Ach O Wee

In de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd speelt PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer een onduidelijke rol. Laat zij zich de pis lauw maken?

WAT IS DE HANDTEKENING van PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer eigenlijk waard? Hoeveel politieke speelruimte denkt zij te hebben in de AOW-discussie zonder haar belofte aan de coalitiepartners CDA en CU én aan haar eigen partijleider Wouter Bos te breken?
Nu met het naderen van 1 oktober voor de SER de tijd opraakt om met een alternatief te komen voor het verhogen van de AOW-leeftijd naar 67 jaar kunnen deze vragen een cruciale rol gaan spelen. Alleen als de SER met een gouden vondst komt, waarin niet alleen de werkgevers- en werknemersorganisaties zich kunnen vinden, maar waarvan ook alle drie de coalitiepartners zeggen dat dit alternatief zowel de problemen van de vergrijzing aanpakt als substantieel bijdraagt aan het aflossen van de fors gerezen staatsschuld, is Hamers rol minder belangrijk.
Maar aan het begin van deze week tekende die gouden vondst zich nog niet af. Vandaar: wat is Hamers handtekening waard?
Die zette ze dit voorjaar onder ‘het aanvullende beleidsakkoord’ waarover ze samen met de fractievoorzitters van CDA en ChristenUnie én met de partijleiders van de drie coalitiepartijen wekenlang had overlegd. PVV-leider Geert Wilders was toen nog zo kwaad over die ‘achterkamertjespolitiek’ dat hij samen met zijn acht fractiegenoten wegliep uit het debat over de crisismaatregelen. Hamer verdedigde de ‘achterkamertjes’-afspraken met de opmerking zich verplicht te hebben gevoeld mee te onderhandelen, omdat het ging om het openbreken van het regeerakkoord waarover in 2007 was onderhandeld door afgevaardigden van de fracties.
De PVDA-fractievoorzitter heeft de twijfel over de waarde van haar handtekening onder het crisispakket zelf opgeroepen door vlak voor de zomer op een PVDA-ledenraad te zeggen desnoods opnieuw te gaan onderhandelen met de coalitiepartners over die verplichte verhoging naar 67 jaar. Bovendien is het niet de eerste keer dat ze een door de PVDA gemaakte afspraak op losse schroeven zet.
Dat de PVDA-ledenraad niks ziet in een verhoging van de AOW-leeftijd kan voor Hamer geen verrassing zijn geweest. Toen ze dit voorjaar instemde met de principe-afspraak wist ze dat een ingreep in de AOW gevoelig ligt bij een deel van haar achterban, terwijl een ander deel juist wél pleit voor een hogere AOW-leeftijd. Ook de andere twee coalitiepartners realiseerden zich dat het voor delen van hun achterbannen even slikken zou zijn.
Dat er gemeenteraadsverkiezingen aankomen waardoor lokale PVDA’ers zouden gaan vrezen afgerekend te worden op het landelijke AOW-onderwerp had Hamer afgelopen voorjaar ook al kunnen bevroeden. Ze had er op diezelfde ledenraad in juni dus ook voor kunnen kiezen uit te leggen waarom ze – gezien de bijzondere crisissituatie – er in maart toch voor had gekozen de AOW-leeftijd niet ongemoeid te laten. Want linksom of rechtsom zal de burger de effecten van de crisis gaan voelen en mee moeten gaan betalen aan het aflossen van de staatsschuld. Maar dat deed ze niet.
Toen Hamer in maart in de Kamer de AOW-afspraak nog wel ‘verdedigde’ – zo noemde ze het zelf destijds – liet ze niet na te benadrukken hoe belangrijk ze het vindt dat er maatschappelijk draagvlak is voor zo’n ingreep. Draagvlak is echter niet iets wat autonoom groeit, los van wat politici denken, zeggen en doen. Draagvlak wordt ook mede door hen gecreëerd. Dus daar had Hamer al bijna een half jaar aan bij kunnen dragen, door te herhalen dat als de SER niet met een alternatief weet te komen het kabinet doorzet. Zo had ze het toch immers zelf ook in de Kamer gezegd, in maart? ‘Als dat (alternatief SER – red) niet lukt, weten wij ook dat er geen alternatief mogelijk is.’
Maar Hamer laat zich de pis lauw maken, zoals SP-leider Agnes Kant dat zou zeggen. In een recent interview met Het Financieele Dagblad zei Kant te verwachten de PVDA nog om te krijgen. Door Hamers opstelling zou het inmiddels opmerkelijker zijn als de SP haar kans niet zou proberen te grijpen.
Kant zei erbij de PVDA niet zozeer te willen overtuigen met argumenten. Ook dat is niet vreemd. Er is al zo veel geschreven en gedebatteerd over voor- en nadelen van een hogere pensioenleeftijd, er liggen al zo veel plannen voor invoering, verhoging en flexibilisering van de AOW en voor alternatieven, dat wist Hamer ook allemaal al toen ze haar handtekening zette.
Kant wil Hamer vooral zenuwachtig maken met het mobiliseren van de bevolking. Met acties dus. Ook dat dit gevaar dreigde als de SER er niet uit zou komen, wist Hamer dit voorjaar al. In lijn met haar opstelling van toen had ze de afgelopen vijf maanden kunnen uitdragen dat als er geen consensus in de SER ontstaat de beslissing aan het gekozen parlement is, tenslotte is dat de volksvertegenwoordiging. Daarbij had ze nog kunnen aanvoeren dat in de Tweede Kamer niet alleen de regeringspartijen, maar ook de VVD, GroenLinks en D66 voor een of andere vorm van verhoging van de AOW-leeftijd zijn. Samen zijn die zes fracties goed voor 111 Kamerzetels, voorwaar een meerderheid.
Juist door die meerderheid zou het des te opmerkelijker zijn als Hamer haar handtekening waardeloos zou maken. Mogelijk gokt ze erop dat ook CDA en ChristenUnie, die eveneens alleen door de crisisnood gedwongen met een hogere AOW-leeftijd instemden, watervrees krijgen en terug willen krabbelen. Maar als zij dat niet doen en het komt aan op een kabinetscrisis, dan weet ook Hamer dat de verhoging van de AOW-leeftijd, in welke vorm dan ook, daarna gewoon weer op de agenda van een kabinetsformatie staat. De kans is groot dat de PVDA dan alsnog door de bocht moet. Behalve als de partij bereid is met de SP én de PVV in een kabinet te gaan zitten. Welk deel van de PVDA wil dat?