Abba

Ze waren letterlijk het gezicht van de jaren zeventig. Zonder lichaam, maar met videoclips. Abba: een bedrijf met beursnotering, een band, en twee paren met een zweem van partnerruil.
IN 1970 TRADEN ze voor het eerst met z'n vieren op. In 1980 gingen ze voor het laatst op toernee. En in de tussenliggende tien jaar werden ze wereldberoemd, brachten ze tien albums uit en scoorden een stuk of twintig hits. ‘Gezichtsbepalend voor de jaren zeventig’, noemt de Popencyclopedie de Zweedse popgroep Abba. Dat moet je letterlijk nemen. Zoals hun muziek het geluid van de hitparades domineerde, zo bepaalden de gezichten van Bjorn, Benny, Agnetha en Annifrid het beeld van de popmuziek van de jaren zeventig.

Hun gezichten, niet hun lichamen. Die speelden bij Abba geen rol. Dat hoor je al aan de muziek, die gekenmerkt wordt door een totale afwezigheid van fysieke energie. De stemmen van Agnetha en Annifrid zijn helder en gecontroleerd. Geen weerstand, geen krachtsinspanning, geen gevecht met demonen, geen soul. De muziek is ritmisch maar gladjes. De drums overheersen het ritme, maar een drumstel was in geen velden of wegen te bekennen. Abba vertegenwoordigt de overwinning van de synthesizer op de handgemaakte herrie.
Die afwezigheid van fysieke energie is ook het eerste wat opvalt als je de videoclips terugziet. Abba is van voor de opkomst van de lichaamscultuur. Stijfjes staan de twee zangeressen naast elkaar. Een stapje heen, een stapje terug, en ter afsluiting een statige draai om de as. Meer choreografie kwam er in 1973 niet aan te pas toen Abba met Ring Ring deelnam aan het Zweedse Nationale Songfestival. In al die jaren is daar geen verandering in gekomen. Zelfs toen de groep aan het eind van de jaren zeventig volwaardig meedraaide in de disco-rage, deden ze op het podium nog niet veel meer dan die houterige stapjes en die ene draai. Als Annifrid uit haar bol ging, stak ze haar beide armen in de lucht. De onbeweeglijkheid van de twee dames werd alleen maar versterkt door het gewiebel van de twee heren. Zij waren dan met de handen aan hun instrumenten gekluisterd - Bjorn speelde de gitaar en Benny de synthesizer - hun bovenlijven gingen onafgebroken heen en weer. Niet met het fanatisme van tijdgenoten als Mud of Sweet, maar met het enthousiasme van BZN.
ZE ZAGEN ER wel hip uit. Glitterkostuums bij dat eerste songfestival-optreden. Een gitaar in de vorm van een ster, Bjorn met een glanzende cape om de schouders. Agneta met hot pants en hoge laarzen, en een glimmend blauw mutsje op haar lange blonde haren. Annifrid in een superstrakke bodystocking met onder een hooggesloten hals een ondeugend decollete. Maar ze staan er een beetje ineengedoken bij, de handen vast om de microfoon geklemd. Niet echt op hun gemak. Alsof ze zelf een playback-act zijn. Niet voor niets is Abba de meest geimiteerde popgroep ter wereld. Ze vragen er zelf om, met dat lichte ongemak en die stijve manier van bewegen. Zingen en muziek maken, daar ging het ze om.
De rest was opgelegd pandoer, bedacht door de ambitieuze manager Stig Anderson. Hij formeerde rond de groep een team van art directors en kledingontwerpers, die het concept Abba moesten verkopen. Abba werd een bedrijf. Anderson investeerde tevens in onroerend goed, en in 1977 stond het bedrijf Abba hoog op de beurs genoteerd. De albums van Abba werden gelanceerd met een uitgekiende publiciteitscampagne. Toen de groep in 1978 Amerika moest veroveren, werd er een miljoen uitgetrokken voor de publiciteit, een ongekend hoog bedrag voor die tijd. Maar het bijzondere van Abba was dat de groep er in slaagde het imago op te houden van vier gewone Zweedse mensen. Die zich opdoften voor de show, maar zich nooit helemaal konden vereenzelvigen met die uiterlijke schijn.
Ze hadden ook niet echt het figuur voor die glitterkleren. Agneta en Annifrid waren niet van die gestroomlijnde hard bodies zoals die tegenwoordig het vrouwbeeld bepalen in de popbusiness. Zware heupen, stevige dijen. Vrouwen, dat waren Agneta en Annifrid van het begin af aan. De laatste echte vrouwen van de popmuziek. Ze boden zichzelf ook niet aan. Waar de meeste popvrouwen zo lang mogelijk proberen hun vrienden of echtgenoten verborgen te houden, omwille van het hooghouden van de illusie van verleiding en verkrijgbaarheid, presenteerden de Abba-vrouwen zich nadrukkelijk als bezet. En de mannen ook - ze gingen namelijk met elkaar. Agneta trouwde in 1971 met Bjorn, en Annifrid en Benny waren al voor die tijd verloofd en zouden dat tien jaar lang blijven.
PARTNERS, DAT waren Agnetha, Annifrid, Benny en Bjorn. Partners in de liefde en in het werk. Aanvankelijk was er nog even het idee van de meiden als achtergrondkoortje in de band van de jongens, die al voor 1970 als duo opereerden. Maar die verhouding verschoof al snel en de vrouwen emancipeerden naar de voorgrond. Een gelijkwaardige samenwerking van muziek en stem, man en vrouw, dat was het vooruitstrevende beeld dat Abba creeerde.
De twee stelletjes waren onafscheidelijk. Ze droegen ongeveer dezelfde kleren, maakten ongeveer hetzelfde mee. De mannen leken ook uiterlijk op elkaar - het was maar goed dat eentje een baard had! Op die verwarring werd in de Abba-filmpjes heel licht gezinspeeld. Er zat een zweem van promiscuiteit in de perfecte symmetrie die de groep uitstraalde. De jongens hadden evenveel met elkaar als met hun vrouw. En evenveel met hun eigen vrouw als met de vrouw van hun boezemvriend. Als moleculen draaide het viertal om elkaar heen, en dit spel van verhoudingen was de inzet voor de filmpjes.
Alle mogelijke film- en videotechnieken werden hierbij gebruikt, iedere nieuwe clip introduceerde weer een nieuwe truc - daarin waren de Abba-clips echt voorlopers. De gezichten vormen het voornaamste materiaal: van opzij, van rechts, van links, en weer van voren, in een oneindige variatie op een thema. Annifrid en Agnetha samen close-up in beeld, de een en profile, de ander en face, zodat de camera hun gezichten om beurten kan scherpstellen (Mama Mia, 1975). Of deze: Agnetha is scherp in beeld, met voor haar vaag het profiel van haar Bjorn. Als hij haar refreintje echoot, komt hij scherp in beeld, neemt een stap naar voren en eindigt voor het vage gezicht van Benny’s Annifrid, dat vervolgens het beeld en de zangstem weer overneemt (Knowing Me, Knowing You, 1977). In het filmpje bij Take a Chance on Me (1978) werd het split screen geintroduceerd: het beeldscherm verdeeld in vier vierkantjes, met daarin de vier gezichten die naar elkaar keken en van plek verwisselden.
In de clips presenteerde Abba zich als verwikkeld in een eindeloos relatiespel, en ook dat was een weerspiegeling van een maatschappelijke ontwikkeling. Het veilige huwelijk werd niet helemaal losgelaten (altijd kwam de juiste A weer bij de juiste B terecht) maar er was veel ruimte voor diepgravend onderzoek met anderen. De muziek leek alleen maar te gaan over dat spel van aantrekken en afstoten. Er was dan ook nooit iets of iemand anders in de clips te zien.
IN DE TIEN JAAR dat het Abba-bedrijf groter groeide en de bandleden publiek eigendom werden van een wereldwijde fanclub, bleef de groep een wonderlijke beslotenheid houden. Op toernee werkte het viertal met gelegenheidsmuzikanten, maar in de filmpjes zag je alleen maar Agnetha, Annifrid, Bjorn en Benny. Samen in de studio, samen buiten wandelen, samen thuis in sfeervolle beelden met dikke truien en gezellige Zweedse interieurs. En de songs volgden elkaar op als een soort soap-serie. Langzamerhand zag je de onderlinge verhoudingen verslechteren. In 1980 is er voor het eerst een hoofdrolspeler: Agnetha. De clip begint met zwart-witfoto’s van de groep in gelukkiger tijden. Daarna recente beelden, die telkens tot leven komen en weer verstillen. De twee B’s en de ene A scheppen de bekende beelden van geluk en huiselijke ontspanning, maar de andere A is er met haar hoofd niet bij. ‘The winner takes it all’, zingt ze.
Het is het begin van het einde. Niet lang daarna gaan de Abba’s uit elkaar, om pas een decennium later als de playback-act Bjorn Again weer op het podium te verschijnen.