Abdullah Haselhoef, 1968 – 10 juni 2018

Hij sprak wijze woorden tijdens de herdenking van de slachtoffers van 9/11. De kalme, open houding van islamitisch geestelijk verzorger Abdullah Haselhoef stelde angstige Hollanders gerust. Totdat hij de mist in ging met zijn uitspraken over homoseksualiteit.

Zijn naam was Regillio Frank Haselhoef, geboren in Paramaribo uit een islamitische moeder en een joodse vader. Zijn islamitische opa noemde hem ‘Abdullah’. Dat werd de moslimnaam die hij aannam toen hij op zijn dertiende definitief koos voor de islam.

‘Ik maakte de keuze, het was intuïtief’, vertelde hij in 2002 aan de Volkskrant. ‘Ik ben joods besneden, kreeg op school les van een dominee, ging met Kerstmis naar de Blije Evangelie-predikant Johan Maasbach, leefde als een hindoestaans straatjochie, leerde bidden als een christen en dankte voor het slapen Onze Lieve Heer. Maar de liberale islam was voor mij de mooiste manier om godsdienst te beleven.’

Haselhoef groeide op in Den Haag en volgde er koranlessen naast zijn studie aan de sociale academie. Hij werd islamitisch geestelijk verzorger in het psycho-medisch centrum Parnassia. Hij kreeg bekendheid toen hij als officieuze vertegenwoordiger van de Nederlandse moslimgemeenschap het woord voerde tijdens de nationale herdenkingsdienst voor de slachtoffers van de al-Qaeda-aanslagen van 11 september 2001.

Haselhoef leek een geschenk uit de hemel voor angstige Hollanders. Hij predikte tolerantie en verdraagzaamheid, en dat in perfect en accentloos Nederlands! Hij verkondigde tijdens de herdenking onder meer dat de grens tussen goed en kwaad niet ligt tussen Oost en West, tussen christen en moslim of jood en atheïst, maar in ons eigen hart.

Na de herdenking werd hij veelvuldig uitgenodigd voor tv-programma’s en kranteninterviews. Hij was een graag geziene gast wegens zijn openheid en zijn kalmte. ‘Hij had innerlijke rust, dat hebben niet veel mensen, ook de helft van de moslims bestaat uit zenuwlijers’, zei Abdulwahid van Bommel, bijzonder hoogleraar aan de Islamitische Universiteit Rotterdam, in zijn herdenkingsrede bij de ter aarde bestelling van Haselhoef. Hij kon het goed vinden met Pim Fortuyn, met wie hij het vaak oneens was, maar wiens felle verdediging van de vrijheid van meningsuiting hij waardeerde. Zijn ster rees snel.

‘Hij had innerlijke rust, dat hebben niet veel mensen’

Het ging mis toen hij eind oktober 2001 in de populaire rtl-talkshow van Frits Barend en Henk van Dorp werd ondervraagd over homoseksualiteit binnen de islam. Hij legde uit, rustig als altijd, dat volgens de hadith, waarin gewoonten en uitspraken van de profeet zijn vastgelegd, en volgens de interpretaties van talloze islamgeleerden, de doodstraf stond op het openlijk bedrijven van homoseksualiteit. ‘Mits er vier getuigen worden gevonden die nooit gelogen hebben. Kent u mensen die nooit gelogen hebben? Je weet dat die mensen eigenlijk niet te vinden zijn. (…) Dan vind ik het buitengewoon unfair tegenover zoveel homoseksuelen hier in Nederland dat je mensen angst bezorgt dat ik met een hakbijl rond ga lopen om ze te vinden. Dat is gewoon belachelijk.’

Achteraf gezien heeft de uitzending een historisch tintje, als een van de eerste Nederlandse primetime tv-botsingen tussen de stugge moraal van Nederlandse moslims met het elastische wereldbeeld van niet-islamitisch Nederland. Later bood hij zijn verontschuldigingen aan voor zijn ‘gebrekkige kennis’ – er zouden ook tolerantere interpretaties mogelijk zijn. Iemands seksuele geaardheid was een persoonlijke aangelegenheid en homofoob, of erger, was hij naar eigen zeggen zeker niet.

Maar het kwaad was geschied. Zijn uitspraken werden verbonden met die van de Rotterdamse imam El Moumni die in maart 2001 homo’s varkens noemde en homoseksualiteit een besmettelijke ziekte die schadelijk was voor de samenleving. Bovendien doken berichten op dat Haselhoef helemaal geen ‘imam’ was omdat hij daartoe geen specifieke opleiding zou hebben afgerond. Hoewel dat niet klopte – imam ben je als je mag voorgaan in gebed en dat mocht Haselhoef als islamitisch geschoold geestelijk verzorger – was hij nu boegbeeld af.

Haselhoef verdween van de buis en werd ondernemer, in Duitsland, het land van zijn vrouw, waar hij in 2007 met zijn gezin naartoe verhuisde na volgens eigen zeggen te zijn weggepest uit het Zeeuwse Krabbendijke. In 2009 vestigde hij zich in Dordrecht. Langzaam werd hij weer actief in de Nederlandse moslimwereld.

Zijn definitieve val kwam in 2014, toen de rechtbank in Den Haag hem uiteindelijk (na een eerdere niet-ontvankelijk verklaring) schuldig bevond aan fraude ter waarde van ruim twee miljoen euro met uitkeringen en toeslagen via zijn gastouderbureau Family House. Na aftrek van voorarrest kreeg Haselhoef vijftien maanden gevangenisstraf. In een interview uit 2013 in onlinemagazine NieuwWij zei Haselhoef dat hij fouten heeft gemaakt, maar zich niet heeft verrijkt.

Abdullah Haselhoef kwam om het leven door een spookrijdersongeluk. Hij botste op de A16 met zijn auto frontaal op een andere personenauto. In ‘Hollands Dagboek’ (NRC) beschreef hij jaren eerder hoe tijdens een lange autorit zijn ogen steeds dichtvielen, en dat hij zijn auto moest stilzetten op een parkeerterreintje om bij te slapen. Na zijn terugkeer naar Nederland had hij nog zaken in Duitsland. Hij werkte naar eigen zeggen tachtig uur per week en moest vaak driehonderd kilometer rijden om weer bij zijn gezin in Dordrecht te zijn.

Wie bovenstaande passage leest zou zomaar kunnen denken dat het ‘uiteraard’ Haselhoef was die in die noodlottige nacht van 9 op 10 juni zijn auto de tegenliggende rijbaan op stuurde. Maar net als bij de uitspraken van Haselhoef over homoseksualiteit is de makkelijkste conclusie niet per se de juiste. Vijf dagen na het ongeluk meldde de politie dat uit onderzoek was gebleken dat niet Haselhoef, maar de andere automobilist, een 27-jarige Litouwer, de spookrijder was. Ook hij kwam om het leven.