Aanzien

Gemeenten krijgen meer te zeggen. Maar steeds vaker besluiten daar raadsleden met onvoldoende kennis van zaken over steeds meer taken die ons leven steeds rechtstreekser raken.

De verwachting mag dan zijn dat voor de onderlinge verhoudingen op het Haagse Binnenhof de Europese verkiezingen van juni bepalender zijn dan de in maart te houden gemeenteraadsverkiezingen, meegaan in dat frame degradeert de lokale verkiezingen tot niet belangrijk. Alsof in de politiek alleen datgene meetelt wat een kabinet onder spanning kan zetten en op nationaal niveau de politieke verhoudingen kan doen veranderen.

Dat lokale politiek van een mindere orde zou zijn, klopt alleen al niet doordat een gemeenteraad beslissingen neemt die ons dagelijks leven raken. Het is arrogant neer te kijken op een besluit over de aanleg van een fietspad, het kappen van bomen of het openen van een pand voor drugsverslaafden in een woonwijk. Zoals een vriend onlangs zei: een lokaal politicus loopt elke dag door zijn eigen blunders. Ook door zijn successen, overigens. Een parlementariër kent die directe confrontatie met de gevolgen van zijn beslissingen veel minder.

Dat lokale politiek van een mindere orde zou zijn, klopt al helemaal niet meer nu er een kabinet zit dat met de decentralisatie van belangrijke overheidstaken gemeenten steeds meer macht geeft – macht waarmee gemeenten nog meer invloed kunnen uitoefenen op ons leven van alledag. Kijk alleen al naar de manier waarop de lokale overheid de plicht om voor een bijstandsuitkering een tegenprestatie te leveren zelf kan gaan invullen: wordt dat gedaan met respect voor de bijstandsgerechtigde of wordt het een verkapte strafmaatregel voor het werkloos zijn?

Ook op het terrein van de thuiszorg en de jeugdzorg krijgen gemeenten meer taken en meer beleidsvrijheid. Die taken zijn ingewikkelder én liggen gevoeliger dan de kap van bomen langs een mooie laan. Ze raken nog directer het dagelijks leven van individuele burgers, die bovendien in een afhankelijke positie verkeren.

In het televisieprogramma Nieuwsuur zette een SP-raadslid uit het Limburgse Valkenburg vorige week vraagtekens bij de kwaliteit van de raadsleden. De voorzitter van de Rotterdamse Rekenkamer was in datzelfde programma ook niet te spreken over de kennis van de raadsleden die hij in zijn werk tegenkomt. Dan slaat de angst je om het hart.

Steeds meer taken en daardoor ook steeds meer geld dat daarmee is gemoeid gaan naar de lokale overheid, maar blijkbaar moeten wij, kiezers, de verantwoordelijkheid daarvoor in onze gemeente toevertrouwen aan mensen die daartoe vaak onvoldoende capabel zijn. Als er al voldoende raadsleden te vinden zijn, want ook dat blijkt een probleem, vooral in de kleinere gemeenten.

Op papier klinkt het dan mooi dat de decentralisatie van overheidstaken is bedoeld om de betrokkenheid van burgers te vergroten, zoals het in het regeerakkoord van het huidige vvd/pvda-kabinet staat omschreven. Maar de betrokkenheid van burgers is niet alleen het brengen van een kommetje soep naar de zieke buurvrouw, die betrokkenheid gaat uiteindelijk – ook – altijd via de gekozen gemeenteraad. Het is de raad die de lijnen van het beleid uitzet en daarna controleert of dat beleid naar behoren wordt uitgevoerd. Die twee taken moet de gemeenteraad dan wel naar behoren kunnen uitvoeren. Als raadsleden daar onvoldoende kennis van zaken voor in huis hebben, krijgen wethouders, ambtenaren of selecte groepjes burgers te veel macht.

Dat laatste zou een recept zijn voor nog minder aanzien van lokale politici. Want dat is een van de oorzaken van het dalen van het niveau van de raadsleden. Wie heeft er nu zin zich uit de naad te werken, ook ’s avonds en in de weekenden, terwijl daar maar een geringe vergoeding tegenover staat en waardering voor al die inspanning al helemaal ver te zoeken is? Niet de mensen met een goede baan en een druk gezin. Wie blijven er dan over om te rekruteren voor de raad? Gepensioneerden met veel tijd, jongeren zonder veel ervaring en werklozen, hetgeen in ieder geval een te eenzijdige samenstelling van de raad zou betekenen.

Beter belonen van het raadslidmaatschap is niet zomaar de oplossing. Dat blijkt wel uit de affaire in het Rotterdamse Feijenoord. Na intern pvda-onderzoek is daar geconstateerd dat de eigen raadsleden vooral in die deelgemeenteraad zaten vanwege de financiële vergoeding die daar tegenover staat en vanwege de kans op baantjes. De verwensing zakkenvullers is dan ineens geen loze beschuldiging meer, hoe vaak die in andere gevallen ook onterecht is.

Zou het raadslidmaatschap nog meer opportunisten lokken als het beter zou worden betaald? Of zou het daardoor juist mensen gaan trekken die zich echt willen inzetten voor hun gemeente, maar de stap naar de gemeentepolitiek nu niet zetten omdat hoeveelheid tijd en vergoeding niet in verhouding zijn? Op dat laatste zou ik mijn geld niet durven zetten.

Nog voordat de gemeenten aan de slag zijn met hun nieuwe taken op het terrein van de zorg of de bijstandswet gaan op het Binnenhof al stemmen op om de lokale overheid ook de mogelijkheid te geven lokale belasting te heffen. Weer een ingewikkelde taak erbij, nog meer verantwoordelijkheid voor raadsleden. Wie die lokale belastingheffing durft te verkopen met het argument dat het goed is voor de lokale democratie en de betrokkenheid van de burger sluit zijn ogen voor wat er in de gemeentepolitiek gaande is. Steeds vaker besluiten daar raadsleden met onvoldoende kennis van zaken over steeds meer taken die ons leven steeds rechtstreekser raken. Wie op het Binnenhof durft dat een halt toe te roepen?

Zou het raadslidmaatschap nog meer opportunisten lokken als het beter zou worden betaald?