Wisselcolumn

Academici zijn zwakke plek van VS

Kort na 11 september dacht Hollywood dat Amerika voor lopig geen trek had in oorlogsfilms; verschijningsdata van verscheidene explosieve producties werden uitgesteld. Dat veranderde toen de oorlog in Afghanistan naar Amerikaanse wens verliep en vrijwel de hele Amerikaanse bevolking de ingreep een goed idee bleek te vinden. Het was tijd, meende Hollywood, om de cinematografische troepen alsnog en vervroegd in stelling te brengen.

Vandaar dat het bioscooppubliek de komende tijd wordt getrakteerd op niet minder dan vier oorlogsfilms: over Somalië, Vietnam, en twee keer de Tweede Wereldoorlog. Afgelopen weekeinde ging de vijfde in première, Behind Enemy Lines.

Zaterdagavond in een riante en uitverkochte bioscoopzaal bij Times Square is het publiek begaan met het lot van piloot Burnett, wiens straaljager door de Serviërs is neergehaald en die nu op vijandelijk grondgebied wordt achtervolgd door moorddadige troepen die zijn copiloot al hebben geëxecuteerd. Juist wanneer de situatie bijzonder hachelijk wordt, verschijnen de gevechtshelikopters van de Amerikaanse marine. Als deze korte metten maken met het kwaad klinkt in de zaal luid gejuich en applaus. Na afloop in de lobby staat Norman (20) uit Queens nog na te genieten. «Wie ons iets aandoet, moet daarvoor boeten. Go Bush, go!»

Dit is niet de beste tijd om te twijfelen aan de juistheid van het Amerikaanse beleid, en wie dat toch doet, gaat aan de schandpaal. Om te zorgen dat geen dissident geluid onbestraft blijft, signaleert een McCarthy-achtige opiniepolitie in de vorm van de American Council of Trustees and Alumni genuanceerde uitlatingen aan universiteiten, in de hoop dat subsidieverstrekkers zullen ingrijpen als ze beseffen voor welke deplorabele doeleinden hun geld wordt gebruikt. Een van de oprichters van de Council is Lynne Cheney, de vrouw van ’s lands vice-president, en zij leverde een omslagcitaat — over vrijheid — voor een recent rapport waarin meer dan honderd foute opmerkingen staan geregistreerd. Het karakter van het rapport Defending Civilization wordt het best getypeerd door een citaat van New Yorks burgemeester Rudy Giuliani: «Wij hebben gelijk en zij niet, zo simpel is het.»

Volgens het rapport zijn academici «de zwakste schakel in het antwoord op de aanval» en dat is te danken aan hun kritische kanttekeningen. Kritisch in dit geval is een opmerking als: «Onverschilligheid leidt tot haat», afkomstig van iemand bij de Islamitische academie in Las Vegas. Of de mening van Jesse Jackson dat er niet alleen bommen moeten worden gegooid maar ook «bruggen en relaties» moeten worden gebouwd. Of de constatering door een hoogleraar, in antwoord op de vraag van een krant naar de stemming op de campus, dat er onder studenten veel scepsis was ten aanzien van het regeringsbeleid. Of de constatering door een hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Ohio dat «velen» de VS beschouwen «als een terroristische staat». Of de mening van een Stanford-professor dat Osama bin Laden, indien gepakt, terecht moet staan voor een internationaal hof.

De MIT-hoogleraar Hugh Gusterson vergeleek de lijst met de aanvallen uit de tijd van McCarthy op alles wat niet rabiaat rechts was. En Eric Foner, hoogleraar Amerikaanse geschiedenis aan Columbia University, stelde dat de organisatie misbruik maakt van het oorlogszuchtige klimaat door te proberen de universiteiten haar visie op te dringen en de «uitdrukking van alternatieve zienswijzen» tegen te gaan.

Hoezeer dat af en toe lukt, blijkt uit enkele incidenten die staan vermeld in een bezorgd omslagverhaal van The Nation over academische vrijheid. Jonnie Hargis, een bibliotheek assistent aan de universiteit van Californië, ontving per e-mail een patriottistisch rondschrijven, en reageerde met kritische kanttekeningen over het Amerikaanse beleid ten aanzien van Israël en Irak. Twee dagen later werd hij voor een week met onbetaald verlof gestuurd omdat hij volgens de universiteit had bijgedragen aan «een vijandig en dreigend klimaat» met betrekking tot collega’s die «etnische, religieuze en familiaire banden hebben met Israël». Met hulp van zijn vakbond slaagde Hargis erin de straf ongedaan te maken. Niettemin was het kwaad geschied: zonder de betrokkene zelfs maar te horen, was de verdachte veroordeeld.

Iets dergelijks overkwam een hoogleraar die meteen op non-actief werd gesteld nadat vier islamitische studenten hadden geklaagd over ’s mans opmerkingen tijdens een discussie over het tweeslachtige optreden van sommige Arabische landen in de strijd tegen terreur. Als het bestuur eerst had geluisterd naar een bandopname van het college, had het kunnen vaststellen dat er niks aan de hand was, maar zelfs dat was te veel gevraagd in oorlogstijd. Collega’s vrezen nu dat ze op hun woorden moeten passen.

The Nation vraagt zich af of de recente voorvallen mede mogelijk zijn gemaakt door het politiek correcte denken van de afgelopen decennia. Ter bescherming van minderheden en vrouwen werden allerlei uit latingen verboden en daarmee werd, terecht of onterecht, een beperking van de vrijheid van meningsuiting geaccepteerd. De keerzijde lijkt nu dat andere groepen met een beroep op dezelfde regels andere geluiden aan de kaak kunnen stellen als ze die als krenkend ervaren.