popmuziek: Cat Power

Abrupt anders

De eigenzinnige Chan Marshall (Cat Power) lijkt de laatste jaren het onberekenbare in haar muziek en gemoedstoestand wel kwijtgeraakt. De southern soul en blues van The Greatest (2006) en Jukebox (2008) passen ook erg goed bij haar donkere, zwoele stem met rokerige rafels.

Een gelukkige relatie geeft verder blijkbaar zo veel rust dat in ieder geval geen haast wordt gemaakt met een nieuwe plaat. Tot dit jaar beide zaken snel veranderden. Haar vriend wordt ex en trouwt drie maanden later met een ander. Marshall transformeert op haar beurt als muzikant in een Cat Power nieuwe stijl en brengt deze zomer het gedurfde en overdonderende Sun uit.

Deze negende plaat is niet alleen haar beste tot nu toe, maar ook abrupt anders dan verwacht, want hij staat vol pop, beats en synthesizers. Grotendeels verantwoordelijk voor deze metamorfose is de Franse producer en geluidsmixer Philippe Zdar (Cassius, Phoenix). Hoewel Sun een vrij rigoureuze stijlbreuk is met haar eerdere muziek, klinkt het verrassend snel vertrouwd. Hetzelfde effect bereikt Zdar overigens met de binnenkort te verschijnen nieuwe plaat Halo van de Belgische gitaarband The Van Jets: hij voegt iets toe (in dit geval glamrock en een dansbare groove) en verandert het karakter, maar zonder de oude kern te verloochenen. Op Sun geeft Zdar de liedjes veel volume, maar hij houdt het geluid ook eenvoudig en transparant. Verder geeft hij genoeg ruimte aan de kern, Marshalls stem.

De plaat heeft het karakter van een nieuwe start en daarnaast lijkt het een persoonlijke afsluiting zonder een afrekening te zijn. In het broeierige Human Being lijkt ze bijvoorbeeld vergevingsgezind: ‘You’ve got the right to any­where, anything, you’re a human being.’ De zelfreflectie leidt niet alleen tot berusting en hoop. Uit nummers als Always on My Own of Silent Machine klinkt bijvoorbeeld nog genoeg pijn en onrust.

Hoewel je je bij Marshall altijd afvraagt hoe stevig haar fundament is, komt ze niet vaak zo krachtig over als op de in strakke pop gegoten nummers als Cherokee, Sun en 3, 6, 9. Ander hoogtepunt is de bijna-discoknaller Ruin (met lekker vette gitaar van Judah Bauer), waarop ze met charmante nonchalance en ironie zingt over wereldreizigers: ‘What are we doing? Sittin’ on a ruin.’

Meest opvallende nummer blijft het ontladend positieve Nothing but Time. Elf minuten lang en die hele tijd met niet meer dan een basis van twee pianoakkoorden, nog aanstekelijker door de mee-croonende Iggy Pop. In sterk contrast staat dan uiteindelijk de onrustige afsluiter met gejaagde en meerstemmige zang. ‘I’m a lover, but I’m in it to win’ roept ze hier, maar je vermoedt dat ze er vooral zichzelf mee gerust wil stellen. Sun is een openhartige zelfreflectie, maar maakt van Marshall nog steeds geen open boek. Laat staan dat je een idee hebt van wat haar volgende stap zal zijn.


Cat Power, Sun, label: Matador/V2 en The Van Jets, Halo, label: Pias