Aboriginals in het Australische archief

Canberra – ‘Weer iets nieuws’, grinnikt de Aussie-schoonmaker die de woonkamer binnenkomt. Op de vloer van het doorreisappartement dat normaliter gehuurd wordt door ambtenaren en anderen met zaken in de hoofdstad liggen matrassen, afkomstig uit een van de drie eenpersoonsslaapkamers. Op een ervan zit Pansy, een Aboriginal-oudste uit het noordwesten van Australië wier taal ik bestudeer en vastleg. Naast haar worden familieleden wakker.

De groep is in Canberra om in het archief van het Instituut voor Aboriginal Studies de honderden foto’s en opnamen door te spitten die onderzoekers van familie en voorouders hebben verzameld. Ik heb Pansy de afgelopen week een aantal keer in het archief bezocht, turend naar een lichtbak of intensief luisterend naar een opname. Maar vandaag wil ze de stad zien.

We rijden langs het parlement. ‘Kan altijd nog’, zegt Pansy en ze stelt de ene na de andere vraag over de bomen langs de snelweg.

Steeds meer groepen Aboriginals bezoeken de archieven. En dankzij hun vastberadenheid groeien de academische wereld en de belangen van de traditionele gemeenschappen langzaam naar elkaar toe. Geen onderzoeksvoorstel over Aboriginals krijgt in Australië nog goedkeuring zonder duidelijk geformuleerd nut voor de gemeenschap in kwestie.

Terug in het appartement. Ik wil de documentaire We Still Live Here (2010) laten zien, over een gemeenschap van Noord-Amerikaanse indianen van wie de oorspronkelijke taal generaties terug de nek is omgedraaid in de banken van de lokale missionarisschool. De camera volgt Jessie Little Doe Baird, die vastberaden is om de taal terug te brengen. Ze studeert taalwetenschap, schrijft lessen op basis van zeventiende-eeuwse documenten en doceert in de indianengemeenschap. Haar dochter is de eerste in een eeuw die het Wampanoag spreekt als moedertaal.

Pansy is enthousiast. Zij spreekt haar taal, het Ungarinyin, vloeiend, maar haar kinderen is het op kostscholen afgeleerd. Pansy’s schoondochter heeft gedurende de week kopieën gemaakt van ieder mogelijk document en zal vanaf volgend jaar in de lokale school taallessen beginnen. Ze heeft de gedrevenheid van Jessie Little. De laatste jaren dat ik Pansy bezocht had ik de film voortdurend bij me, maar er was nooit gelegenheid om hem aan de hele groep te laten zien.

Geen beeld. Na enkele minuten blijkt dat het vele schuren in mijn tas de dvd onspeelbaar heeft gemaakt. ‘Ach, komt de volgende keer wel’, zegt Pansy terwijl ik beschaamd taalopnamen voor haar schoondochter kopieer. Zolang de zorg voor het archiefmateriaal gelijke tred houdt met Pansy’s geduld en het enthousiasme van haar kinderen en kleinkinderen is er alle tijd.