je als CDA'er niet echt geslaagd.
Mijn hart ligt bij het parlement. Ik praat er niet voor niets met zo'n hartstocht over. Het is noodzakelijk dat er als tegenwicht een kwalitatief goed parlement is. Dat is van levensbelang voor een goed functionerende democratie. Dus je moet zorgen voor voortreffelijke Kamerleden. Maar die meneer De Milliano, die nu achtste staat op de nieuwe CDA-lijst, wil alleen in de Kamer omdat dat een opstapje is naar een staatssecretariaat voor de Mensenrechten. Dat kan ik hem niet kwalijk nemen, want hij kent het CDA niet anders dan als een partij waar ministers hoger worden gewaardeerd dan Kamerleden.’
Toch zegt De Milliano dat hij bij het CDA gaat omdat zijn hart links zit.
'Prachtig! Vooral als hij zich nu alweer de mond laat snoeren.’
De nieuwe fractievoorzitter van het CDA, Jaap de Hoop Scheffer, is wel een ervaren Kamerlid.
'Hij is een voortreffelijk debater. De techniek beheerst hij uitstekend. Ik heb alleen iets tegen de manier waarop hij, met zijn uitspraken in Leiden, samen met Schmelzer, eraan heeft bijgedragen dat Heerma aan de kant is gezet. En ik houd niet zo erg van fractievoorzitters die hun standpunten aanpassen aan hun functie, zoals De Hoop Scheffer doet ten aanzien van het minimumloon. Schmelzer en Van den Broek zijn z'n twee grote voorbeelden. Met beiden heb ik een uitstekende verstandhouding, ook al zijn hun politieke opvattingen de mijne niet. Vooral Hans van den Broek vind ik heel straight, een volstrekt doorzichtig politicus. Hij praat de mensen tenminste niet naar de mond. Ik heb groot respect voor die man.
In het CDA is het een aanbeveling als je geen lid bent geweest van de KVP, de ARP of de CHU. De Hoop Scheffer heeft z'n eerste politieke activiteiten in D66 ontplooid. Dat mag best, maar het moet geen aanbeveling worden. En het woord 'bloedgroepen’ wil hij, zegt hij, niet meer horen. Want je mag niet meer praten over het politieke gedachtengoed dat de KVP, de ARP en de CHU hebben vertegenwoordigd.’
IN DE TOP van de CDA-lijst zitten erg veel katholieken.
'Daar lig ik niet wakker van. ARP-mensen herken je toch wel aan hun opvattingen en idealen. Wat mij betreft is van het CDA de C van Christen niet het belangrijkste. De D van Democratisch is eigenlijk belangrijker, maar het allerbelangrijkste is de A van Appèl. We moeten een boodschap hebben die de hele samenleving aangaat. En dan moet het niet alleen gaan om kwesties van micro-ethiek, over vraagstukken die vooral in de persoonlijke levenssfeer een rol spelen, zoals abortus en euthanasie. Daar mag je wel een mening in hebben, maar de overheid moet heel terughoudend zijn om daar regels bij te stellen.
Waar een christelijke partij zich vooral in moet manifesteren, dat is de macro-ethiek, de vraagstukken die de hele samenleving raken. Bijvoorbeeld een bevolkingspolitiek. De overbevolking die in de wereld dreigt, de geweldige honger in de wereld. Daar heeft Abraham Kuyper al in 1891 een beroemde rede over gehouden, waarin hij Genesis citeert: “Gaat heen en vermenigvuldigt u, vervult het aardrijk.” Er staat, zegt Kuyper, niet: overvult het aardrijk. Volgens hem kan de overbevolking maar op twee manieren worden gekeerd. Door ze aan de hongerdood prijs te geven of door geboortenbeperking. Dat zei hij al in 1891.’
In het nieuwe verkiezingsprogramma legt het CDA sterk de nadruk op het gezin.
'Programma’s zijn prachtig, hoor. Maar die dienen naar mijn ervaring om de verkiezingen te winnen, niet om te regeren. Partijen moeten niet worden beoordeeld op hun beloftes, maar op hun daden. En als we zo vóór het gezin zijn, dan hebben we een unieke kans laten schieten toen het ging om dat gezin in de Amsterdamse Pijp, dat werk deed dat geen Nederlander meer wil doen.
Ik ben diep teleurgesteld over wat het CDA in het Kamerdebat over die kwestie heeft laten zien. Vooral omdat Ank Bijleveld woordvoerster was. Ik heb altijd groot vertrouwen in haar gehad. Ik vind het een vrouw met het hart op de goeie plek. Ik heb met haar gepraat en was erg opgetogen over haar en dat vind ik leuk, want zij is katholiek. Ik was niet verbaasd dat het CDJA haar als de ideale lijsttrekker zag. Ik ben er zeker van dat zij in de zaak-Gümüs niet haar eigen standpunt heeft verdedigd. Dan brengt zij het kennelijk niet op om te zeggen dat een ander het verhaal maar moet houden. Dan zeg ik: Ook gij Brutus. Dan schikt zij zich. Drie weken later staat ze als nummer twee op de CDA-lijst voor de Tweede-Kamerverkiezingen. Ja, zo mag je progressief zijn binnen het CDA. Als je op het beslissende moment maar bereid bent om je aan te passen, dan kun je het daar ver schoppen. Daar ben ik zeer bitter over. En dan schrijft zij in het CDA-blad nog een stuk dat zo legalistisch is als wat. Regels! Dat zien we met Schiphol! Als het om de economische giganten gaat, worden de regels wel ondergeschikt gemaakt aan het economisch belang. Maar als het om mensen gaat, prevaleren de regels.
IS HET DENKBAAR dat het CDA steeds kleiner wordt en zelfs helemaal verdwijnt? Maakt Paars een middenpartij als het CDA misschien zelfs overbodig?
'Dat hangt natuurlijk helemaal van het CDA af. Het CDA onderschat het trauma van de andere partijen en de opluchting dat ze nu eens zonder het CDA kunnen regeren. Daarom moet het CDA maar rustig afwachten tot die partijen het onderling niet meer eens kunnen worden. Maar we hebben nu een gouden kans. De Hoop Scheffer zegt wel dat we een rotsvast vertrouwen hebben in onze eigen boodschap, maar dan zou ik die graag eens willen horen.
Ik vind het niet zo moeilijk om antwoord te geven op de vraag wat het CDA moet willen. Dat is ons al tweeduizend jaar geleden gezegd: de hongerenden voeden, de naakten kleden, de gevangenen bezoeken, de vreemdelingen huisvesten. Kijk eens tweeduizend jaar later om je heen? Wat zie je? De hongerigen worden niet gevoed, ze sterven als ratten. De dorstigen worden niet gelaafd, ze komen om. De gevangen worden niet bezocht, ze worden gemarteld. En de vreemdelingen worden niet gehuisvest, ze worden gediscrimineerd en uitgewezen.’