Aardbeitjes in de vonkelwyn

Sinds kort kan ik nooit meer mijn nagels knippen zonder daarbij aan tamelijk ruige seks te denken. Dat moet ik waarschijnlijk uitleggen. Aan degenen die de film Nymphomaniac van Lars von Trier niet gezien hebben. Hierin stelt een hoofdpersoon namelijk dat er twee typen mensen op de wereld rondlopen: zij die altijd eerst de nagels van de linkerhand knippen en zij die zich eerst op de rechterhand storten.

Eerst denk je dat het hier om iets absurds of frivools gaat, maar dan zie je het ernstige gezicht van de man die dit beweert. Overduidelijk is het een inzicht dat hij na veel lezen, lijden en andere levenservaring heeft verworven. Dan snap je het: het gaat om diegenen die eerst het gemak en het plezier willen en daarna pas het lastige gehannes versus diegenen die eerst het lijden trotseren om daarna te kunnen ontspannen en genieten.

Zo’n beeld bedenken, dat is schrijven. Als je de vergelijking hoort is onmiddellijk duidelijk dat hier iets subliems gebeurt, maar waarom eigenlijk? Is die verdeling in twee menstypen zo origineel? Allerminst. Je hebt mensen die eerst het zuur en dan het zoet kiezen en andersom. Mensen die altijd eerst hun vlees opvreten en daarna pas, met lange tanden, hun groente.

Die tweedeling is zo oud als Methusalem, of in elk geval als Jezus Christus die het over de brede weg naar het verderf versus het smalle pad naar het leven had. Dat komt allemaal op hetzelfde neer, maar geef mij die nagels maar.

Maar waarom? Op zichzelf zijn nagels geen originele lichaamsonderdelen. Het sublieme zit ’m waarschijnlijk hierin: honderden keren hebben we onze nagels geknipt, en nooit hebben we erbij stilgestaan dat we daar een voorkeur in volgorde in hebben, terwijl we dit wel hadden kúnnen weten. Literatuur raakt iets aan wat we nog niet kenden, terwijl het zich toch al die tijd pal onder onze neus bevond.

Het is alsof een vriend je wijst op een intieme tic. Wist je dat je altijd je lippen tuit als je opgewonden raakt?

Alhoewel: het is heel goed denkbaar dat er helemaal geen voorkeursnagelknipvolgorde bestaat, dat de meeste mensen maar wat aanrommelen, nu eens links, dan weer rechts beginnen. Misschien bestaat het voorkeursfenomeen hooguit in een sociaal-psychologische fabelstudie (‘linkerhand-eerst-nagelknippers eten meer vlees’), maar daar gaat het niet om. Na het lezen van de nagelknipmetafoor is er geen ontsnappen meer mogelijk. Als je nog geen voorkeursvolgorde had, dan heb je er vanaf nu wel een, want je kunt nooit meer argeloos en onbevangen het schaartje hanteren.

Literatuur geeft je de illusie dat iets zich altijd al pal onder je neus bevond. En vanaf dan bevindt het zich daar onuitwisbaar en levensgroot.

Ik schrijf links, maar knip wel rechts

Ik heb het ook een beetje met wijn. Gerard, mijn vaste wijnhandelaar zegt bij elke cava, sekt of vonkelwyn die hij aanraadt dat er ‘een aardbeitje in zit’. Na dat ‘aardbeitje’ tuit hij dan zijn lippen en drukt hij zijn vingertoppen tegen elkaar. En verdomd, thuis is de kurk er nog niet af geploft of ik meen dat aardbeitje al te ruiken, en na de eerste slok is het onmiskenbaar.

‘Er zit een aardbeitje in’, hoor ik mezelf zeggen tegen de gasten. Ik blijk er zelfs mijn lippen bij te tuiten. Maar als Gerard een ‘limoentje’, ‘kersje’ of ‘meloentje’ had gezegd, had ik dát waarschijnlijk geproefd.

Sinds kort gebruik ik een appje waarmee je het etiket fotografeert, waarna ergens in de virtuele wereld het doopceel van die fles wordt gelicht. Naast prijsstelling, verkooppunt en jaargang levert dat de bekende schilderachtige metaforen op van bloemenweides, paardenstallen, limoenvelden, rottende herfstbladeren tijdens een onweersbui of aan wat voor romantische natuurverschijnselen professionele proevers zich dan ook te buiten gaan. Gerards aardbeitje is daarbij vergeleken de bescheidenheid zelve. Drink ik die wijn zonder dat appje, dan verschijnen die organismen helemaal niet voor mijn geestesoog, maar zodra ik de woorden gelezen heb, manifesteren ze zich onmiskenbaar.

De nagelknipvoorkeursvolgorde is het aardbeitje in de vonkelwyn.

Uiteraard heeft u zichzelf al ergens in de afgelopen 650 woorden afgevraagd tot welk type u behoort: links of rechts. Bij mij is het wat ingewikkelder, omdat ik links schrijf, maar wel rechts knip. Een beetje als Gerald Ford die zichzelf omschreef als ‘left-handed sitting down and right-handed standing up’.

Wat nagelknipgedrag betreft lijk ik echter vooral op Inni Wintrop uit Nootebooms Rituelen, die het aanbod van een nagelbehandeling afslaat met de woorden: ‘Nee dank je, ik bijt ze zelf altijd.’

Ik moet mijn eerste zin dus corrigeren. Sinds kort kan ik nooit meer mijn teennagels knippen zonder daarbij aan tamelijk ruige seks te denken.