Corona: Vaccin-nationalisme

Achter aansluiten graag, er zijn veel rijkere landen voor u

Op de markt voor covid-vaccins heerst de wet van de jungle. Rijke landen slaan op voorhand honderden miljoenen vaccins in, waarmee ze hun eigen internationale inkoopplan ondermijnen en armere landen in de weg zitten.

Begin 2007 uitte de directeur infectieziekten van de Wereldgezondheidsorganisatie (who) vanuit Jakarta zijn blijdschap dat Indonesië weer samen wilde werken tegen vogelgriep. De maanden ervoor waren een belangrijk leermoment voor de who, vertelde hij. ‘Ik denk dat Indonesië een onderwerp heeft aangeroerd dat erg belangrijk is’, zei hij, ‘een onderwerp dat de dialoog over en de toegang tot vaccins zal verbreden. We zijn erg dankbaar dat Indonesië en achttien andere landen ons de weg vooruit hebben getoond.’

Indonesië had de who boos de wacht aangezegd toen het ontdekte dat er een wachtrij van landen was die vaccins tegen vogelgriep wilden kopen. Indonesië moest achter aansluiten. Het kon wel even duren, want rijke landen hadden flinke ‘pre-orders’ geplaatst. Nu was vogelgriep in die landen bepaald geen acuut probleem. Indonesië daarentegen was het zwaarst door vogelgriep getroffen land ter wereld en er gingen ook daadwerkelijk mensen aan dood – niet in theorie, en niet in afgelegen, geïsoleerde streken, maar in en rond de hoofdstad Jakarta.

Daarom leverde Indonesië de cruciale monsters van het naar mensen overgesprongen virus h5n1 aan de who, en farmaciebedrijven gebruikten die om vaccins te maken. Voor toegang tot het daaruit ontwikkelde vaccin maakte dat kennelijk niet uit. Indonesië noemde dit beleefd ‘oneerlijk’ en schortte de samenwerking op. Nadat de boel was gelijmd, beloofde de who de internationale coördinatie voor vaccinvoorziening nieuw leven in te blazen en ‘de respons tot epidemieën wetenschappelijker, rationeler en eerlijker’ te maken.

Fastforward naar 2020. Het is oktober en verschillende farmaceutische bedrijven ronden ‘fase 3’-testen van hun vaccins tegen Covid-19 af. Zuid-Afrika is daar een belangrijk land voor: het heeft de beste medische infrastructuur van Afrika en heeft veel ervaring met het testen van griepvaccins. ‘We zijn trots en opgewonden dat we de kans hebben om bij te dragen aan deze mondiale onderzoeksinspanning’, zei de arts die als hoofdonderzoeker was gevraagd bij de test van farmaciebedrijf Pfizer tegen vakblad Clinical Trials. ‘Zuid-Afrikaanse patiënten zullen een kritieke rol spelen in het gevecht tegen Covid-19.’ Ook AstraZeneca, Janssen en Novavax testten op vrijwilligers in Zuid-Afrika.

Het ging niet zonder slag of stoot, want westerse bedrijven die medicijnen komen testen: dat ligt gevoelig in Afrika. (Pfizer testte bijvoorbeeld in 1996 een medicijn op tweehonderd Nigeriaanse kinderen zonder toestemming van hun ouders.) Er was vurig debat en bij deelnemende ziekenhuizen stonden soms demonstranten met borden als ‘#WeNotGuineaPigs’. Maar de vaccintests, zo ziet het ernaar uit, hebben resultaat. Helaas zullen Zuid-Afrikanen de vaccins die nu zijn aangekondigd waarschijnlijk niet krijgen, in ieder geval niet als het er nog toe doet. ‘Wat er zal gebeuren, is dat we in sub-Sahara-Afrika geen vaccins krijgen totdat de pandemie over is’, zei een Zuid-Afrikaanse arts tegen Al-Jazeera. ‘Dat is iets wat we moeten accepteren.’

De grootste verliezers zijn ditmaal de middeninkomenslanden in de wereld

Opnieuw is de reden daarvoor het stuwmeer aan pre-orders uit rijke landen. In oktober waren al ruim meer coronavaccins besteld en gereserveerd bij farmaceuten dan het aantal mensen ter wereld. Ze zijn echter niet bestemd voor die wereldbevolking, maar alleen voor rijke landen. Die trekken op een ongekende schaal de portemonnee. De Europese Unie kocht tweehonderd miljoen doses bij Pfizer plus een optie op honderd miljoen meer, tekende daarnaast contracten met AstraZeneca (tot driehonderd miljoen doses), Sanofi/GSK (tot driehonderd miljoen doses), en Janssen (tot vierhonderd miljoen doses), en is ook nog in gesprek met CureVac en Moderna.

De VS bestelden honderd miljoen doses van Moderna, honderd miljoen bij Pfizer plus een optie op nog eens vijfhonderd miljoen, en nog eens vijfhonderd miljoen doses van AstraZeneca. Daarnaast ligt de America First Vaccine-wet bij het parlement, die export van vaccins verbiedt zolang er in de VS nog behoefte aan is. De grootste vaccinproducent ter wereld, het Indiase Serum Institute, liet weten dat ‘in ieder geval aanvankelijk’ zijn vaccins ‘naar onze landgenoten moeten gaan voor ze over de grens gaan’. Zelfs vaandeldragers van multilateralisme, zoals Canada, Duitsland en Nieuw-Zeeland, doen eraan mee. (Eerder in de coronapandemie wierpen zeventig landen exportbarrières op voor beschermende kleding en maskers, en stalen hackers vaccindata.)

Dit vaccin-nationalisme gaat zelden gepaard met gêne, vaker met trots. Bijvoorbeeld bij de koploper in ruim inslaan, Groot-Brittannië. De Britse regering kocht meer dan 350 miljoen doses covid-vaccins bij zes fabrikanten, voor een bevolking van 66 miljoen. Veel Britse media behandelen dat als het enige zilveren randje aan de corona-aanpak van de regering en verbinden het zelfs met hun nationale obsessie. Zo juichte de conservatieve TheSpectator dat de Britse regering door Brexit ‘vrij van de ketenen’ had kunnen winkelen naar vaccins, en vervolgens ‘leniger bleek dan de kolos van de EU’, omdat zij eerder een deal met Pfizer had gesloten (het voordeel daarvan bleef onduidelijk).

Maar de EU is natuurlijk geen slachtoffer van deze wet van de jungle. Dat zijn de landen die het langst zonder covid-vaccin zullen zitten, terwijl rijke landen miljarden doses van verschillende vaccins op de plank houden tot ze zeker weten dat ze geen risico meer lopen – en het waarschijnlijk helemaal niet meer nodig is. Dat is niet alleen een moreel probleem. Het garandeert dat de pandemie vanuit medisch oogpunt niet optimaal wordt bestreden, en veroorzaakt extra schade aan de wereldeconomie – volgens een onderzoek van denktank Rand mogelijk een biljoen euro per jaar. Voor elke uitgegeven dollar aan vaccins voor armere landen krijgen rijke landen zo’n 4,8 dollar aan economische groei op lange termijn terug, aldus de studie. Dat geldt extra omdat sommige farmaceuten hebben beloofd tegen kostprijs te werken.

De grootste verliezers zijn ditmaal niet ’s werelds armste landen. Dat ligt aan een belangrijke doorbraak tegen medicijnongelijkheid die dit jaar is bereikt. Internationale organisaties als de who en de VN spannen zich wel degelijk in voor betere toegang van arme landen tot medicijnen. Een belangrijk initiatief is de ‘vaccinalliantie’ Gavi, waar internationale organisaties, donorlanden, farmaceuten en ngo’s in samenwerken (waaronder de Gates Foundation – het haakje van samenzweringsdenkers naar Bill Gates’ duistere plannen voor werelddominantie via vaccins).

‘“Ongekende internationale samenwerking?” Die bestaat helaas niet’

De who en Gavi initieerden dit jaar Covax, een inkoopplan voor ‘pre-orders’ van coronavaccins waar landen naar draagkracht aan bijdragen. 172 landen steunen het initiatief; Rusland en de VS niet, China pas te laat. Covax heeft al zevenhonderd miljoen doses gekocht voor landen die niet kunnen concurreren op de vrije markt. Dit komt aardig in de richting van tien procent van het totaal, een streefcijfer van de VN bij vaccinverdeling. Bij de ‘varkensgriep’-epidemie van 2009 riepen de VN rijke landen nog op om vrijwillig tien procent van hun vaccinvoorraad aan arme landen te geven – wat niet gebeurde.

Die tien procent is natuurlijk nooit genoeg voor 85 procent van de wereldbevolking, maar in ieder geval kunnen arme landen dan hun artsen, verplegers en anderen inenten. Achter het net vissen dan landen die de VN kwalificeren als ‘middeninkomenslanden’. Landen zoals Zuid-Afrika, Indonesië en Suriname kunnen niet concurreren met rijke landen om vaccins, en hebben geen toegang tot Covax. Dat is extra zuur als zij meewerkten aan vaccintests.

Daarnaast verandert Covax niets aan het marktprincipe waarop vaccinverdeling drijft. ‘Covax is een prachtig en nobel initiatief. Het probleem is dat niets landen verhindert om hun eigen vaccinlevering te garanderen buiten Covax om’, zegt Adam Kamradt-Scott, een onderzoeker aan de Universiteit van Sydney en schrijver van boeken over epidemieën en mondiale gezondheid. ‘Dit is ook wat er in praktijk gebeurt: rijke landen die de eerste levering reserveren. Kijk, vanuit het perspectief van die landen, en van elke regering, is dat redelijk, want zij hebben een verplichting om hun eigen bevolking te beschermen. Verschillende vaccins tegelijk kopen is een begrijpelijke strategie om risico te verkleinen. Het gevolg is voorspelbaar. Rijke landen ondersteunen Covax, maar ondermijnen het tegelijkertijd door in geheime overeenkomsten hogere prijzen te betalen voor het eerste recht. Het is begrijpelijk en betreurenswaardig tegelijk.’

Dit proces creëert natuurlijk ook nog andere winnaars: de farmaceutische bedrijven die de vaccins maken. ‘Ook vanuit hun oogpunt is het begrijpelijk dat zij eerst leveren aan wie het meest betaalt’, zegt Kamradt-Scott. ‘Maar het creëert voor de hand liggende gevaren nu de hele wereld staat te springen om vaccins. We hebben nu een week gezien die ermee begon dat Pfizer claimde dat zijn vaccin negentig procent effectief was. Binnen enkele dagen claimde de Russische regering 92 procent effectiviteit van haar Sputnik-vaccin. Weer een paar dagen later claimde Moderna 94,5 procent effectiviteit. Daarop liet Pfizer weten dat zijn vaccin bij nader inzien 95 procent effectief is. Maar dit zijn alleen persberichten. We hebben geen data om dat wetenschappelijk te controleren. Het is niet voor niets dat het normale pad via wetenschappelijke peer-review loopt en niet zo.’

Als die wetenschappelijke evaluatie er komt, is veel van de winst voor farmaceuten via pre-orders en koersstijgingen al binnen. Toen Moderna zijn 94,5 procent effectiviteit claimde, kocht de Britse regering binnen een paar uur nog snel vijf miljoen doses, hoewel het al 350 miljoen doses van andere fabrikanten had besteld. De medisch manager van Moderna streek in één dag vijftig miljoen aan aandeelwinst op. En dat circus zal de komende maanden waarschijnlijk aanhouden. Er zijn 208 vaccins in ontwikkeling, elk met een eigen benadering en eigen voor- en nadelen. Vaccin-nationalisme betekent niet alleen dat landen druk zullen blijven voelen om nieuwe vaccins te kopen die zichzelf aanprijzen, maar ook dat landen de keuze zullen willen verdedigen voor de vaccins die zij in miljoenen hebben besteld.

Die overdaad aan vaccins in ontwikkeling wijzen ook op een ander negatief effect van het huidige gezondheidssysteem in de wereld. ‘Er is veel geschreven over “ongekende internationale samenwerking” bij de ontwikkeling van covid-vaccins, maar in mijn ogen bestaat die helaas niet’, zegt Kamradt-Scott. ‘Als we hetzelfde niveau van samenwerking hadden gezien als in 2003, tijdens de sars-uitbraak, dan zouden we niet zoveel verschillende kandidaten hebben en zoveel vaccins waarvoor waarschijnlijk onderzoek wordt overgedaan dat al voor andere vaccins is gedaan. Bij echte samenwerking zou een grote groep wetenschappers, zeg, vier vaccincategorieën hebben aangewezen. Zelfs als binnen die categorieën nog aan twintig verschillende vaccins tegelijk werd gewerkt, zouden wetenschappers nu nog niet eens aan de helft van het huidige aantal vaccins werken. Bij vaccins blijkt meestal zo’n tien procent te werken, dus dan zou je uiteindelijk acht vaccins overhouden. En dat is zat. We hebben gewoon genoeg vaccins nodig, die komen waar het nodig is.’