ABSURDE VERGEEFSHEID

Deze week zullen in Irak de Amerikaanse gevechtstroepen zich terugtrekken uit de grote steden. Dat is nog door George W. Bush toegezegd en Obama houdt zich aan deze belofte. De afgelopen tien dagen is het geweld weer opgelaaid. Bij bomaanslagen zijn zeker tweehonderd burgers gedood. De geestelijk leider Moqtada al-Sadr weet wie die aanslagen op hun geweten hebben: de Amerikanen. Veel Irakezen zijn ervan overtuigd dat de terugtrekking maar schijn is. Amerika blijft met zijn geheime handlangers het land besturen. Aan de andere kant heeft premier al-Maliki zich laten ontvallen dat het vertrek van de Amerikanen een overwinning voor Irak is. Als sjiiet neemt hij het sommige Arabische landen kwalijk dat ze soennitische terroristen steunen. In het noorden wonen de Koerden. Die willen het oliecentrum Kirkuk hebben, maar dat is volgens al-Maliki van de Irakezen. Een nieuwe burgeroorlog is niet uitgesloten. Maar generaal Odierno, de Amerikaanse opperbevelhebber, gelooft dat Irak op de goede weg is. En intussen treffen de grote westelijke oliemaatschappijen voorbereidingen om nieuwe contracten met de Iraakse regering te sluiten. Zo ongeveer is de toestand zes jaar nadat de regering-Bush een begin had gemaakt om Irak tot het democratisch voorbeeld voor het Midden-Oosten te maken.
In buurland Iran is de zo veelbelovende groene revolutie binnen een paar weken gestrand. De met een ongelooflijke meerderheid herkozen president Ahmadinejad wijt alle moeilijkheden aan buitenlandse inmenging. Negen verdachte Britten zijn gevangen genomen, vijf weer vrijgelaten. De jonge vrouw Neda, wier dood is vastgelegd op een filmpje dat intussen miljoenen malen is bekeken, is niet door een kogel van de al dan niet geheime politie getroffen. Dat kaliber wordt in deze kringen niet gebruikt. De Iraanse ambassadeur in Mexico heeft laten weten dat de dader eerder bij de CIA moet worden gezocht. Mensen die zich tegen de verkiezingsuitslag blijven verzetten, moeten desnoods de doodstraf krijgen. Buitenlandse journalisten worden in hun bewegingsvrijheid beperkt. Al met al komt het erop neer dat de theocratie met klassieke dictatoriale middelen het verzet bestrijdt en daarbij beslissende vorderingen lijkt te maken. Iran is weer nagenoeg achter het theocratische gordijn verdwenen.
Dan hebben we nog Afghanistan. President Karzai wil democratisch worden herkozen. Acht jaar na het begin van de oorlog is het land nog even corrupt, zij het op een andere manier en het geweld is er niet verminderd. De afgelopen maand zijn er meer dan vierhonderd aanvallen van de Taliban of al-Qaeda of andere terroristen geregistreerd, in ieder geval een nieuw record sinds 2001. The New York Times (24 juni) maakt de balans op. In die zeven jaar heeft Washington meer dan vijftien miljard dollar besteed aan trainingsprogramma’s die als mislukt moeten worden beschouwd. Het bewind van Bush heeft nooit voldoende personeel gestuurd om de Afghaanse strijdkrachten te trainen, want de soldaten waren in Irak nodig. Nu maken de experts van Obama nieuwe plannen. Het Afghaanse leger moet over een periode van zeven jaar ten koste van tien tot twintig miljard dollar tot 260.000 man worden uitgebreid. De Europese leden van de Navo moeten meer hun best doen, in de strijdkrachten en de kosten een groter aandeel nemen, want anders gaat het in Afghanistan verder bergaf. ‘Er is geen tijd te verliezen.’ Zo eindigt dit hoofdartikel. Zegt u dat wel.
Ik geef een samenvatting. Bijna acht jaar na de verwoesting van het World Trade Center probeert Amerika zich los te wikkelen uit het probleem van Irak waarbij het waarschijnlijk een ander probleem van niet geringere orde achterlaat. In Iran herbevestigt zich een bewind dat de onverzoenlijke vijand van het hele Westen is. Dit land is misschien op weg om een kernmacht te worden. En Amerikanen noch Europeanen hebben de mogelijkheid dit te verhinderen. Een oorlog tegen Iran zou de hele regio nog verder ontwrichten. Afghanistan ontwikkelt zich verder tot het moeras waarin het ene experiment na het andere in de woestijn ten onder gaat. In deze acht jaar hebben de Europese landen zich met wisselend succes in de marge van het krijgsbedrijf weten te houden. De Amerikanen worden oorlogsmoe. Daaraan heeft Obama in hoge mate zijn overwinning te danken. Maar nu blijkt dat ook hij zich nog niet aan de uitzichtloosheid van de oorlogen weet te onttrekken.
Deze vraag is nog niet of nauwelijks gesteld: maakt het Westen misschien een fundamentele fout in zijn beleid tegenover het Midden-Oosten? De ervaring heeft geleerd dat het Westen hier geen ‘normale’ oorlogen voert die met een capitulatie en een vredesverdrag eindigen. Er zijn geen fronten met definieerbare vijanden. De strijd wordt gevoerd binnen een maatschappij die het Westen vreemd is, met tegenstanders die per maand of per etmaal kunnen wisselen. Als het zo verder gaat, voert het Westen een strijd van absurdistische vergeefsheid. In naam van de democratisering worden verwoestingen aangericht die een averechts effect hebben. En al doende putten de vergeefse bevrijders zichzelf uit. Dat duurt nu bijna acht jaar. Het moet beter kunnen. Maar hoe? Misschien vergt dat wel een revolutie in ons eigen denken.