Philip Roth, Alleman

Aarde proeven in je mond

Philip Roth

Alleman

Vertaald door Ko Kooman

De Bezige Bij, 208 blz., € 17,50

In het begin van de jaren zestig publiceerde Philip Roth (1933) een opvallend krantenartikel waarin hij de wrange en bizarre bijzonderheden rond een moord in Chicago belichtte. Daar had hij een bedoeling mee. De moderne Amerikaanse schrijver zat namelijk met een dilemma. Hij had zijn handen veel te vol aan het begrijpen en beschrijven van de gewelddadige Amerikaanse realiteit. Die overweldigende aanwezigheid maakte hem niet alleen misselijk of monddood, zijn eigen verbeelding begon er bleekjes bij af te steken. En als de schrijver dat als een tekortschieten ervaart, waar moet hij dan over schrijven: over wat de grote wereld met het kleine individu doet of hoe een onthecht personage psychisch in elkaar steekt zonder de boze buitenwereld erbij te betrekken? Philip Roth heeft nooit echt gekozen: soms pakt hij breed uit (The Plot Against America) en herschrijft de historie van Amerika naar eigen inzicht, andere keren haalt hij een personage zo dichtbij dat de actualiteit, bijvoorbeeld 11 september 2001, tot functionele achtergrond wordt teruggebracht.

Philip Roth is de schrijver over de buitenwereld én de binnenwereld en hoe die op elkaar inwerken. Zijn nieuwe roman Everyman concentreert zich op het innerlijk van de gemiddelde Amerikaanse man. Net als de middeleeuwse Elckerlyc in Den Spiegel der Salichheit van Elckerlijc (± 1475) wordt Roth’ doorsneeman vanaf zijn jeugd telkens weer overvallen door de dood, die hem rekenschap en verantwoording over zijn leven vraagt. Elckerlycs reisgezellen op zijn tocht door het leven naar de onherroepelijke dood zijn niet Gezelschap, Vrienden of Magen maar een zieltogende Deugd, die hem aanraadt zich tot Kennisse te wenden, een kennis van God die de mens tot gerechtigheid brengt. Maar Roth voert zijn óngelovige Alleman door drie huwelijken, overspel, leugen en bedrog, obsessieve seksualiteit als uitstel van de dood, door nostalgie, antigodsdienstige nuchterheid, aftakeling en inzicht op de rand van het graf. Zoals de allemanverteller het aan het slot formuleert: «Hij was niet meer, bevrijd door het zijn, het niets ingaand zonder het zelfs maar te weten. Zoals hij altijd had gevreesd.»

Alleman is een verhaal waarin de dood een cirkelgang maakt. Roth begint met de beschrijving van de begrafenis van zijn exemplarische Amerikaan. Zijn nabestaanden staan aan zijn graf en halen herinneringen op aan een man die in leven een succesvolle reclameman in New York was, maar niet in staat was een stabiel gezinsleven op te bouwen. Zijn specialiteit was het afbreken van relaties en gezinnen, met haat, nijd, vernedering en afgunst als gevolg. Het credo van het boek is een kalenderwijsheid voor iedereen: «Je kunt het leven niet overdoen. (…) Neem het leven zoals het komt.»

Roth beschrijft een Amerikaanse jeugd in de jaren dertig. De zoon van een vader die in het crisisjaar 1933 een eigen zaak begon, Alleman Juweliers, is er trots op dat hij diamantjes mag wegbrengen naar Newark, waar ze worden geslepen. Een diamant is niet alleen mooi, duur en statusverhogend maar ook een stukje onvergankelijke aarde. Een diamant is blijvend, net als de botten van een dode. Dat resterende gebeente troost de ongelovige achterblijver. Nog treffender is het beeld van het horloge. Als Alleman langzaam maar zeker een hartpatiënt wordt en plaatselijk verdoofd een dottersessie doorstaat, houdt hij zich groot door te denken aan de la vol merkhorloges in de juwelierszaak van zijn vader: «Benrus, Bulova, Croton, Elgin, Hamilton, Helbros, Ovistone, Waltham, Wittnauer.» Bij de zoveelste hartoperatie wordt hij zelf als het ware een «horloge» als er bij hem een defibrillator wordt ingebracht die op kritieke momenten zijn hartritme corrigeert. Ondertussen stijgt het aantal sterfgevallen in zijn omgeving en beseft Alleman dat oud worden niet zozeer een strijd is maar een slachting.

Het allerbelangrijkste woord in Alleman is andersheid. Als Alleman in de nadagen van zijn leven – na 9/11 – uit Manhattan wegtrekt, aan de kust van New Jersey gaat wonen en een schildercursus geeft aan kwakkelende leeftijdgenoten, wordt een talentvolle cursiste onwel. Ze omschrijft hem haar pijn, eenzaamheid, hulpeloosheid, angst, afschuw en beschaamdheid: «De pijn maakt dat je bang wordt van jezelf. Die totale andersheid ervan is zo verschrikkelijk.» Dat gevoel van andersheid overvalt Alleman ook als hij merkt dat niets hem nog nieuwsgierigheid of bevrediging schenkt. Ooit was hij een volledig mens en was er geen sprake van andersheid, nu denkt hij aan de krachtige en viriele man die hij ooit was. Maar de werkelijkheid kan hij nooit meer overdoen, ondeugd kan nooit meer tot deugd worden omgesmeed, jonge vrouwen laten hem staan. Was hij maar wat meelevender geweest. Te laat. Hij verdwaalt in het niets.

Met Alleman heeft Philip Roth een vertelling geschreven over een ontwortelde die pas verlost wordt van zijn verleden vol aangekondigde dood als hij zelf permanent aarde in zijn mond proeft. De scènes aan het graf van zijn vader en het ogenschijnlijk nuchtere gesprek met de grafdelver op het joodse kerkhof vormen hoogtepunten in de roman. De weigering van Alleman zich op God te verlaten is niet alleen een weg van heel veel weerstand maar misschien ook een manier om dieper in «het zelf» door te dringen en minder in de grote wereld om Alleman heen.